Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Themes > Structuur
     
Structuur
Select an indicator
Biologische landbouw - Land- en tuinbouw

Gestage groei biologische land- en tuinbouw
11/25/2020

Het aantal gecertificeerde biologische land- en tuinbouwbedrijven is in Nederland in 2019 met 6% toegenomen tot 1.952. Ook het gecertificeerde biologische land- en tuinbouwbouwareaal steeg, in 2019 met 4% tot 69.349 ha. Dit komt overeen met 3,8% van het totale areaal cultuurgrond in Nederland. Wel valt op dat het aantal bedrijven in omschakeling voor het derde jaar op rij afneemt. Dit blijkt uit cijfers van Skal Biocontrole, toezichthouder in de biologische sector. 





Groei biologisch areaal en aantal bedrijven
Tussen 2010 en 2015 is het aantal gecertificeerde biologische bedrijven rond de 1.500 gestabiliseerd. Vanaf 2016 groeit het aantal bedrijven weer, tot 1.952 bedrijven in 2019 (+34% ten opzichte van 2010). Het gecertificeerde areaal neemt al langer in omvang toe, van 51.150 ha in 2010 tot 69.349 ha in 2019 (+36%). Uit de cijfers van Skal blijkt dat het aantal bedrijven in omschakeling in 2019 voor het derde jaar op rij is gedaald.

Ook in de biologische landbouw is enige schaalvergroting. In 2019 kwam het geregistreerde areaal per bedrijf uit op gemiddeld 36 ha, een lichte toename – 0,5 ha - ten opzichte van het voorgaande jaar. De hectares in omschakeling zijn niet alleen van nieuwe, omschakelende bedrijven, maar ook van bestaande gecertificeerde bedrijven die nieuwe grond omschakelen.

Van het totaal geregistreerde biologische areaal ligt 17% (bijna 12.500 ha) in de provincie Flevoland. Friesland en Gelderland volgen met beide 12%, Zeeland sluit de rij met 3% (circa 2.500 ha) (Skal, 2020). Het biologische areaal bestaat grotendeels uit grasland en voedergewassen en uit AGF-producten (aardappelen, groente en fruit). (Zie voor meer informatie over aandeel van gewassen per provincie agrimatie.nl/biologische teelt.)

Verdere groei biologische veestapel
In 2019 groeide de biologische veestapel met 4% tot ruim 4,2 mln. dieren ten opzichte van 2018 (CBS-Landbouwtelling). Het aantal gangbaar gehouden dieren in Nederland daalde licht. Hierdoor steeg het aandeel biologisch in de totale veestapel in Nederland van 3,3% naar 3,4% in 2019.

De biologische veestapel bestaat overwegend uit leghennen (3,8 mln. dieren). De geitenhouderij heeft met een aandeel van 9% het grootste aandeel biologische dieren, gevolgd door de leghennenhouderij met 8%. In de leghennenhouderij is het aandeel biologische bedrijven met ruim 25% een stuk groter dan gemiddeld. Deze biologische bedrijven houden gemiddeld minder leghennen dan de reguliere leghennenbedrijven. In de melkveehouderij is 2,5% van het aantal runderen biologisch, een toename van een tiende procent ten opzichte van 2018. Vooral het aantal biologisch gehouden varkens nam sterk toe (+10%), tot 107.000. Ondanks deze toename wordt minder dan 1% van het totaal aantal varkens in Nederland biologisch gehouden.

Nederland heeft kleiner aandeel biologisch areaal dan gemiddeld in de EU
In de Europese Unie is het biologische areaal in 2018 met circa 8% gegroeid tot 7,7% van het landbouwareaal (in Nederland 3,1% in 2018). Oostenrijk (25%), Estland (22%) en Zweden (20%) zijn de top-3 landen van de EU wat betreft aandeel biologisch areaal. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat er van oudsher vanwege de fysieke omstandigheden, zoals berghellingen, al een extensievere bedrijfsvoering is en de overgang naar biologische landbouw niet zo’n grote stap is. In de ons omringende landen ligt het aandeel biologisch op circa 9 à 10% in Duitsland en Denemarken, en rond de 7% in België en Frankrijk. Het aandeel biologisch in het Verenigd Koninkrijk is met minder dan 3% lager dan in Nederland. Spanje heeft met 2,2 mln. ha (aandeel biologisch 10%) absoluut gezien het grootste biologische areaal, gevolgd door Frankrijk (aandeel biologisch 7%) en Italië (aandeel biologisch 16%) met 2 mln. ha; dit zijn vooral wijngaarden, olijfbomen en noten. Deze landen zijn hiermee goed voor 40% van het totale biologisch areaal in de EU. Tellen we het areaal van 1,5 mln. ha in Duitsland daarbij, dan herbergen deze 4 landen meer dan de helft van het biologische areaal in de EU (FiBL & IFOAM, 2020).

