Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Structuur
     
Structuur
Kies een indicator
Veestapel - Land- en tuinbouw

Ontwikkeling veestapel
11-12-2023

Aantal melkkoeien gelijk gebleven
De totale rundveestapel is in 2022 heel licht toegenomen (0,4%) tot 3,83 mln. stuks (tabel). Het aantal melkkoeien is met 1,57 mln. in 2022 gelijk aan het voorgaande jaar. In de periode 2000-2007 daalde het aantal dieren (tot 1,41 mln.). Door verruiming van het melkquotum in de periode 2005-2014, overschrijding van het melkquotum in de jaren voor het afschaffen van de quotering en het einde daarvan per 1 april 2015, steeg het aantal melkkoeien tot 1,74 mln. in 2016. Door de fosfaatmaatregelen is het aantal melkkoeien in de daaropvolgende drie jaar met 10% gedaald tot 1,58 mln. in 2019. De maatregelen bestonden uit het Fosfaatreductieplan 2017 en de invoering van fosfaatrechten per 1 januari 2018. Met de invoering van de fosfaatrechten is evenals in de varkens- en pluimveehouderij, ook in de melkveehouderij de veestapel begrensd door productierechten (tabel).

Lagere jongveebezetting
De jongveestapel voor de melkveeproductie – die ook meetelt voor de fosfaatrechten – is na een forse inkrimping (30%) in de periode 2015-2019, in de jaren daarna weer wat gegroeid met 6,3% tot 0,98 mln. stuks. In de jaren 2015-2019 is de jongveestapel veel sterker ingekrompen dan de melkveestapel, waardoor de verhouding tussen het aantal stuks jongvee en melkkoeien is afgenomen: van gemiddeld ruim 80 voor 2017, tot 59 stuks jongvee per 100 melkkoeien in 2019 (en 62 in 2022). Tot aan de invoering van de fosfaatrechten hielden melkveehouders relatief ruim jongvee aan; dit gaf de ruimte om op latere leeftijd te selecteren. Daarnaast fungeerde de ruime jongveestapel als een soort veiligheidsbuffer bij extra problemen of uitval. Economisch gezien was dit niet optimaal en de invoering van de fosfaatrechten is de prikkel geweest om minder jongvee aan te houden, zodat er meer ruimte overblijft voor melkkoeien.

Tabel 1. Ontwikkeling veestapel (aantal dieren, 1.000 stuks), 2000-2022 a
20002010202020212022Verschil (%) 2021-2022
Rundvee, totaal4.0693.9753.8383.8213.8340,4
    waarvan melkkoeien1.5041.4791.5931.5711.5710
    jongvee melkproductie1.3251.2399359669821,6
    vlees- en weidevee4573302392362391,3
    vleeskalveren7839281.0711.0471.042-0,40
Overige graasdieren
    waarvan schapen1.3051.130890860854-0,7
    geiten1793536336436450,3
Varkens, totaal13.11812.25511.95011.45711.279-1,6
    waarvan fokzeugen1.129984871812788-3
    biggen5.1025.1245.4145.1695.120-1
    vleesvarkens6.5055.9045.4465.2625.156-2
Kippen, totaal104.015101.248101.86399.88897.533-2,4
    waarvan leghennen32.57335.31031.99933.05233.016-0,10
    vleeskuikens50.93744.74849.22947.05645.903-2,4
a Peildatum 1 april. Omdat sommige dieren minder dan 1 jaar leven, gaat het om meer dieren per jaar.
Bron: CBS-Landbouwtelling. Bewerking Wageningen Economic Research.


Minder varkens
Het totaal aantal varkens is in 2022 met 1,6% gedaald tot 11,3 mln. (tabel). Met de krimp in de voorgaande jaren is het aantal in vier jaar tijd met 9,3% afgenomen. De vermindering van het aantal varkens is vooral het gevolg van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv); vanaf november 2020 zijn de eerste varkensrechten binnen deze regeling geschrapt. Daarnaast zijn er rechten vervallen als onderdeel van de provinciale ruimte-voor-ruimte-regelingen. Al eerder zijn er saneringsregelingen geweest: de twee opkoopregelingen om het mestoverschot te verminderen (Regeling beëindiging veehouderijtakken) leidden in de periode 2001-2004 tot een inkrimping van de varkensstapel met zo’n twee mln. dieren tot 11 mln. Daarna trad een herstel op tot 12,6 mln. dieren in 2016, een groei die is begrensd door de varkensrechten (tabel 2).

