Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Voedselprijzen
     
Voedselprijzen
Kies een indicator
Actuele voedselprijzen - Zuivel

Stabiliserende melk- en zuivelprijzen
1-5-2024

De consumentenprijsindex (CPI) van zuivel is in januari 2024 geëindigd op 128 (2020=100). De producentenprijsindex (PPI) is in dezelfde maand op 124 punten geëindigd en de prijsindex af boerderij is op 128 uitgekomen. De prijzen van melk en zuivel zijn stabiel of hoger dan in november 2023. Tot aan september-oktober 2023 waren er aanhoudende dalingen van prijzen. Het huidige prijsniveau is nog altijd hoog ten opzichte van voorgaande jaren. De hogere inflatie heeft ook grip op de zuivelprijzen gehad.





  

Prijsontwikkelingen
De consumentenprijsindex (CPI) van zuivel is in januari 2024 op 128 punten (2020=100) geëindigd, 0,3% lager dan in december 2023, maar 0,2% hoger dan in november 2023. De daling van de CPI is in mei 2023 ingezet na twee jaar aaneengesloten stijgingen. Bijna alle afzonderlijke zuivelproducten laten tussen september 2023 en januari 2024 een daling van 1 tot 2% zien. Alleen de prijs van yoghurt is stabiel gebleven in deze periode. De prijs van kaas en kwark is het meest gedaald. De consumentenprijsindex van zuivel is nog steeds hoog en ligt in januari 2024 op gelijk niveau van hoge prijzen in november 2022. De prijs van verse halfvolle en magere melk is hierop een uitzondering en vertoont een grotere daling ten opzichte van de overige zuivelproducten.

De producentenprijsindex voor zuivel (PPI) is in januari 2024 op 124 punten uitgekomen. Dat is 0,8% hoger dan in november 2023. De PPI is in de periode van januari 2023 tot en met januari 2024 met 5% gedaald. Dat geldt zowel voor zuivel op de binnenlandse als op de buitenlandse markt. Vergeleken met voorgaande jaren is de PPI hoog.

De prijsindex af boerderij is in januari uitgekomen op 128 punten. Dat is een stijging van 5% sinds november 2023. Tot aan oktober 2023 is er een scherpe daling geweest, daarna is de prijsindex weer gestegen. De index staat 31% lager dan de absolute recordhoogte in november-december 2022.
In januari is de prijsindex ten opzichte van december 2023 ruim 4% gedaald. Dit past in het seizoenspatroon. De prijsindex in januari ligt, na een flinke stijging in 2022, weer op het niveau van december 2021. In januari 2024 is de melkaanvoer lager dan in januari 2023, maar hoger dan januari 2022.

De belangrijkste reden voor de prijsstijgingen in zuivel in 2022 waren marktverstoringen door de start van de oorlog in Oekraïne begin 2022 en de daaropvolgende internationale sancties tegen Rusland en Belarus. Met name de prijzen van energie en voer zijn in de eerste maanden na de invasie enorm gestegen. De marktverstoringen door de oorlog volgen de verstoringen tijdens de coronapandemie in 2020-2021 op. De pandemie leidde tot afzetproblemen en juist tot lage af-boerderijprijzen. De prijsstijgingen van de voedselgrondstoffen op de wereldmarkten waren al in de loop van 2021 ingezet.



Keten
Het merendeel van de zuivelproducten wordt door consumenten in Nederland in het supermarktkanaal gekocht. Supermarkten kopen melk en zuivelproducten van de zuivelindustrie, die daarnaast ook een aanzienlijk deel exporteert. Ook wordt consumentenzuivel geïmporteerd. De Nederlandse industrie wordt nagenoeg volledig beleverd door de Nederlandse melkveehouders. Er vindt nauwelijks import van rauwe melk plaats.

Melkveehouderij
In 2022 waren er in Nederland circa 14,7 duizend bedrijven met melk- en kalfkoeien, die gezamenlijk 13,8 miljard kg melk afleveren aan de Nederlandse zuivelindustrie; een relatief klein deel wordt achtergehouden op boerderijen en daar verwerkt (op basis van cijfers van het CBS).

Industrie
In 2022 telde de Nederlandse zuivelindustrie 26 ondernemingen die in totaal 52 productielocaties hebben met een capaciteit groter dan 10 miljoen kg (ZuivelNL). Ongeveer 90% van de gecollecteerde melk wordt verwerkt door vijf coöperaties. Het overgrote deel van de rauwe melk wordt verwerkt in kaas (circa 57%) en melkpoeder (circa 13%).

Afzet
Circa 30% van de zuivelproductie blijft in Nederland, 45% wordt binnen de EU afgezet en met name in Duitsland, België en Frankrijk. De Nederlandse zuivelsector is internationaal georiënteerd: het saldo van de handelsbalans bedraagt 4,1 miljard euro. Ongeveer een kwart van de geëxporteerde zuivel verlaat de EU, waarbij China, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de drie belangrijkste afzetlanden zijn buiten de EU (ZuivelNL).

De Nederlandse afzetmarkt is overzichtelijker dan de wereldmarkten als het gaat om de opererende zuivelaanbieders en afnemende partijen. Vóór de coronacrisis werd driekwart van de zuivelproducten in Nederland via de retail verkocht en een kwart via de horeca en andere kanalen. Het totaal aan consumentenbestedingen aan zuivel in alle verkoopkanalen voor voedsel in Nederland wordt geraamd op ruim 7 miljard euro (op basis van de Monitor Duurzaam Voedsel 2022). Op de Nederlandse retailmarkt zijn de inkooporganisaties van supermarkten Ahold Delhaize (37% marktaandeel), Jumbo (21% marktaandeel) en Superunie (26% gezamenlijk marktaandeel van aangesloten winkelformules) de belangrijkste afzetpartijen voor de zuivelindustrie. Naast de Nederlandse zuivelondernemingen richt zich een aantal vooral grotere Europese zuivelondernemingen op de Nederlandse consument. Het aandeel van deze ondernemingen is relatief klein door een groot competitief voordeel van de Nederlandse ondernemingen.

Op de internationale markten, en met name buiten de EU, zijn zuivelgroothandels (intermediairs) belangrijke afzetpartijen. Zuivelondernemingen uit Nieuw-Zeeland en Australië, Noord-Amerika, andere zuivelondernemingen uit Europa en lokale zuivelondernemingen opereren vaak tegelijkertijd in dezelfde landen als de Nederlandse zuivelondernemingen.

Prijsvorming
In de zomermaanden is er een groter aanbod van melk dan in de wintermaanden. Met toeslagen en heffingen worden boeren aangemoedigd om meer in de winter te leveren. De omvang van de productie is tot april 2015 beperkt geweest door de quotering in het kader van het EU-zuivelbeleid. Per 1 april 2015 zijn de quota komen te vervallen. De prijsondersteuning vanuit het Europees landbouwbeleid is al eerder grotendeels vervangen door directe betalingen.

De prijs die de melkveehouder voor melk ontvangt bestaat uit een aantal componenten. In het geval van FrieslandCampina is het een garantieprijs, de jaarlijkse prestatietoeslag en de uitgifte van ledenobligaties-vast. Melkveehouders die niet aangesloten zijn bij een coöperatie, leveren melk op basis van contracten met de particuliere zuivelindustrie. Vaak wordt de melkprijs van de coöperaties gebruikt als een referentie. Het resultaat van de Nederlandse zuivelondernemingen is afhankelijk van hun prestatie op de binnenlandse en buitenlandse markten. Prijsontwikkelingen in binnen- en buitenland sluiten niet altijd op elkaar aan door verschillen in marktdynamiek. Verschillen in kwaliteit, duurzaamheidseisen en in soorten gevraagde zuivelproducten in binnen- en buitenland spelen hierbij een belangrijke rol.

De voorwaarden en prijzen van zuivelproducten in Nederland komen tot stand via bilaterale contractonderhandelingen tussen zuivelondernemingen en (Nederlandse) supermarkten.



Kies een keten
Contactpersoon
Elsje Oosterkamp
0317 484655
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
• Gegevens over de PPI 2012-heden van CBS Statline (Indices van laatste 5 maanden zijn voorlopige gegevens); basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte PPI 2005-2012 van CBS Statline; basisjaar in deze monitor is 2020.
• Gegevens over de gebruikte CPI 2000-heden van CBS-Statline (indices van de laatste maand zijn voorlopige gegevens), basisjaar in deze monitor is 2020.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven