Mijn agrimatie
v

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Thema's > Bedrijfsopvolging
     
Bedrijfsopvolging
Kies een indicator
Opvolgingssituatie - Land- en tuinbouw

Hoger opvolgingspercentage; aantal bedrijven met een opvolger gelijk
20-1-2022

In 2020 had 40% van de bedrijven met een bedrijfshoofd boven de 50 jaar een opvolger. Dat is meer dan in de twee voorgaande vierjaarlijkse peilingen. In absolute zin is het aantal opvolgers met 13.500 vrijwel gelijk aan dat in 2012. Het opvolgingscijfer wordt vooral bepaald door de bedrijfsomvang en daarmee de verdiencapaciteit. Zo heeft 23% van de zeer kleine bedrijven en 66% van de zeer grote bedrijven een opvolger. Op middellange termijn zou ruim 300.000 ha landbouwgrond in Nederland op de markt kunnen komen, ofwel 17% van het totale areaal. Dit areaal landbouwgrond is nu in gebruik bij de ruim 16.000 bedrijven met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder zonder opvolger.


Toename bedrijfshoofden met een leeftijd boven de 50 jaar
Het aantal land- en tuinbouwbedrijven met een bedrijfshoofd ouder dan 50 jaar is tussen 2012 en 2020 met tien procentpunten gestegen tot 71%. Het gaat hierbij om de bedrijven met als rechtsvorm een natuurlijk persoon (zie kader). Bij deze op het oog sterke vergrijzing past wel een nuancering, omdat inmiddels het merendeel (63%) van de natuurlijke personen bestaat uit samenwerkingsvormen in de vorm van maatschappen en vennootschappen onder firma. Bij samenwerking tussen de oudere en jongere generatie zijn er dus meer bedrijfshoofden, waarvan het jongere bedrijfshoofd over het algemeen jonger dan 50 jaar zal zijn.

Hoger opvolgingspercentage; aantal bedrijven met een opvolger gelijk
In 2020 is op 40% van de 34.100 bedrijven met een bedrijfshoofd ouder dan 50 jaar, een opvolger aanwezig (tegen 34% in 2012 en 38% in 2016). Het aantal bedrijven met een opvolger is met 13.500 vrijwel gelijk aan dat in 2012. Het aantal bedrijven zonder opvolger is gedaald van 26.200 in 2012 tot 20.600 in 2020.

Toelichting opvolgingssituatie
In de Landbouwtelling wordt eens in de vier jaar gevraagd of er een bedrijfsopvolger aanwezig is. Deze vraag wordt vanaf 2016 gesteld aan bedrijfshoofden van 51 jaar of ouder (voor die tijd was dat 50 jaar) met een bedrijf met als rechtsvorm een natuurlijk persoon. De opvolgersvraag wordt niet gesteld aan de rechtspersonen, vandaar dat deze groep bedrijven apart is opgenomen in de figuur. Bij een bedrijfsvoering die uit meerdere personen bestaat, is gevraagd naar de leeftijd van het bedrijfshoofd met de grootste zakelijke en bedrijfsmatige verantwoordelijkheid. Als de bedrijfshoofden evenveel verantwoordelijkheid dragen, is gevraagd naar de leeftijd van de oudste ondernemer.

Toelichting rechtsvorm
De 52.700 land- en tuinbouwbedrijven die Nederland in 2020 telde, worden in overgrote mate – 48.000 – gevoerd in de vorm van eenmanszaken en samenwerkingsvormen, zoals maatschappen en vennootschappen onder firma. Een minderheid van 4.700 bedrijven (9%) heeft de vorm van een rechtspersoon, vrijwel allemaal besloten vennootschappen. De rechtspersoon komt vooral voor in intensieve, minder sterk grondgebonden sectoren, zoals de (glas)tuinbouw en intensieve veehouderij. Vooral grotere bedrijven kiezen voor deze rechtsvorm in verband met aansprakelijkheid, belastingen en financieringsmogelijkheden.

Meer opvolgers bij toenemende bedrijfsomvang
De animo om een bedrijf over te nemen wordt vooral bepaald door de bedrijfsomvang en daarmee de verdiencapaciteit. Bij een toenemende omvang gemeten in Standaardverdiencapaciteit (SVC) stijgt het opvolgingspercentage sterk, van 23% op de zeer kleine bedrijven, 36% op de kleine, 54% op de middelgrote, 63% op de grote, tot 66% op de zeer grote bedrijven (zie figuur). De mogelijkheden om een bedrijf over te nemen hangen naast de verdiencapaciteit af van de ondernemerskwaliteiten, toekomstperspectieven van de sector (markt) en de omgeving waarin het bedrijf opereert in verband met ontwikkelings- en/of uitbreidingsmogelijkheden.


Meeste opvolgers op melkveebedrijven
Naast de bedrijfsomvang speelt het bedrijfstype een rol in de belangstelling voor opvolging (zie afzonderlijke figuren onderaan dit artikel). Het opvolgingscijfer loopt uiteen van 25% op de overige graasdierbedrijven, 37% op de akkerbouwbedrijven tot 58% op de melkveebedrijven. De reden van dat laatste vrij hoge cijfer is onder meer dat veel oudere ondernemers zonder opvolger al eerder gestopt zijn met melken, waarbij het bedrijf vaak wordt voortgezet als graasdier- of akkerbouwbedrijf. Veruit de meeste overige graasdierbedrijven zijn (zeer) klein, en hebben veelal een wat ouder bedrijfshoofd zonder opvolger. Dat geldt in mindere mate ook voor de akkerbouwbedrijven. De glastuinbouw heeft met 19% het laagste opvolgingscijfer, maar in deze sector is bijna de helft van de bedrijven een rechtspersoon. Dat zijn over het algemeen zeer grote bedrijven.

Continuïteitspercentage vrij stabiel
Een andere indicator voor de toekomstige ontwikkeling van het aantal bedrijven is het ‘continuïteitspercentage’. Dit getal geeft een indruk van het deel van de bedrijven dat op de middellange termijn (circa vijftien jaar) naar verwachting zal worden voortgezet. In 2020 ligt het continuïteitspercentage in de land- en tuinbouw op 61% (tegen 63% in 2016). Tussen de verschillende onderscheiden bedrijfstypen loopt het continuïteitspercentage uiteen van 56% voor de fruitteeltbedrijven, tot 76% voor de leghennenbedrijven (zie figuur).


Tot de bedrijven die naar verwachting op (middel)lange termijn worden voortgezet, worden gerekend bedrijven met een bedrijfshoofd jonger dan 51 jaar, bedrijven met een bedrijfshoofd van 51 jaar of ouder met een opvolger, en bedrijven met rechtspersoonlijkheid. De aanwezigheid van een opvolger wordt op deze laatste categorie bedrijven niet gevraagd. Maar aangezien het meestal zeer grote bedrijven zijn en het aantal tot 2016 vrij constant rond de 4.000 lag en in 2020 is toegenomen tot 4.700, lijkt de aanname dat deze bedrijven worden gecontinueerd een redelijke.

Voor de overige bedrijven - bedrijven met een bedrijfshoofd van 51 jaar of ouder zonder opvolger - is de veronderstelling dat die binnen een tijdsbestek van ongeveer vijftien zullen stoppen. Dat wil zeggen dat op de middellange termijn naar verwachting 39% van de bedrijven zal worden beëindigd, wat neerkomt op een gemiddelde jaarlijkse afname van 3,3% (uitgaande van een periode van vijftien jaar). Dat ligt iets boven het niveau in de afgelopen vijftien jaar (2,9%). Uiteraard geldt daarbij dat de situatie in de toekomst nog kan veranderen: niet alle bedrijven met een opvolger zullen daadwerkelijk worden opgevolgd en van de groep zonder opvolger kan later toch blijken dat er wel opvolging plaatsvindt. De ontwikkeling van het aantal bedrijven blijft in deze situatie nog steeds vooral bepaald worden door het stoppen bij generatiewisseling. Het is mogelijk dat milieumaatregelen en ruimtelijke claims voor wonen, werken, energie en natuur deze ontwikkelingen zullen versnellen.

Potentieel aanbod landbouwgrond
Het areaal landbouwgrond op bedrijven met een bedrijfshoofd zonder opvolger kan worden gezien als een indicatie voor het toekomstig aanbod van landbouwgrond. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat gedwongen bedrijfsbeëindiging in de landbouw net zoals in het verleden niet vaak voorkomt, met name niet in de grondgebonden landbouw. Voor het ‘toekomstig’ potentiële aanbod van landbouwgrond is gekeken naar een iets kortere termijn dan hiervoor, tien in plaats van vijftien jaar, en de leeftijd van het bedrijfshoofd zonder opvolger is daarom wat hoger gesteld, 55 jaar of ouder. Het areaal landbouwgrond dat nu in gebruik is bij de bedrijven met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder zonder opvolger, wordt dan als een globale indicatie gezien voor het aanbod van landbouwgrond in tien jaar tijd. Deze bedrijven hebben 315.000 ha landbouwgrond in gebruik, ofwel 17% van het totaal areaal landbouwgrond van 1,8 mln. ha. Deze grond is in hoofdzaak in gebruik bij melkvee-, akkerbouw- en overig graasdierbedrijven: samen hebben deze bedrijven 83% van het areaal landbouwgrond op bedrijven zonder opvolger in gebruik (Silvis en Voskuilen, 2021).

Vooral grond in eigendom en langlopende pacht
Het areaal landbouwgrond op bedrijven zonder opvolger is in hoofdzaak in eigendom van de gebruiker (62%). De rest van het areaal is in gebruik op basis van langlopende pachtvormen (18%; in hoofdzaak reguliere pacht, en verder erfpacht en geliberaliseerde pacht langer dan zes jaar), en kortlopende pachtvormen (20%; overige formele pachtvormen en informele pacht).

Aanbod is versnipperd
Het potentiële toekomstige aanbod van landbouwgrond is versnipperd over veel bedrijven, ruim 16.000. De bedrijven zonder opvolger zijn gemiddeld 19 ha groot; bijna de helft van deze bedrijven heeft een oppervlakte van minder dan 10 ha. Verder is een behoorlijk deel (38%) van het potentieel aanbod van landbouwgrond niet in eigendom van de bedrijven zonder opvolger, maar in handen van andere partijen. Dat kunnen overigens landbouwbedrijven zijn die op termijn worden beëindigd en nu grond verpachten.




Kies een sector
Contactpersoon
Martien Voskuilen
070 3358328
 

Alles over
  • Algemeen
    >
  • Economie
    >
  • Maatschappij
    >
  • Milieu
    >
Referenties
Deze tekst, met uitzondering van de passage over potentieel aanbod landbouwgrond, is afkomstig uit de publicatie Staat van Landbouw en Voedsel; Editie 2021. Wageningen Economic Research en CBS; Nota 2022-013.

Silvis, Huib en Martien Voskuilen. 2021. Opvolgingssituatie en toekomstig aanbod landbouwgrond. Wageningen Economic Reserach; 2021-048.


Meer informatie
Toelichting indicator
Thema omschrijving
Beleidsinformatie
Archief



naar boven