Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Voedselprijzen
     
Voedselprijzen
Kies een indicator
Actuele voedselprijzen - Varkensvlees

Daling af-boerderijprijs zet varkensvleesketen onder druk; consumentenprijzen stabiliseren op een historisch hoog niveau
28-4-2026

In februari 2026 kwam de consumentenprijsindex (CPI) voor varkensvlees uit op 132 punten. De producentenprijsindex (PPI) daalde in dezelfde periode van 123 punten in december 2025 naar 102 punten in februari 2026. Ook de af-boerderijprijs (API) daalde tussen december 2025 en februari 2026 van 96 naar 91 punten.




Prijsontwikkeling
In februari 2026 stond de consumentenprijsindex voor varkensvlees op 132 punten, circa 1% lager dan in december 2025, maar nog altijd ongeveer 2% hoger dan in februari 2025. Sinds eind 2025 beweegt de CPI daarmee rond een relatief stabiel en historisch hoog niveau, na de sterke stijgingen in de jaren daarvoor. De vraag is of deze stabilisatie een tijdelijke pauze is binnen een langdurige opwaartse trend, of dat de consumentenprijzen structureel beginnen te stabiliseren als reactie op de scherpe daling in de producenten- en af-boerderijprijzen. De langzame maar structurele stijging van de indexen sinds 2016 hangt samen met hogere kosten voor voer, energie en arbeid, evenals blijvende meerkosten voor verduurzaming en dierenwelzijn in de keten. De uitzonderlijk sterke prijsstijging in 2022 werd vooral veroorzaakt door de economische gevolgen van de Russische inval in Oekraïne, die leidde tot verstoringen op de energiemarkten, hogere grondstofprijzen en wereldwijde onzekerheid in handelsstromen. Deze kostenstijgingen hebben zich blijvend vertaald in een hoger consumentenprijsniveau, zelfs nu de inputprijzen deels zijn genormaliseerd.

De producentenprijsindex (PPI) kwam in februari 2026 uit op 102 punten, een daling van circa 17% en 23% ten opzichte van respectievelijk december 2025 en februari 2025. Na een relatief sterk voorjaar van 2025, waarin de PPI werd ondersteund door een tijdelijk krapper aanbod en lagere slachtaantallen door bedrijfsbeëindigingen (Lbv en Lbv+), is sinds de zomer van 2025 een duidelijke neerwaartse trend zichtbaar. Deze terugval weerspiegelt een ruimer Europees aanbod, met hogere productie in de omliggende landen, in combinatie met een zwakkere exportvraag. De internationale marktdynamiek speelt hierbij een belangrijke rol. Door Chinese importheffingen op Europees varkensvlees is afzet in China minder aantrekkelijk geworden. Een groter deel van de productie wordt binnen de Europese interne markt afgezet. Daarnaast zorgen exportbeperkingen als gevolg van Afrikaanse varkenspest in Spanje (bij wilde zwijnen) voor extra aanboddruk binnen Europa, omdat vlees dat niet naar derde landen kan worden geëxporteerd op de interne markt blijft.

De af-boerderijprijs vertoonde de meest volatiele ontwikkeling. Na de scherpe daling eind 2025 zette begin 2026 (in januari) eerst een verdere correctie in tot 89 punten. In februari was er sprake van een licht herstel (naar 91 punten), wat past binnen het gebruikelijke seizoenspatroon op de varkensmarkt. Deze prijsopleving hangt mede samen met ontwikkelingen op de biggenmarkt, waar in het voorjaar traditioneel een prijsstijging zichtbaar is door een combinatie van lagere beschikbaarheid als gevolg van lagere geboortecijfers door najaarsterugkomers (diarree-, luchtweg- en stressgerelateerde problemen die door kou, vocht en temperatuurschommelingen elk najaar opnieuw de kop opsteken) en toenemende vraag naar opleg (het plaatsen van een nieuwe groep biggen of vleesvarkens in de stal) voor de zomerproductie. De biggenprijs fungeert daarbij als indicator voor de verwachte vleesvarkensprijzen in de zomer en wijst erop dat handelaren anticiperen op een iets sterkere markt in de komende maanden, passend binnen het langjarige patroon van de varkenscyclus.

Naar verwachting zal de prijsdruk op de af-boerderij- en producentenprijzen ook in de komende maanden aanhouden. Daarnaast kunnen geopolitieke ontwikkelingen de kostenpositie van de sector beïnvloeden. Het conflict in het Midden-Oosten zorgt voor hogere energieprijzen, wat indirect effect heeft op de rentabiliteit van de varkensproductie door onder meer stijgende voer-, transport- en energiekosten. De uiteindelijke impact zal vooral afhangen van de duur van het conflict en de daarmee samenhangende wereldwijde schaarste op de oliemarkt.

