Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Keten in beeld
     
Keten in beeld
Kies een indicator
Structuur van de keten - Granen

De graanketen in beeld
11-12-2023

Graan is met 187.000 ha (exclusief snijmais), 35% van het Nederlandse akkerbouwareaal, in oppervlakte gemeten het meest voorkomende gewas in de Nederlandse akkerbouw (CBS, 2023). Onder de term graan vallen tarwe, (brouw)gerst, mais, rogge, haver en triticale. De teelt vindt plaats op alle grondsoorten met het oog op de vruchtwisseling. Op kleigrond is het aandeel graan vaak groter dan op andere gronden door de beperkingen die de zware grond kent voor de teelt van rooigewassen. De afgelopen jaren bedroeg de graanproductie (exclusief mais) in Nederland circa 1,7 mln. ton, minder dan 1% van de productie in de EU-27. De graanmarkt is een mondiale markt die zeer volatiel is. De rol van Nederland op de internationale graanmarkt is van geringe betekenis.

Het belangrijkste graangewas in Nederland is tarwe (zie ook ketenfiguur). Tarwe wordt in de teelt verdeeld in twee teeltmethodes, zomer- en wintertarwe. Wintertarwe wordt in het najaar gezaaid vrijwel direct na de oogst ven het voorgaande gewas en staat de winter over. Zomertarwe wordt in het voorjaar gezaaid. De gewassen worden gelijk geoogst. Door het langere groeiseizoen heeft wintertarwe over het algemeen een hogere opbrengst. Tarwe is daarnaast te verdelen in twee categorieën, harde tarwe en zachte tarwe. Harde tarwe wordt gebruikt voor het maken van pasta, brood, bulgur en couscous; hiervoor is bijvoorbeeld durumtarwe geschikt. Zachte tarwe wordt gebruik voor het maken van koek, ontbijtgranen en gebruikt voor veevoer. In Nederland wordt bijna geen harde tarwe geproduceerd vanwege het minder geschikte klimaat. De landelijke productie van circa 1,3 mln. ton is dan ook vrijwel volledig zachte tarwe. Een groot deel van het totale graanareaal op bedrijven bestaat uit tarwe. Sinds de eeuwwisseling nam het aandeel tarwe als fractie van granen toe van 65% naar 75% van het totale graanareaal in 2014 en 67% in 2022. Een klein deel van de geoogste tarwe wordt afgezet als zaaizaad: in 2021 certificeerde de Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK) 2.380 ha wintertarwe en 360 ha zomertarwe (NAK, 2021).

Veevoer
Een groot deel van het Nederlandse tarweaanbod vindt zijn weg naar de veevoerindustrie en wordt verwerkt in mengvoeders. Veraart et al. (2023) rapporteren dat er in 2020 tussen de 13,6 en 14,5 mln. ton mengvoeders zijn geproduceerd in Nederland, waarvoor tussen de 1,4 en 2,5 mln. ton tarwe en tussen de 1,9 en 2,1 mln. ton gerst nodig is. Tussen de 0,34 en 0,55 mln. ton tarwe komt uit Nederland. Voor gerst is dit tussen de 0,18 en 0,19 mln. ton.
Het aanbod van binnenlandse tarwe is onvoldoende om aan de vraag vanuit de mengvoersector te voldoen, zodat veel voertarwe uit Frankrijk en Duitsland wordt geïmporteerd. Daarnaast wordt de tarwe bestemd voor de productie van bio-ethanol, zaaizaad, of de export. De gerst die niet aan de kwaliteitseisen van de mouterijen voldoet, wordt als voergerst afgezet aan de veevoederindustrie. De vraag vanuit de veevoederindustrie overtreft in ruime mate het binnenlandse aanbod waardoor een aanzienlijke invoer van voergerst plaatsvindt.

Bakkerij
Een groot deel van de in Nederland geteelde tarwe is vanwege de ontoereikende kwaliteit (met name het lage eiwitgehalte) niet bakwaardig. De maalindustrie is daarom in grote mate aangewezen op importtarwe uit Frankrijk en Duitsland.
Eén van de grootste maalderijen in Europa is Dossche Mils met een maalcapaciteit van 1,2 mln. ton per jaar. Deze onderneming heeft een marktaandeel van ongeveer 45% in de Nederlandse brood- en banketmarkt. Daarnaast kent Nederland nog twee middelgrote maalderijen en een aantal kleinere. Tussen maalderijen en bakkerijen bevinden zich de bedrijven die bakkerijgrondstoffen produceren. Zij mengen en verwerken meel met ingrediënten uit andere ketens, zoals oliën en vetten, suiker, eieren, en enzymen tot halffabricaten (mixen) en broodverbetermiddelen voor de bakkerijen. Bakkerijen worden onderscheiden in industriële en ambachtelijke bakkerijen. Dit onderscheid lijkt geleidelijk aan te vervagen als gevolg van schaalvergroting onder ambachtelijke bakkerijen.
Een ontwikkeling is de lokale of regionale teelt van granen bestemd voor de productie van broden die typisch zijn voor de streek. Een aantal fabrikanten van meel en bloem werkt samen met lokale bakkers aan de teelt en verwerking van specifieke granen die vervolgens door aangesloten bakkers worden verwerkt (onder andere Fryske Bôle, Polderbruin, Zeeuwse vlegel). Ook de hernieuwde belangstelling voor ‘oude’ graansoorten zoals spelt en granen die glutenvrij zijn geeft de bakkerijindustrie kansen om nieuwe producten te ontwikkelen. Daarnaast zijn er ook initiatieven die beogen meer graan uit Nederland te verwerken in brood.
De broodconsumptie in Nederland is de laatste 10 jaar dalende. Van ruim 1 mln. ton brood per jaar in 2009 naar 0,82 mln. ton brood in 2022. In 2022 komt dat neer op ongeveer 50 kg brood per persoon per jaar. Van de in brood en banket verwerkte granen bestaat 80-90% uit tarwe (mondelinge mededeling Nederlands Bakkerij Centrum). Daarnaast worden andere granen in brood verwerkt. Andere producten die op basis van met name tarwemeel/bloem gemaakt worden zijn: koek en banket, beschuit en snacks, pizza en pasta.

