Biologische akkerbouwbedrijven
Laatste update: 31 juli 2026 Update frequentie: Jaarlijks
In de periode 2016-2023 steeg het aantal biologische akkerbouwbedrijven binnen de doelpopulatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) van 185 tot 323 bedrijven. In 2024 en 2025 was dit aantal kleiner, namelijk 311 bedrijven. Dit aantal vertegenwoordigt in 2025 3,8% van het totaal aantal akkerbouwbedrijven en beslaat 3,5% van het totale akkerbouwareaal.
Bedrijven
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Tussen 2016 en 2024 groeide het aantal biologische akkerbouwbedrijven tot 311 stuks. In 2025 zijn dit 311 bedrijven; evenveel als in het voorgaande jaar.
Aandeel
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel biologische akkerbouw is in 2025 iets lager dan in 2024: 3,5% van de totale oppervlakte cultuurgrond wordt gebruikt voor biologische landbouw (2024: 3,7%). In 2025 is 3,8% van het aantal akkerbouwbedrijven biologisch. Dit is vergelijkbaar met het voorgaande jaar.
Regio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In de Kleiregio is het aandeel biologisch areaal met 4,6% in 2025, fors hoger in vergelijking met de Löss- en Zandregio (respectievelijk 2,3% en 1,8% in 2025).
De meeste biologische akkerbouwbedrijven zijn gelegen in de Kleiregio. Vooral in Flevoland zijn, vanwege de goede bodemvruchtbaarheid en lage onkruiddruk, veel biologische akkerbouwbedrijven actief. Het aandeel biologisch areaal in de Kleiregio ligt in 2025 op 4,6% en het aandeel biologische bedrijven op 5,3%. Dit is iets lager dan het voorgaande jaar. In de Zandregio steeg het aandeel biologisch areaal in 2025 tot 1,8%, maar daarmee is het aandeel nog steeds kleiner dan in de Lössregio (2,3%), waar het aandeel biologisch areaal ook toenam ten opzichte van het voorgaande jaar. Het aandeel biologische bedrijven is in zowel de Löss- als de Zandregio 1,9%.
Zandregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2025 is het aandeel biologische akkerbouwbedrijven in de Zandregio 1,9% en het aandeel biologisch areaal 1,8%. Beide indicatoren zijn hoger dan in 2024.
Kleiregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2025 is het aandeel biologische akkerbouwbedrijven in de Kleiregio 5,3% en het aandeel biologisch areaal 4,6%. Dit is iets lager dan in het voorgaande jaar.
Lössregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2025 is het aandeel biologische akkerbouwbedrijven in de Lössregio 1,9% en het aandeel biologisch areaal 2,3%. Dit is voor beide indicatoren hoger dan in 2024.
In vergelijking met gangbare akkerbouwbedrijven hanteren biologische akkerbouwbedrijven een minder intensief bouwplan (dat wil zeggen: meer gewassen en een ruimere gewasrotatie) en lagere bemestingsniveaus. Om bij die lagere niveaus toch zo goed mogelijk in de behoeftes van de diverse gewassen te voorzien, spelen een uitgekiende vruchtwisseling en de teelt van groenbemesters zoals grasklaver en luzerne een grote rol in het management. Over het algemeen zijn de gewasopbrengsten op de biologische bedrijven lager en in grotere mate onderhevig aan schommelingen in vergelijking met de opbrengsten in de gangbare akkerbouw.
Over de indicator
Deze indicator geeft het percentage biologische bedrijven weer als deel van het totale aantal bedrijven, en het percentage biologisch areaal als deel van het totale areaal cultuurgrond binnen dit bedrijfstype. Hierbij wordt de term 'biologisch' gebruikt voor zowel biologisch-dynamische als ecologische bedrijven.Bron
Het CBS verzamelt gegevens over het gewasareaal voor de Landbouwtelling door jaarlijks vragenlijsten uit te sturen naar agrarische bedrijven in Nederland (de zogenoemde Gecombineerde Opgave). Landbouwbedrijven geven hierop gedetailleerde informatie over de grootte en samenstelling van hun gewasareaal, inclusief het aantal hectares per gewas. De gegevensverzameling is verplicht, zodat een nauwkeurig en compleet overzicht van de Nederlandse landbouw kan worden verkregen.Alleen bedrijven die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor deze bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst moeten hebben en 10 ha of meer cultuurgrond moeten bezitten of in gebruik moeten hebben.