Keten 
Het varkensvlees wordt in de supermarkt of bij de slager gekocht. Supermarkten en slagers kopen varkensvlees van de vleesindustrie. Die bestaat uit slachterijen en vleesverwerkers. Slachterijen kopen vleesvarkens van veehouders rechtstreeks of via veehandelaren. Veehouders produceren vleesvarkens in gespecialiseerde bedrijven of gesloten bedrijven. Gespecialiseerde bedrijven kopen biggen en mesten die op tot slachtrijpe varkens, terwijl gesloten bedrijven zowel de fokzeugen houden als de biggen zelf opfokken tot vleesvarkens. Zeugenbedrijven zijn belangrijke toeleveranciers van biggen voor de gespecialiseerde bedrijven. De gesloten bedrijven produceren de eigen biggen.

-Varkenshouderijen
De in totaal circa 2.500 bedrijven met vleesvarkens produceren ruim 15 miljoen vleesvarkens. Hiervan worden bijna 1 miljoen dieren geëxporteerd vooral binnen de EU. Daarnaast worden er bijna 6 miljoen biggen over de grens verkocht. Dit betekent dat Nederland niet alleen volwassen vleesvarkens exporteert, maar ook veel jonge biggen die in andere landen verder worden opgefokt tot vleesvarkens.

-Industrie
De verwerking van varkensvlees is voor een belangrijk deel gekoppeld aan de slachterijen. Er zijn vier grote slachterijen, naast een beperkt aantal zelfslachtende slagers. In 2024 werden in Nederland 14,5 miljoen varkens binnenlands geslacht. De vleesindustrie slacht en verwerkt de dieren tot vers vlees en vleeswaren, die voor een groot deel worden geëxporteerd. Voor de productie wordt ook varkensvlees geïmporteerd omdat bijvoorbeeld sommige verwerkers specifieke soorten of kwaliteiten vlees nodig hebben die niet in voldoende mate of tegen de juiste prijs in Nederland beschikbaar zijn. De zelfvoorzieningsgraad van de Nederlandse varkensvleesketen ligt op circa 300%.

-Afzet
Circa 60% van het varkensvlees en 80% van de vleeswaren wordt in de supermarkt verkocht. Daarnaast wordt ongeveer 35% van het varkensvlees via de buitenhuishoudelijke markt (horeca, ziekenhuizen enzovoort) afgezet. De overige 5% van het varkensvlees wordt afgezet via speciaalzaken, markten, cateringbedrijven en directe verkoop aan consumenten, zoals via boerderijverkoop of lokale slagers buiten de reguliere supermarkt- en horecakanalen. Consumenten kopen meer varkensvlees in januari, gestimuleerd door reclameacties, tijdens het barbecueseizoen en in december vanwege de feestdagen. Supermarkten kopen varkensvlees hoofdzakelijk van de Nederlandse vleesindustrie.

Prijsvorming
De prijsontwikkeling van het pakket varkensvlees dat de consument in de supermarkt koopt, laat over de afgelopen jaren een lichte stijging zien. De gemiddelde prijs is in het najaar, vooral in november, iets hoger. De retail heeft een eigen prijsbeleid dat beperkt beïnvloed wordt door de inkoopprijs. Het prijsniveau bij concurrenten, promotieacties en de rol van vlees in het totale productassortiment van supermarkten spelen ook een rol. Prijsbewegingen van de industrie (producentenprijs) en boeren (af boerderij) vertonen daarom nauwelijks samenhang met de consumentenprijs. Voor de handel tussen de slachterijen en supermarkten worden jaarcontracten gebruikt. Daarbinnen vindt per vier weken overleg plaats over reclameacties. Afhankelijk van onder andere het weer vinden dagelijks correcties plaats op de bestelde volumes. Slachterijen geven de prijsbewegingen op hun afzetmarkt door aan de varkenshouders. De markten voor varkens en varkensvlees in Noordwest-Europa zijn nauw met elkaar verweven. De prijsvorming is vrij. Door de seizoenseffecten in de afzet op detailhandelsniveau schommelen ook de wekelijkse slachterij- en handelsnoteringen of opbrengsten van vleesvarkens. De EU heeft een zelfvoorzieningsgraad in varkensvlees van circa 125%, wat betekent dat de Europese varkensprijzen mede beïnvloed worden door prijsontwikkelingen en de vraag op wereldmarkten buiten Europa.

Prijsindices
De consumentenprijsindex (CPI) is gebaseerd op varkensvlees bij supermarkten en slagers. De producentenprijsindex (PPI) is gebaseerd op de opbrengstprijzen van producenten van vers of gekoeld varkensvlees bij afzet naar het binnenland. De af-boerderijprijs is gebaseerd op de wekelijkse noteringen voor slachtvarkens. De indices zijn begin 2024 herzien, waarbij het jaar 2020 op 100% is gezet.


Kies een keten

Meer informatie over dimensies
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
• Gegevens van de PPI 2005 =100 voor de periode 2005-2011 van CBS Statline. Basis van deze monitor is 2020
• Gegevens van de PPI 2015=100 voor de periode 2012-2017 van CBS Statline Basisjaar in deze monitor is 2020
• Gegevens over de gebruikte PPI 2021=100 voor de periode 2018- heden van CBS statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2015 =100 over de jaren 2000-2009 van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI-2025 =100 over de jaren 2010-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens). Basisjaar in deze monitor is 2020.
• Cijfers Af-boerderij zijn aan het begin van het nieuwe seizoen veelal ook voorlopige cijfers



Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven