Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Structuur
     
Structuur
Kies een indicator
Standaardverdiencapaciteit - Land- en tuinbouw

Kleine groep zeer grote bedrijven realiseert grootste deel verdiencapaciteit
14-12-2023

De bedrijfsomvang van de Nederlandse land- en tuinbouwbedrijven loopt sterk uiteen, van een grote groep zeer kleine bedrijven (37% van alle bedrijven in 2022 tot een kleine groep zeer grote bedrijven (9% in 2022). De eerste groep vertegenwoordigt slechts 2% van de totale verdiencapaciteit (op basis van de Standaardverdiencapaciteit - SVC), terwijl de tweede groep goed is voor 58%. Verder is op de zeer grote bedrijven, met een zwaartepunt in de glastuinbouw, een belangrijk deel van de werkgelegenheid (42% van het arbeidsvolume in 2022) geconcentreerd. Een vijfde van alle bedrijven behoort tot de groep grote bedrijven; deze groep heeft 34% (in 2022) van de cultuurgrond in gebruik.

Tussen 2010 en 2022 is het aantal zeer kleine en kleine bedrijven flink afgenomen (met respectievelijk 43% en 44%). Ook het aantal middelgrote bedrijven kromp (26%), terwijl het aantal grote en zeer grote bedrijven (vrij) sterk steeg (18% en 41%). In 2016 is de ontwikkeling (eenmalig) versneld door de veranderingen in de registratie van de land- en tuinbouwbedrijven, waardoor veel (zeer) kleine bedrijven uit de registratie zijn verdwenen.
Het jaar 2016 lijkt ook een keerpunt in de ontwikkeling van het totaal aantal bedrijven: tussen 2010-2016 een afname van afgerond 17.000 bedrijven (-min 23%), en tussen 2016-2022 een daling van 4.700 bedrijven (-8%). Het aantal zeer kleine, kleine en middelgrote bedrijven is (zeer) sterk afgenomen tussen 2010 en 2016, maar daarna vrij stabiel gebleven. De omvang van de groep grote bedrijven steeg tussen 2010 en 2016 met 56%, maar is daarna tussen 2016 en 2022 met 26% afgenomen. Voor de zeer grote bedrijven gaat het respectievelijk om een toename van 47% gevolgd door een vermindering van 4%. De omvang van de groepen zeer kleine en kleine bedrijven (50% in 2016 en 54% in 2022), blijft onder meer groot door de instroom van afbouwende bedrijven. Verder zijn (zeer) kleine bedrijven minder afhankelijk van het inkomen uit de bedrijfsactiviteiten door inkomsten van buiten bedrijf, zoals uit arbeid, bezittingen en uitkeringen (bijvoorbeeld AOW).

Standaardverdiencapaciteit (SVC) – een maat voor de economische omvang
Om de verschillende soorten agrarische bedrijven te kunnen vergelijken, kon tot 2010 de Nederlandse grootte-eenheid (nge) worden gebruikt. In 2010 is deze maat voor de economische omvang - saldo van opbrengsten en specifieke kosten van agrarische activiteiten - vervangen door de Standaardopbrengst (SO). Het nadeel van de SO is dat het een maatstaf is voor de omzet, die geen inzicht geeft in de beloning die resteert voor de agrarische activiteiten. Die beloning kan sterk verschillen tussen de sectoren: een akkerbouwer houdt bijvoorbeeld veel meer over van 100 euro opbrengsten dan een varkenshouder. Die akkerbouwer kan bijvoorbeeld met een opbrengst van 300.000 euro een inkomen halen waar een varkenshouder meer dan een miljoen euro aan opbrengsten voor nodig heeft. Daarom is naast de SO de Standaardverdiencapaciteit (SVC) ontwikkeld, die een maatstaf is voor de toegevoegde waarde. De SVC van een bedrijf geeft de vergoeding van arbeid en kapitaal weer op basis van standaarden, ongeacht wie arbeid of kapitaal levert. Een bedrijf met een SVC van minder dan 25.000 euro wordt aangemerkt als een zeer klein bedrijf. Een dergelijke omvang vergt een normatieve arbeidsbehoefte van minder dan 0,75 aje (arbeidsjaareenheid), tenzij de arbeid duidelijk minder efficiënt of tegen een lagere vergoeding dan gemiddeld wordt ingezet. Voor de zeer grote bedrijven (meer dan 250.000 euro SVC) geldt dat ze werkgelegenheid kunnen bieden aan meer dan 5 aje tegen een gemiddelde vergoeding.

Overgrote deel akkerbouw- en overige graasdierbedrijven is (zeer) klein
Bijna alle (95%) overige graasdierbedrijven en het overgrote deel (78%) van de akkerbouwbedrijven worden op basis van de verdiencapaciteit (in SVC) als (zeer) klein aangemerkt in 2022. Veelal zijn dat bedrijven van oudere ondernemers die inmiddels in feite zijn gestopt met hun bedrijf, maar nog grond of dieren aanhouden en daardoor in de statistieken opgenomen blijven. In de melkveehouderij ligt het zwaartepunt bij de middelgrote en grote bedrijven (samen 71%), en in de glastuinbouw bij de zeer grote bedrijven (60%). De andere bedrijfstypen - overige tuinbouw-, intensieve veehouderij- en gecombineerde bedrijven - kennen een meer gelijkmatige bedrijfsgrootteverdeling.


Kies een sector
Contactpersoon
Walter van Everdingen
070-3358312
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Meer informatie over SO, SVC of NSO-typering is opgenomen in de notities over de NSO-typering die beschikbaar zijn op de website van Wageningen Economic Research. Daar is ook een link opgenomen naar een rekenmodule, waarmee u zelf kunt rekenen aan de kengetallen.

Deze tekst is afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw, Natuur en Voedsel; Editie 2023; Berkhout et al., 2023. Rapport 2023-124.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven