Stikstofbenutting op bodemniveau op melkveebedrijven

Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks

Stikstofbenuttingsgraad op bodemniveau 73% in 2023

In vergelijking met het gemiddelde in de periode 2018-2022 was de benuttingsgraad van stikstof van melkveebedrijven in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) in 2023 ongeveer 7 procentpunten hoger. In de Zandregio was de benuttingsgraad in 2023 gemiddeld het hoogst (76%). De Veen- en Lössregio hadden gemiddeld een lagere benuttingsgraad op bodemniveau (respectievelijk 65 en 72%). In de Veenregio werd dat veroorzaakt door de hoge aanvoer van stikstof via mineralisatie. In de Lössregio speelde de matige graslandopbrengsten in 2023 in vergelijking met andere regio’s parten. Sturen op een hoge stikstofbenutting van gewassen leidt tot minder overschot per aangevoerde hoeveelheid stikstof. Dit overschot blijft achter in de bodem en kan deels of geheel uitspoelen. In de Kleiregio was de benuttingsgraad van stikstof op bodemniveau 74%.

Gemiddeld

Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde benuttingsgraad op bodemniveau van stikstof op melkveebedrijven ligt tussen de 60 en 70% in de periode 2006-2022. In 2023 is de benuttingsgraad 73% en daarmee relatief hoog in vergelijking met voorgaande jaren. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Spreiding

Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de benuttingsgraad op bodemniveau van stikstof van melkveebedrijven bedroeg 72%. De helft van de melkveebedrijven had een benuttingsgraad van stikstof in 2023 tussen de 64 en 80%. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Aan- en afvoer

Grafiek wordt geladen...
De aanvoer van stikstof op bodemniveau op melkveebedrijven daalt geleidelijk in de periode 2006-2023. De afvoer fluctueert per jaar en is laag in de droge jaren 2018 en 2022. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Regio

Grafiek wordt geladen...
Melkveebedrijven in de Veenregio hebben een lagere benuttingsraad van stikstof op bodemniveau dan de andere grondsoortregio’s. In 2023 was de benuttingsgraad van stikstof in de Zandregio met 76% het hoogst. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Dalende aanvoer van stikstof

De stikstofbenuttingsgraad op bodemniveau wordt bepaald door de afvoer van de bodem via gewasopbrengsten en de totale aanvoer op de bodem. De aanvoer van stikstof op alle melkveebedrijven bedroeg in 2023 gemiddeld 366 kg per ha. Deze aanvoer bestaat uit meststoffen, depositie, stikstofbinding door vlinderbloemigen en stikstof beschikbaar van mineralisatie uit de organische stof van de bodem. Deze laatste aanvoerpost is vooral aanwezig in de Veenregio. De hoeveelheid stikstof beschikbaar uit mineralisatie per bedrijf wordt bepaald door het aandeel grasland en met vaste forfaits voor veen- en moerige grond. Door het mestbeleid daalde in de periode 2006-2023 de gemiddelde aanvoer van stikstof op de bodem.

De afvoer van stikstof via gewasopbrengsten bedroeg in 2023 gemiddeld 262 kg per ha, evenveel als de afvoer in 2006. Over de jaren heen vertoont de stikstofafvoer per ha een wisselend verloop. In het droge jaar 2018 was de afvoer van stikstof via het gewas laag, terwijl dat in de jaren 2014 en 2017 hoog was.

Stikstofbenuttingsgraad varieert per jaar tussen de 61 en 73%

De benuttingsgraad van stikstof op bodemniveau voor melkveebedrijven in Nederland daalde van 2006 tot aan 2009 en zette daarna een stijging in. In de droge jaren 2018 en 2022 was de benuttingsgraad lager dan in de omliggende jaren. Een hogere benuttingsdraad betekent dat een steeds groter deel van de beschikbare stikstof voor gewassen omgezet wordt in oogstbaar product. Daarnaast betekent het dat een kleiner deel van de beschikbare stikstof in de bodem achterblijft (bodemoverschot), met de kans op af- en uitspoeling naar het grond- en oppervlaktewater. Veranderend mestgebruik, veranderingen in het aandeel gras en mais in het bouwplan en verbeteringen in nutriëntenmanagement zijn debet aan de ontwikkelingen in de benuttingsgraad.

Zandregio

Grafiek wordt geladen...
In de Zandregio is de benuttingsgraad op bodemniveau van stikstof op melkveebedrijven in 2023 het hoogst in de periode 2006-2023. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Kleiregio

Grafiek wordt geladen...
In de Kleiregio is in 2023 de benuttingsgraad op bodemniveau van stikstof op melkveebedrijven met 74% het hoogst in de periode 2006-2023. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Veenregio

Grafiek wordt geladen...
In de Veenregio is in 2023 de benuttingsgraad op bodemniveau van stikstof op melkveebedrijven 65%. Dit is lager dan in de andere regio’s vanwege de aanvoer via mineralisatie. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Lössregio

Grafiek wordt geladen...
In de Lössregio is in 2023 de benuttingsgraad op bodemniveau van stikstof op melkveebedrijven 72%. De benuttingsgraad wisselt sterk tussen de jaren. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

De stikstofbenuttingsgraad op bodemniveau in 2023 was het hoogst in de Zandregio (76%) en was lager in de Löss- en Veenregio (respectievelijk 72% en 65%). Vanwege de aanvoer van stikstof via mineralisatie van organisch gebonden stikstof in de bodem (90-100 kg N per ha) is de stikstofaanvoer in de Veenregio structureel hoger. Daarnaast kunnen regionale verschillen in het aandeel gras en mais en overige gewassen in het bouwplan, de productieomstandigheden (bodem en klimaat) en mestgebruiksnormen de verschillen tussen de grondsoortregio’s verklaren.

Over de indicator

De stikstofbenuttingsgraad op bodemniveau beschrijft het percentage van de aanvoer op de bodem wat via de gewasopbrengst (benutbare afvoer) wordt afgevoerd. De aanvoer bestaat uit stikstof uit dierlijke meststoffen, kunstmest en overige organische meststoffen, uitgangsmateriaal (zaaizaad en pootgoed), mineralisatie, klaverbinding en depositie. De afvoer bestaat uit stikstof in het geoogste deel van het gras inclusief weide-, maai- en oogstverliezen, weidegras, mais en af te voeren akkerbouwgewassen.

De benuttingsgraad op bodemniveau = afvoer in kg stikstof per ha/aanvoer in kg stikstof per ha*100%.

Onwaarschijnlijke uitkomsten worden niet meegenomen. Uitsluitend benuttingsgraden die maximaal 3 x de standaardafwijking van het gemiddelde af liggen zijn meegenomen.

Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.

Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.