Graslandgebruik op melkveebedrijven

Laatste update: 31 juli 2026 Update frequentie: Jaarlijks

Weidegang in 2024: 22% van de beschikbare uren

Melkveebedrijven van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) weidden de melkkoeien in 2024 gemiddeld iets minder dan in 2023. In de Veenregio wordt het meeste beweid. Hier weidden in 2024 de melkkoeien gemiddeld 28% van de beschikbare uren in de weideperiode (mei-oktober). In de Klei-, Löss-, en Zandregio was dit aandeel gemiddeld respectievelijk 24%, 21% en 18%.

Gemiddeld

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het percentage weide-uren van melkkoeien in de periode mei-oktober was in 2006 41%, en is gedaald naar 22% in 2024.

Spreiding

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De spreiding van het percentage weide-uren (mei-oktober) van melkkoeien is kleiner geworden in de tijd. In 2006 lag het percentage op 50% van de bedrijven tussen de 28% en 59%. In 2024 was dat 14% tot 32%.

Regio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In de Zand-, Löss- en Veenregio daalt het percentage weide-uren (mei-oktober) van melkkoeien ten opzichte van het voorgaande jaar. In de Kleiregio is dit percentage stabiel.

Na een forse daling van het landelijk gemiddeld aantal weide-uren (in mei-oktober) van melkkoeien in de periode tussen 2006 en 2012 is de beweidingsduur daarna enige jaren gestabiliseerd. In 2015 is het percentage weide-uren opnieuw gedaald en deze daling hield aan tot en met 2018 (op een uitschieter in 2016 na). In de periode 2019-2023 is de beweidingsduur (in mei-oktober) vrij stabiel. In 2024 is de beweidingsduur opnieuw gedaald. Het aandeel weide-uren (in mei-oktober) in 2024 laat een daling van twee procentpunten zien ten opzichte van het jaar ervoor. Ten opzichte van de vijf voorgaande jaren is het percentage weide-uren in 2024 gemiddeld 3 procentpunten lager. Zuivelbedrijven stimuleren de weidegang door een premie te betalen op de melkprijs voor weidemelk. De effecten hiervan zijn echter nauwelijks terug te zien in het aantal weide-uren.

Zandregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) in 2024 bedroeg 18% weide-uren en op de helft van de melkveebedrijven in de Zandregio was het percentage weide-uren 11% tot 27%.

Kleiregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) in 2024 bedroeg 27% weide-uren en op de helft van de melkveebedrijven in de Kleiregio was het percentage weide-uren 20% tot 34%.

Veenregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) in 2024 bedroeg 29% weide-uren en op de helft van de melkveebedrijven in de Veenregio was het percentage weide-uren tussen 19% tot 37%.

Lössregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) in 2024 bedroeg 24% weide-uren en op de helft van de melkveebedrijven in de Lössregio het percentage weide-uren 15% tot 27%.

De regionale verschillen in de mate van beweiding zijn structureel voor de periode 2006-2024. Zo was het percentage weide-uren in de Veenregio in de periode 2020-2024 gemiddeld 32%. Dit was hoger dan in de andere regio’s (gemiddelde 21 tot 26%). In alle regio’s neemt in de periode 2006-2024 het percentage weide-uren af.

Gemiddeld

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het gemiddelde maaipercentage op melkveebedrijven bedroeg in 2006 246% en in 2024 was dit gestegen naar 370%.

Spreiding

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Op de helft van de melkveebedrijven bedroeg het maaipercentage in 2024 324% tot 438%. De mediaan (middelste waarneming) in 2024 bedroeg 379%.

Regio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het maaipercentage op melkveebedrijven in de Zandregio is het hoogst en in de Lössregio het laagst. In alle regio’s is het maaipercentage in 2024 gestegen.

Maaipercentage in 2024 gestegen in alle regio’s

In de Zand-, Veen- en Kleiregio werd het grasland vaker gemaaid dan in de Lössregio. Gemiddeld werd in 2024 het graslandareaal op melkveebedrijven 3,7 keer gemaaid (het maaipercentage is dan 370%). In de Veenregio werd in 2024 minder beweid en steeg het maaipercentage fors. In 2024 was het landelijke maaipercentage hoger dan dat van 2023 (349%) en ook hoger dan het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. Landelijk is het maaipercentage in de periode 2006-2024 gestegen van 246% in 2006 naar 370% in 2024. De droogte en hitte in met name 2018 leidden tot een vochttekort in de bodem waardoor de grasgroei fors achterbleef ten opzichte van andere jaren. Het gevolg was toen dat de maaisnede uitgesteld werd. Ook in 2022 was in de Zand- en Lössregio het maaipercentage lager dan in de omliggende jaren, waarschijnlijk als gevolg van droogte. Niet eerder was het gemiddelde maaipercentage zo hoog als in 2024.

Een stijging van het gemaaide areaal grasland van ongeveer 100% betekent dat het areaal grasland gemiddeld 1 keer vaker werd gemaaid. De variaties in beweiding kunnen de groei in maaipercentage niet geheel verklaren. Wel leidt de toenemende aandacht voor de optimalisatie van eigen ruwvoederproductie en de ruwvoederkwaliteit tot vaker maaien met een kortere graslengte.

Zandregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van het maaipercentage in 2024 bedroeg 399%. Op de helft van de melkveebedrijven in de Zandregio was het maaipercentage 332% tot 445%.

Kleiregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van het maaipercentage in 2024 bedroeg 369% en op de helft van de melkveebedrijven in de Kleiregio was het maaipercentage 324% tot 427%.

Veenregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van het maaipercentage in 2024 bedroeg 351%. Op de helft van de melkveebedrijven in de Veenregio was het maaipercentage 314% tot 416%.

Lössregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van het maaipercentage in 2024 bedroeg 295%. Op de helft van de melkveebedrijven in de Lössregio was het maaipercentage 207% tot 398%.

Er zijn regionale verschillen te zien in het aandeel weide-uren en het maaipercentage. Zo had de Kleiregio een vergelijkbaar percentage beweidingsuren in 2024 ten opzichte van 2023 en een hoger maaipercentage in 2024. In de Löss- en Zandregio was in 2024 het percentage weide-uren op melkveebedrijven lager en het maaipercentage hoger dan in het voorgaande jaar. Dat was – in versterkte mate - ook het geval in de Veenregio, waar zowel percentage beweidingsuren als maaipercentage sterk veranderde.


Over de indicator

De indicator percentage weide-uren beschrijft het procentuele aandeel van de uren beweiding door melkkoeien in de weideperiode (mei-oktober). Onbeperkt weiden is 20 uur per dag en is op 100% gesteld. De indicator maaipercentage beschrijft het procentuele aandeel van het gemaaide areaal grasland in het totaal areaal grasland. Indien het gehele areaal grasland tweemaal is gemaaid, dan is het maaipercentage 200%.

Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.

Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.