Minder kippen door vogelgriep
In de periode 2018-2022 is het aantal kippen met 7,2% gedaald tot 97,5 mln. De relatieve afname van het aantal leghennen en vleeskuikens was ongeveer even groot. De krimp is mede het gevolg van de vogelgriep die nu jaarrond heerst. In de periode oktober 2021-oktober 2022 waren er 98 uitbraken op pluimveehouderijen en hobbylocaties met meer dan 50 vogels. Daarbij zijn 5,8 mln. vogels geruimd, waarvan meer dan 1 mln. preventief. Hiermee is het de grootste uitbraak na de epidemie in 2003 met 255 besmette locaties en ruim 30 mln. geruimde dieren (NVWA, 2022). De vogelgriepepidemie in 2003 leidde tot een forse inkrimping van het aantal kippen, van ruim 100 mln. in 2002 tot 79 mln. in 2003. Daarna steeg het aantal tot 107 mln. in 2015. De komende jaren kan de varkens- en pluimveehouderij verder krimpen door nieuwe, vrijwillige stoppersregelingen die in juli 2023 zijn opengesteld: de twee Landelijke beëindigingsregelingen veehouderijlocaties, Lbv en Lbv-plus (zie hierna).

Productierechten begrenzen omvang veestapel
De productierechten (tabel 2) voor varkens, pluimvee (kippen en kalkoenen) en melkvee (fosfaatrechten) zijn bedoeld om de productie van dierlijke mest te begrenzen. De varkens- en pluimveerechten vervangen een deel van de mestproductierechten en zijn ingesteld op respectievelijk 1 september 1998 en 1 januari 2001. De fosfaatrechten voor het melkvee gelden per 1 januari 2018. De rechten zijn vrij verhandelbaar, maar voor de varkens- en pluimrechten gelden wel een aantal beperkingen: alleen overdraagbaar binnen concentratiegebied Zuid, binnen concentratiegebied Oost, buiten de concentratiegebieden en van de concentratiegebieden (Zuid en Oost) naar het niet-concentratiegebied.

Tabel 2. Productierechten (1.000 stuks) in de veehouderij, 2018-2022 a
20182019202020212022
Varkensrechten, totaal8.6978.6838.5868.0487.987
    waarvan Concentratiegebied Zuid4.9004.8894.8064.3154.200
    Concentratiegebied Oost2.2832.2852.2562.1792.076
    Overig1.5131.5091.5241.5531.586
Pluimveerechten67.16267.16267.16167.16167.041
Fosfaatrechten melkvee85.71385.76685.56785.07384.660
a Peildatum 31 december.
Bron: LNV, 2023.


Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv): 7% minder varkensrechten
Het totaal aantal varkensrechten is tussen 2018 en 2022 met 8,2% gedaald, waarvan het grootste deel in 2021. In het concentratiegebied Zuid slonk het aantal rechten in de periode 2018-2022 met 14,3%, en in het concentratiegebied Oost met 9,1%. Dat is in hoofdzaak het effect van de Srv. Voor de regeling, waaraan alleen varkenshouders uit de concentratiegebieden Zuid en Oost konden meedoen, zijn 502 aanvragen ingediend. Daarvan zijn er 430 goedgekeurd, uiteindelijk zijn 277 overeenkomsten ingediend (LNV, 2021; LNV, 2023b). De deelnemers beschikten over circa 580.000 varkensrechten die zijn komen te vervallen, ofwel bijna 7% van het totaal aantal varkensrechten in Nederland in 2020. Voor het concentratiegebied Zuid gaat het om ongeveer 507.000 rechten (11% van het totaal aantal rechten in dit gebied in 2020), en voor concentratiegebied Oost om 73.000 rechten (3% van het aantal rechten in 2020). Verder zijn rechten vervallen als onderdeel van de ruimte voor ruimte regelingen van de verschillende provincies.

