Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Macro-economie
     
Macro-economie
Select an indicator
Betekenis van de agrosector - Grondgebonden veehouderij

Relatief lage toegevoegde waarde per arbeidskracht op de primaire bedrijven in grondgebonden veehouderij
8/30/2021

Het grondgebonden veehouderijcomplex bestaat uit de gespecialiseerde primaire melkveebedrijven (14.923 in 2019) en de overige graasdierbedrijven (schapen, paarden en geiten;10.080 bedrijven in 2019), slachterijen, de zuivelindustrie, en de toeleveranciers en distributiebedrijven voor het deel dat deze sectoren aan de primaire grondgebonden veehouderijbedrijven of de verwerkende industrieën leveren. Tot de belangrijkste leveranciers van het grondgebonden veehouderijcomplex horen onder meer de loonwerkbedrijven, de kunstmest- en veevoederindustrie en de zakelijke dienstverlening (adviesbureaus, accountants).

Toegevoegde waarde grondgebonden veehouderijcomplex
De toegevoegde waarde van het grondgebonden veehouderijcomplex bedroeg circa 8,6 mld. euro in 2019. Het aandeel van het grondgebonden veehouderijcomplex in het bruto binnenlands product (bbp) schommelt sinds 2010 rond de 1,2%. Het aandeel van de primaire sector in de toegevoegde waarde is in 2019 terug gelopen tot 15%. In 2017 lag dit aandeel nog op bijna 25%, wat vooral is toe te schrijven aan de goede melkprijs in 2017 met bijgevolg hoge inkomens voor melkveehouders. De toelevering is met een aandeel van 46% de grootste schakel en dit aandeel is al jaren vrij stabiel.
In deze berekeningen wordt ervan uitgegaan dat de toegevoegde waarde van het grondgebonden veehouderijcomplex volledig samenhangt met de verwerking van binnenlandse agrarische grondstoffen door de zuivelindustrie; de hoeveelheid geïmporteerde agrarische grondstoffen (melk) is zo klein dat een opsplitsing van het grondgebonden veehouderijcomplex naar binnen- en buitenlandse agrarische grondstoffen niet relevant is.


Werkgelegenheid grondgebonden veehouderijcomplex
De totale werkgelegenheid van het grondgebonden veehouderijcomplex lag in 2019 op bijna 142.000 arbeidsjaren, waarvan 42% werkgelegenheid is op de primaire bedrijven. Dit aandeel is stabiel en aanzienlijk hoger dan het aandeel van de primaire bedrijven in de toegevoegde waarde van het grondgebonden veehouderijcomplex (circa 15%). Dit duidt op een relatief lage toegevoegde waarde per arbeidskracht op de primaire bedrijven in vergelijking met de andere schakels in het cluster. Na de primaire productie komen de toeleverende bedrijven, met een aandeel van 35% in de totale werkgelegenheid van dit complex. Verwerking was goed voor 16% van de werkgelegenheid en distributie voor 7%.

Wegens een revisie van de cijfers kunnen deze afwijken van eerder gepubliceerde cijfers.


Kies een sector
Contactpersoon
David Verhoog
070-3358180
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page