Binnen de Europese Unie groeide de verkoop van biologische producten in 2018 met 8%. In de periode 2015-2017 groeide de verkoop nog met meer dan 10% per jaar (FiBL & IFOAM, 2020).

Europese Green Deal: ‘Boer tot Bord’-strategie
In de Europese Green Deal is voor de biologische landbouw een ambitieus groeidoel neergezet. De Europese Commissie (EC) zet in de in mei 2020 gepresenteerde ‘Boer tot bord’-strategie sterk in op het stimuleren van biologische voedselproductie en -consumptie. Het doel is om de lidstaten te helpen zowel de vraag naar en het aanbod van biologische producten te stimuleren, bijvoorbeeld door middel van promotiecampagnes. Met deze maatregelen wordt beoogd dat in 2030 ten minste 25% van de landbouwgrond van de EU voor biologische landbouw wordt gebruikt. Deze doelstelling is ambitieus, aangezien de huidige omvang van het biologisch areaal op dit moment ongeveer 8% bedraagt. In de praktijk betekent dit een verdriedubbeling van het areaal in de komende tien jaar. In de afgelopen 10 jaar bedroeg de toename in de EU ongeveer 65%. Voor Nederland zou een stap naar 25% biologisch landbouwareaal nog groter zijn aangezien de omvang momenteel een kleine 4% bedraagt. In 2009 werd op iets meer dan 2% van het Nederlandse landbouwareaal biologisch geboerd (CLO, 2010). Gezien het groeitempo van de afgelopen 10 jaar lijkt zo’n doelstelling voor Nederland praktisch onhaalbaar.

De vraag is waarom de EC zo fors inzet op biologische landbouw, terwijl er in de praktijk meerdere vormen van duurzame landbouw mogelijk zijn. Mogelijk speelt in de keuze van de EC mee dat voor biologische landbouw een Europees wettelijk keurmerk bestaat. In Nederland wordt biologisch als één van de vormen van duurzame landbouw gezien (zie hieronder integratie met landbouwbeleid en Monitor Duurzaam Voedsel). Er zijn meer vormen van duurzaam geproduceerd voedsel waarbij eisen worden gesteld aan minder gebruik van externe inputs (gewasbeschermingsmiddelen, antibiotica enzovoort). In Nederland wordt uitgegaan van 10 topkeurmerken: ASC, Beter Leven 2 en 3-sterren, Demeter, EKO, EU-biologisch keurmerk, Fairtrade, MSC, On the way to PlanetProof, Rainforest Alliance en UTZ (www.milieucentraal.nl). Producten met keurmerk Beter Leven zijn het meest verkocht. Het keurmerk On the way to PlanetProof was in 2019 de grootste stijger (+500% ten opzichte van 2018). In 2019 bedroeg het aandeel duurzaam voedsel binnen de totale voedselbestedingen in Nederland 14% (Logatcheva, 2020). Milieuwinst kan in de toekomst ook worden behaald door het op grotere schaal toepassen van bijvoorbeeld strokenteelt, waarmee nu praktijkervaring wordt opgedaan op de Boerderij van de Toekomst. Door biologische landbouw als vertrekpunt te nemen wordt het middel – de wijze waarop -centraal gezet. Als het doel - minder milieubelasting – het centrale uitgangspunt is, dan opent dit de weg naar verschillende vormen van duurzamere productiemethoden.

Aan de vraagkant zijn de uitdagingen minstens zo groot. Het aandeel biologisch in de Nederlandse bestedingen aan voedsel ligt al jaren rond de 3%. Met dit aandeel opereert Nederland in de achterhoede in vergelijking met veel andere Europese lidstaten. De bestedingen aan biologische voedingsmiddelen in Nederland zitten wel in de lift. Tussen 2015 en 2018 is de omzet van biologische producten jaarlijks met 5% tot 8% gestegen. In 2019 is deze stijging 5% (Logatacheva, 2020).

Bij de ontwikkeling van de biologische markt moet bovendien worden voorkomen dat boeren met overschotten blijven zitten. Vraag en aanbod moeten daarom in balans zijn. Geleidelijke groei is belangrijk voor een redelijk inkomen van de boer. Vanuit brancheorganisatie Bionext wordt daarom gepleit voor drastische maatregelen om die marktbeweging op gang te brengen en de vraag te laten groeien. Zo kan volgens Bionext een btw-verlaging consumenten stimuleren vaker voor biologisch te kopen en kan gericht advies boeren helpen om de overstap naar biologisch makkelijker te maken (www.nieuweoogst.nl/8 augustus 2020).

Integratie met landbouwbeleid
In de afgelopen jaren is gebleken dat de biologische sector in Nederland robuust genoeg is om zelf de groeidoelstellingen te benoemen en te bereiken. In overleg met het biologische bedrijfsleven is daarom vanaf 2012 het beleid voor de biologische landbouw geïntegreerd in het algemeen landbouwbeleid. Biologische landbouw is daarbij één van de vormen van duurzame landbouw. De stijging van het biologisch areaal in de afgelopen jaren is het gevolg van een grotere vraag naar biologische producten uit de markt. Het ministerie van LNV ziet de omschakeling van gangbaar naar biologisch als één van de sporen waarmee de Nederlandse landbouwsector kan verduurzamen en concurrerender kan worden. Vanaf 1 januari 2017 is binnen het Borgstellingskrediet MKB-landbouw (BL) een borgstelling voor omschakelkapitaal beschikbaar van maximaal 1,2 mln. euro voor boeren en tuinders die willen omschakelen. Deze regeling is bedoeld om een knelpunt bij de omschakeling weg te nemen. Dit betreft de tijdelijke financiële onbalans die optreedt in de omschakelingsperiode van 2 tot 3 jaar als gevolg van hogere kosten om te voldoen aan de biologische productie eisen en het tijdelijk uitblijven van hogere opbrengsten. Tijdens de omschakeling mogen producten namelijk nog niet als biologisch verkocht worden. Hierbij kunnen tekorten in werkkapitaal tijdens deze specifieke periode van omschakeling, die tot 3 jaar kan duren afhankelijk van de soort productie, in aanmerking komen voor borgstelling. Voorwaarde is wel dat de onderneming een SKAL-certificaat verkrijgt. Borgstelling wordt aangevraagd door een bank en maakt het voor agrarische ondernemers gemakkelijker om een bedrijfsfinanciering te regelen (www.rvo.nl). Vanaf 2021 wordt de borgstelling een onderdeel van een het omschakelfonds, dat een breder pakket aan instrumenten omvat om de omschakeling naar duurzame landbouw te stimuleren (zie ook kamerbrief: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/11/18/contouren-van-het-omschakelprogramma-duurzame-landbouw-omschakelfonds).

In september 2018 heeft het ministerie van LNV haar visie Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden; Nederland als koploper in kringlooplandbouw gepresenteerd. Deze visie beschrijft de omslag naar kringlooplandbouw en wat het van Nederland zal vragen om de toekomst van onze voedselvoorziening veilig te stellen. In het op 17 juni 2019 verschenen Realisatieplan Visie LNV wordt de biologische landbouw genoemd als mooi voorbeeld van een brede ketenaanpak. De biologische sector wil graag een bijdrage leveren aan de transitie van de Nederlandse landbouw naar kringlooplandbouw en heeft daarvoor vanuit de organisatie Bionext, de ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding, een ambitieagenda opgesteld (Bionext, 2019). In 2020 heeft Bionext deze ambitie verder ingevuld met hun 10-puntenplan.











Kies een sector
Contactpersoon
Harold van der Meulen
0317-484436
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
websites:
  • www.cbs.nl
  • www.milieucentraal.nl
  • www.rvo.nl
  • https://bionext.nl/nieuws/nieuws-biologisch-aandeel-groeit-naar-43-233/ 
  • https://bionext.nl/nieuws/minister-schouten-bespreekt-biologisch-trendrapport-en-10-puntenplan-voor-meer-biologisch-in-nederland-327/
  • https://www.clo.nl/indicatoren/nl001109-biologische-landbouw 
  • https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2020/08/08/bionext-vraagt-kabinet-btw-op-biologisch-af-te-schaffen 
  • https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/11/18/contouren-van-het-omschakelprogramma-duurzame-landbouw-omschakelfonds)





Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



Top of page