| Vertrouwen - Land- en tuinbouw |
Vertrouwensindex land- en tuinbouw daalt verder in vierde kwartaal 2025
|
24-2-2026
|
Het vertrouwen dat boeren en tuinders in de land- en tuinbouw in hun onderneming hebben, is in het vierde kwartaal van 2025 met 1,2 punten gedaald ten opzichte van het derde kwartaal van 2025. De Agro Vertrouwensindex staat nu op 5,2 punten. Het nulpunt geeft aan dat er evenveel positief als negatief gestemde ondernemers zijn. Het vertrouwen van ondernemers ligt nu lager dan het langlopende gemiddelde van ongeveer 10,7 punten.
|
Bij melkveehouders, varkenshouders en pluimveehouders daalde het vertrouwen sterk. Bij alle drie lag de daling om en nabij de 10 punten. Bij de glastuinbouw en de biologische sector steeg het vertrouwen met 5 punten, terwijl het bij de opengrondstuinbouwsectoren en de akkerbouw in de eigen onderneming beperkt toenam, met respectievelijk 2 punten en 1 punt.
De Agro Vertrouwensindex ligt bij de pluimveehouderij nog altijd op een hoog niveau en ook de biologische sector is in het vierde kwartaal vol vertrouwen. Bij beide sectoren ligt de huidig index ook ver boven het gemiddelde van deze sectoren. Er zijn ook drie sectoren waar het vertrouwen momenteel veel lager ligt dan het langlopende gemiddelde. Dit zijn de varkenshouderij, akkerbouw en de melkveehouderij. Bij alle drie de sectoren ligt de huidige index 12 tot 15 punten lager dan het langlopende gemiddelde tussen 2013-2024. Bij de drie genoemde sectoren zijn er in het vierde kwartaal van 2025 meer ondernemers pessimistisch dan optimistisch. De index ligt hier namelijk onder het nulpunt.
De vertrouwensindex is opgebouwd uit 2 indexen: de stemmingsindex en de verwachting over het bedrijf voor de middellange termijn. De stemmingsindex van de land- en tuinbouw daalde met bijna 4 punten, terwijl de verwachting voor de middellange termijn vrijwel op hetzelfde niveau bleef, met een afname van slechts 1 punt.
De stemming in de meeste sectoren gingen in dit kwartaal omlaag. Vooral bij de varkenshouderij, melkveehouderij en pluimveehouderij daalde de stemming scherp. Een daling tussen 20 punten bij de varkenshouderij tot ruim 10 punten bij de pluimveehouderijen corrigeerde de stemmingsindex bij deze sectoren sterk. Wel moet worden gezegd dat de stemming op pluimveehouderijen nog altijd zeer goed is. De stemmingsindex heeft een waarde van ongeveer het dubbele van het langlopende gemiddelde. Bij varkenshouders daarentegen is de index tot 9 punten gedaald en ligt die hiermee onder de waarde die gebruikelijk is voor deze sector. Ondanks de daling van circa 17 punten bij de melkveehouders, is de index nog wel net hoger dan dit gemiddelde voor deze sector. De stemming bij de opengrondstuinbouwsectoren (opengrondstuinbouw, fruitteelt, boomkwekerij en bloembollen) steeg met ruim 7 punten en ook in de biologische sector (+3,3 punten) was de stemming beter dan in het derde kwartaal. Bij de akkerbouw en glastuinbouw veranderde deze index maar beperkt. Beide moesten 1 punt inleveren ten opzichte van een kwartaal eerder. De glastuinbouw bleef hiermee boven haar eigen langlopende gemiddelde, in tegenstelling tot de stemmingsindex van de akkerbouw.
De verwachtingen voor de middellange termijn bewegen in het vierde kwartaal van 2025 per sector ook weer verschillende kanten op. Bij vier van de zeven sectoren daalt de index, bij drie neemt deze toe. Een gemene deler is dat zes van de zeven sectoren in het vierde kwartaal een index hebben die lager ligt dan het langlopende gemiddelde. Dit geeft aan dat men niet echt positief is over hun bedrijfsvoering over 2 Ć 3 jaar. De biologische sector is in het vierde kwartaal van 2025 hier een uitzondering op. Wel wordt deze index pas sinds het begin van 2023 bijgehouden.
In drie sectoren zijn de pessimisten ver in de meerderheid. Akkerbouwers, melkveehouders en varkenshouders hebben ronduit een negatief toekomstbeeld met een negatieve index. Ondanks een lichte verbetering dit kwartaal (+2 punten), ligt de index bij akkerbouwers op -17 punten en die van varkenshouders op -16 punten door -7 punten ten opzichte van het derde kwartaal van 2025. Bij melkveehouders is de index momenteel -20 punten (-6 punten). In de glastuinbouw (+9 punten) en de biologische sector (+7 punten) waren er meer ondernemers positiever over de middellange termijn, terwijl de index van de opengrondstuinbouw 2,5 punten moest inleveren. De indexen van de glastuinbouw, opengrondstuinbouw en de pluimveehouderij hebben een waarde van rond het nulpunt, terwijl de biologische sector momenteel het meeste vertrouwen in zijn bedrijfsvoering heeft voor de middellange termijn.
Duiding van de stemmingsindex of de toekomstverwachting kan gedeeltelijk gehaald worden uit de respectievelijke conjunctuurindex terugkijkend en vooruitkijkend. Achterliggende indicatoren worden bij deze indexen uitgevraagd en zouden de stemming en het gevoel over de langere termijn kunnen onderschrijven. Per sector staat er op www.agrimatie.nl meer informatie hierover.
Ondernemers in de land- en tuinbouw zijn, net als bij de stemmingsindex, negatiever geworden over de laatste 12 maanden. De index daalde verder naar ruim 9 punten onder nul. Vooral de opbrengstprijzen vielen lager uit dan in het vorige kwartaal was verwacht. Ondanks een betere productie daalden de omzet- en winstindex. De kosten bleven min of meer gelijk, zo blijkt uit de achterliggende indicatoren van deze terugkijkende conjunctuurindex.
Ondernemers in de land- en tuinbouw hebben voor de komende 12 maanden (conjunctuurindex vooruitkijkend) hun verwachtingen ook beperkt naar beneden bijgesteld. De index daalde ruim 2 punten ten opzichte van het derde kwartaal en komt hiermee op bijna -22 punten, een van de laagste scores sinds de meting. Alleen tijdens corona lag de index daadwerkelijk lager. Alle onderliggende indicatoren werden beperkt negatiever beoordeeld. De kosten stijgen slechts beperkt, maar de lagere productie en opbrengstprijzen zullen naar verwachting leiden tot een daling van de omzet en winst. Alleen de productie draagt volgens respondenten nog positief bij aan de bedrijfsvoering en is de enige indicator met een positieve waarde. Ontwikkelingen per sector laten zien dat vooral de melkveehouders negatiever zijn geworden.
Aanmelden om mee te doen kan nu!
Het is nu mogelijk om u aan te melden voor deze enquĆŖte, mits u een primair agrarisch bedrijf heeft. Dat wordt u van harte aanbevolen door ASR real estate, Wageningen Social & Economic Research en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Ga naar de website van Wageningen Social & Economic Research, uitvoerder van dit onderzoek, en vul uw gegevens hier in.
|