| Vertrouwen - Melkveehouderij |
Vertrouwen melkveehouders afgenomen en negatief
|
8-9-2026
|
Het vertrouwen van melkveehouders in hun eigen onderneming is in het tweede kwartaal van 2026 afgenomen en bedraagt nu -4 punten. De index bleef hiermee voor het vierde achtereenvolgende kwartaal onder het langjarige gemiddelde van 11 punten. Twee van de vier keer waren de scores negatief.
|
De stemmingsindex, die al sterk afnam in het laatste kwartaal van 2025, nam nog eens 10 punten af in het tweede kwartaal van 2026. De index kwam uit op 12 punten en lag hiermee ruim onder het langjarige gemiddelde van 22,5 punten. De indicator met betrekking tot de verwachting voor de middellange termijn, die zich in het eerste kwartaal van 2026 met 15 punten herstelde, viel terug naar bijna -18 punten in het tweede kwartaal van 2026. De ontwikkeling van beide indices, die samen de Agro Vertrouwensindex vormen, resulteert in een gezamenlijke afname van ruim 11 punten.
Stemmingsindex
De stemmingsindex steeg vanaf het vierde kwartaal van 2024 tot en met het derde kwartaal van 2025. Daarna daalde de stemmingsindex met bijna 50% tussen het eerste en tweede kwartaal van 2026. Daarmee ligt deze score ruim onder het langjarige gemiddelde. Bovendien ligt de melkveehoudersindex voor het eerst sinds het eerste kwartaal van 2024 onder het gemiddelde van alle land- en tuinbouwbedrijven. Hoewel dit niet is gevraagd aan de respondenten in deze enquête, is volgens sectordeskundige Jakob Jager de lage melkprijs (ruim een kwart lager dan in het tweede kwartaal van 2025) de belangrijkste reden voor deze lagere stemmingsindex, hoewel de melkprijs een licht stijgende tendens vertoont. De lage melkprijs wordt veroorzaakt door een grotere melkaanvoer wereldwijd. In Europa nam deze melkaanvoer over de eerste vijf maanden van het jaar met 4% toe. Ook in andere belangrijke zuivelexporterende landen zoals de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland nam deze melkaanvoer met 3 tot ruim 5% toe.
De totale kosten van mestafzet zullen toenemen, omdat er een groter volume mest moet worden afgezet, nu in 2026 de laatste stap in de derogatieafbouw wordt gezet. Waar de mestafzetkosten voor een gemiddeld melkveebedrijf in 2020 nog onder de ⬠5.000 waren, is de verwachting nu dat ze in 2025 zijn toegenomen tot ⬠25.000. Voor 2026 komt daar nog eens ⬠5.000 tot ⬠10.000 bij, afhankelijk van het weer in het voorjaar en de prijsontwikkeling van mestafvoer. Door de vermindering van het aantal varkens zal er minder varkensmest worden afgezet. Deze vermindering is onvoldoende om de toename van de hoeveelheid af te zetten rundveemest te compenseren, maar helpt wel. De combinatie van al deze factoren leidt tot een stemmingsindex die afneemt en onder het langjarig gemiddelde ligt.
Verwachtingen voor de middellange termijn
De index die de verwachtingen van de melkveehouders voor de toekomst meet, die in het derde en vierde kwartaal van 2025 daalde en zich herstelde zich in het eerste kwartaal van 2026, liet in het tweede kwartaal van 2026 een aanzienlijke daling zien, naar ruim -17,5. Hiermee ligt deze index voor het vierde achtereenvolgende kwartaal onder het langjarige gemiddelde van bijna 2 punten. Volgens sectordeskundige Jakob Jager komt dit vooral doordat de melkprijs (ondanks een licht stijgende tendens) op een laag niveau ligt. De grotere melkaanvoer (wereldwijd) over de afgelopen periode ligt hieraan ten grondslag. De noteringen voor boter en volle-melkpoeder zijn tot en met het tweede kwartaal gedaald maar laten recentelijk wel lichte stijgingen zien. Omdat circa de helft van de geproduceerde melk tot kaas wordt verwerkt, is de kaasprijs sterk bepalend voor de ontwikkeling van de melkprijs. De kaasprijs is sinds medio 2025 met een kwart gedaald en blijft in 2026 redelijk stabiel. Opvallend is de hoge notering voor weipoeder. Die wordt veroorzaakt door de grote vraag naar proteĆÆnedrankjes. Er is dus sprake van een tweedeling in de ontwikkeling van de zuivelnoteringen. Een andere mogelijke oorzaak van de lage verwachtingen bij de melkveehouders is de droogte, die kan leiden tot een ruwvoertekort en de aankoop van schaars en daardoor duur ruwvoer. Ook de kosten van brandstof lopen inmiddels weer op. In algemene zin is de verwachting dat de kosten sterk zullen stijgen, vooral als we kijken naar de hoge grondprijzen, die een eventuele grondgebondenheid heel kostbaar maken.
Conjunctuurindex terugkijkend
Door de sterk gedaalde melkprijs en de gestegen mestafzetkosten, brandstofkosten en vaste kosten in 2025 en begin 2026 kijken de ondernemers in het tweede kwartaal van 2026 sterk negatief terug op de laatste twaalf maanden. Bijna alle indices scoren ruim onder het gemiddelde. De enige uitzondering is productie. In vergelijking met het eerste kwartaal van 2026 is alleen de index van de kosten minder gedaald. De totale index bedroeg ruim -47 punten in het tweede kwartaal van 2026. De conjunctuurindex is nog niet eerder zo laag geweest.
Conjunctuurindex vooruitblikkend
De melkveehouders zijn in het tweede kwartaal van 2026 aanzienlijk optimistischer geworden in hun verwachtingen voor de komende twaalf maanden. De index nam met bijna 6 punten toe in het tweede kwartaal. De ondernemers zijn op alle onderdelen positiever of minder negatief geworden. De verwachtingen voor de kosten en winst zijn het meest gestegen. Per saldo ligt de conjunctuurindex vooruitblikkend met -14 punten nog wel onder het gemiddelde van de periode 2013-2025 (-7 punten).
Voor actuele ontwikkelingen in de melkveehouderij kunt u ook de barometer agrarische sectoren raadplegen.
U kunt zich nu aanmelden om mee te doen aan deze enquĆŖte Het is nu mogelijk om u aan te melden voor deelname aan deze enquĆŖte, mits u een primair agrarisch bedrijf heeft. Dat wordt u van harte aanbevolen door ASR real estate, Wageningen Social & Economic Research en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Ga naar de website van Wageningen Social & Economic Research, uitvoerder van dit onderzoek, en vul uw gegevens hier in.
|