Landelijke beëindigingsregelingen veehouderijlocaties
In juli 2023 zijn twee nieuwe Landelijke beëindigingsregelingen veehouderijlocaties (Lbv en Lbv-plus) opengesteld. Op basis van een ex-ante analyse naar de financiële gevolgen voor veehouderijbedrijven van deelname aan de landelijke stoppersregeling (Hoste et al., 2021) kan een globale indicatie worden gekregen hoeveel productierechten kunnen worden opgekocht, gegeven een bepaald budget. Met het Lbv-budget van 500 mln., waarvan 270 mln. voor melkvee, 115 mln. voor varkens en 115 mln. voor pluimvee, gaat het globaal om 1% van de totale fosfaatrechten, en enkele procenten van de varkens- en pluimveerechten. De Lbv-plus heeft een budget van 975 mln. euro zonder sectorplafonds. Om een indruk te geven van de opkoopruimte, is het volledige bedrag aan elke sector toegekend. Dat zou neerkomen op zo’n 4% van de fosfaatrechten, en een kwart van de varkensrechten en pluimveerechten. Zoals gezegd gaat het om globale indicaties, omdat die afhankelijk zijn van de kenmerken van de deelnemende bedrijven, zoals de leeftijd van de stallen in combinatie met de hoeveelheid productierechten. Verder wijken de vastgestelde marktwaarden van de productierechten van de Lbv-regeling af van de waarden waarmee in de analyse van Hoste et al. (2021) is gerekend. Zo is de Lbv-vergoeding voor een fosfaatrecht 121 euro, terwijl in de analyse van 150 euro is uitgegaan.

Fosfaatbank bevat 1% totaal aantal fosfaatrechten melkvee
Het aantal fosfaatrechten melkvee is in de periode 2018-2022 met 1,2% afgenomen tot 84,7 mln. (tabel), net iets onder het huidige plafond voor melkvee van 84,9 mln. fosfaatrechten. Dat is bereikt door bij de handel in fosfaatrechten een deel af te romen. Nadat het aantal fosfaatrechten onder het plafond is gekomen, worden de afgeroomde rechten niet langer geschrapt, maar geplaatst in de fosfaatbank. In 2022 bevatte de fosfaatbank 742.000 rechten, 1% van het totaal aantal rechten (goed voor 17.000 melkkoeien bij een fosfaatproductie van 43,5 kg per jaar). De rechten in de fosfaatbank zijn bedoeld om de grondgebondenheid te bevorderen, waarbij jonge landbouwers meer kans maken op de rechten. Het is niet bekend wanneer de fosfaatbank wordt opengesteld.

Handel in fosfaatrechten
Fosfaatrechten zijn vrij verhandelbaar waarbij een deel wordt afgeroomd (zie hiervoor), met uitzondering van overdrachten bij erfopvolging, bloed- of aanverwantschap in de 1e, 2e of 3e graad, en vorming van een man-vrouwmaatschap, man-vrouwvennootschap onder firma en commanditaire man-vrouwvennootschap (rvo.nl).

Het aantal verhandelde fosfaatrechten met afroming is gedaald van 4,2 mln. in 2018 naar rond de 2,5 mln. per jaar in de jaren 2019-2021. Het aantal in 2019 is een schatting uitgaande van een gemiddelde afroming van 15%. In 2022 is de handel met afroming gestegen tot 2,9 mln. rechten. Afgezet tegen het totaal aantal toegekende rechten is de handel (met afroming) afgenomen van circa 5% in 2018 tot jaarlijks 3% in 2019-2021, en 3,4% in 2022. Uitgedrukt in melkkoeien met een fosfaatproductie van 43,5 kg en na afroming komt dat ruwweg neer op 88.000 (2018), 47.000 (2019-2021), en 57.000 (2022) dieren per jaar.












Kies een sector
Contactpersoon
Martien Voskuilen
070 3358328
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Deze tekst is afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw, Natuur en Voedsel; Editie 2023; Berkhout et al., 2023. Rapport 2023-124.

Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven