Najaarsbeweiding op melkveebedrijven
Laatste update: 18 december 2025 Update frequentie: Jaarlijks
Op melkveebedrijven in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is de najaarsbeweiding van melkkoeien in 2024 afgenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. De afname was het grootst in de Lössregio (-3 procentpunten), gevolgd door de Zand- en Veenregio (-2 en -1 procentpunt). In de Kleiregio was een toename van de najaarsbeweiding van 1 procentpunt. Gemiddeld genomen is de najaarsbeweiding op melkveebedrijven in Nederland afgenomen van 18% in 2023 naar 17% in 2024. Ontwikkelingen in het percentage weide-uren in het voorjaar en de zomer zijn doorgaans ook terug te zien in het percentage weide-uren in het najaar.
Gemiddeld
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Op melkveebedrijven neemt het beweiden van melkkoeien in september en oktober gestaag af. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Spreiding
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De spreiding van het percentage weide-uren van melkkoeien in september en oktober van melkveebedrijven wordt kleiner. In 2024 heeft de helft van de melkveebedrijven een percentage weide-uren tussen de 9 en 28%. In 2006 was de spreiding (25-75%-waarden) nog tussen de 27 en 55%. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Regio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Op melkveebedrijven in de Zandregio is in 2024 het percentage najaarsbeweiding het laagst, in de Veenregio is dit het hoogst. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Najaarsbeweiding is structureel lager dan in de rest van de weideperiode. De draagkracht van de bodem onder invloed van regenval en het optimaliseren van het voerrantsoen door bijvoedering op stal zijn bepalende factoren voor de keuze van de mate van beweiding in het najaar. In 2024 werden melkkoeien in de Zand-, Klei-, Löss- en Veenregio gemiddeld respectievelijk 14, 19, 19 en 23% van de in het najaar beschikbare weide-uren geweid.
Zandregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2024 heeft de helft van de melkveebedrijven in de Zandregio een percentage weide-uren in het najaar tussen de 7 en 21%. De mediaan (middelste waarneming) bedroeg in 2024 13%. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Kleiregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2024 heeft de helft van de melkveebedrijven in de Kleiregio een percentage weide-uren in het najaar tussen de 15 en 29%. De mediaan (middelste waarneming) bedroeg in 2024 23%. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Veenregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2024 heeft de helft van de melkveebedrijven in de Veenregio een percentage weide-uren in het najaar tussen de 12 en 37%. De mediaan (middelste waarneming) bedroeg in 2024 24%. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Lössregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2024 heeft de helft van de melkveebedrijven in de Lössregio een percentage weide-uren in het najaar tussen de 12 en 22%. De mediaan (middelste waarneming) bedroeg in 2024 17%. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Over de indicator
De indicator najaarsbeweiding beschrijft de mate waarin de melkkoeien in de maanden september en oktober worden geweid. Hierbij wordt het aantal weide-uren als percentage van het maximaal mogelijke aantal weide-uren uitgedrukt. Bij melkkoeien wordt bij onbeperkt weiden met 20 weide-uren per etmaal gerekend.Bron en getoonde groep bedrijven
De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.