Bier
Met een productie van circa 250.000 ton per jaar is gerst na tarwe het belangrijkste graangewas (zie figuur). Een deel van de geoogste gerst wordt afgezet aan binnenlandse en buitenlandse mouterijen ten behoeve van de productie van mout voor de bierindustrie. Nederlandse mouterijen zijn daarnaast ook aangewezen op geïmporteerde gerst en mout. Nederland importeert in 2022 2,5 mln. ton gerst en 290.000 ton mout uit Europa, daarnaast wordt er nog 237.000 ton gerst van buiten Europa geïmporteerd. De export in 2022 bedroeg 108.000 ton gerst en 380.000 ton mout naar Europa (CBS, 2023). Grote mouterijen in Nederland zijn Cargill (te Swalmen), Kloosterzande BV (te Kloosterzande) en Holland Malt (te Eemshaven en Lieshout). De productiecapaciteit van de Nederlandse mouterijen bedraagt 500.000 ton in 2021 (www.euromalt.be). De mout wordt afgenomen door de binnen- en buitenlandse bierindustrie.
Volgens het CBS exporteerde de Nederlandse bierbrouwers in 2021 voor 2 mld. euro aan bier (inclusief alcoholvrij). Hiermee is Nederland de grootste bierexporteur van Europa. Nederland telt 850 brouwerijen inclusief acht grote brouwerijen, waaronder Heineken, Grolsch en Bavaria. De toegenomen belangstelling voor ambachtelijk, lokaal bier heeft de opkomst van minibrouwerijen sinds 2010 gestimuleerd.




Overig
De productie van andere graansoorten als triticale, rogge, haver en mais (exclusief snijmais) is van weinig betekenis. Afzet van deze granen vindt zowel plaats naar de humane voedingsmiddelenindustrie als naar de veevoerindustrie.

Pool en collecterende handel
Gezien de grote afhankelijkheid van de import wordt de graanprijs in Nederland sterk bepaald door de (prijs)ontwikkelingen in de naburige landen en op de wereldmarkt. Telers kunnen direct na de oogst het graan verkopen of zelf opslaan. Ook bestaat de mogelijkheid het graan bij de coöperatieve of private collecterende handel op te slaan, in de verwachting dat de prijzen in de loop van het seizoen gaan stijgen. Dit kan in korte pools die kortere tijd opslaan om binnen die tijd te verkopen, of in langere pools die inzetten op een betere prijs op de langere termijn. In 2022 werd bijvoorbeeld in de korte pool ongeveer 300 euro betaald per 100 kg en in de lange pool 290 euro per 100 kg (Boerderij, 2023). Het verschil kwam in 2022 door de prijsdaling die later in het seizoen inzette. De collecterende handel (onder andere Agrifirm, CZAV) beschikt over regionale innamepunten. Daar wordt het graan direct na oogst ingezameld en van daaruit getransporteerd naar locaties met grote silo&39;s waar het graan wordt gedroogd, geconditioneerd en bewerkt en gedurende het jaar wordt opgeslagen tot het verkocht is. Een alternatieve mogelijkheid die Agrifirm aanbiedt, is het graan los op het erf te storten en binnen een week door de collecteur te laten ophalen.
Het beheren van de pool gebeurt door de collecteur die regelmatig partijen van het ingenomen graan verkoopt. Op deze wijze probeert de collecteur voor de deelnemende telers een zo goed mogelijke seizoengemiddelde prijs te realiseren en uitslagen naar beneden of boven te voorkomen. Grote collecteurs zoals Agrifirm optimaliseren hun logistiek door graanopslag te centraliseren en een meerjarige samenwerking aan te gaan met gespecialiseerde overslagbedrijven (zoals Graansloot Kampen: 275.000 ton opslagcapaciteit).
Het werkgebied van de collecterende handel beperkt zich meestal tot een bepaalde regio in Nederland. In het zuidwestelijk kleigebied vervult de CZAV een vooraanstaande rol bij de graaninkoop. Het werkgebied van Agrifirm bestrijkt de zuidelijke provincies en het gebied boven de rivieren. De particuliere graanhandel werkt afhankelijk van de bedrijfsomvang, veelal meer binnen de lokale regio.



Kies een sector
Contactpersoon
Bert Smit
0320-293528
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Deze tekst is afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw, Natuur en Voedsel; Editie 2023. (Berkhout et al., 2023); Rapport 2023-124.

Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven