Veebezetting op melkveebedrijven

Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks

Veebezetting op melkveebedrijven wederom licht gestegen in 2023

Op de melkveebedrijven binnen de doelpopulatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM), is de veebezetting (fosfaat-gve per ha cultuurgrond) sinds 2019 weer licht aan het stijgen tot 2,24 GVE per ha. Dit is vergelijkbaar met 2000, toen was de veebezetting 2,22 GVE per ha.

Gemiddeld

Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde veebezetting op overige dierbedrijven is sinds 2019 licht aan het stijgen tot 2,24 GVE per ha in 2023.

Spreiding

Grafiek wordt geladen...
De mediane (de middelste waarneming) veebezetting op overige dierbedrijven is sinds 2019 licht gestegen met 4% tot 2,2 GVE per ha. Daarnaast is de spreiding in de periode 2019-2023 toegenomen. Vanaf 2019 zijn de 20% grootste bedrijven met 4% gestegen tot 2,7 GVE per ha in 2023.

Diersoort

Grafiek wordt geladen...
Sinds 2016 is de jongveebezetting van 17% gedaald tot 14%, aangedreven door het fosfaatrechtenstelsel.

Regio

Grafiek wordt geladen...
In de Zandregio is de veebezetting van melkveebedrijven het hoogst, gevolgd door de Kleiregio, en als laatste de Veen- en Lössregio.

Aan het begin van deze eeuw daalde de veebezetting per ha vooral als gevolg van de melkproductiestijging per dier. Bij een gelijkblijvend melkquotum zijn daardoor minder melkkoeien nodig om het quotum vol te melken. De jaren daarna nam het aantal GVE per ha toe in alle regio’s. Wanneer de melkquotering in 2015 verdwijnt, neemt de veebezetting toe, wat doorgaat tot eind 2016. Daarna dwingen het Fosfaatreductieplan en het fosfaatrechtenstelsel melkveehouders om hun veestapel te verkleinen. Na 2019 zet de groei echter weer in. Deze groei is vindt voornamelijk plaats in de Zand- en Lössregio. In de Klei- en Veenregio is de veebezetting sinds 2019 vrijwel stabiel.

Jongveebezetting neemt af

Sinds 2016 neemt de veebezetting voor jongvee af in alle regio’s door de maatregelen voor fosfaatreductie en door de aandacht voor de verlenging van de levensduur van melkkoeien. De verlenging van de levensduur leidt tot een kleinere jongveestapel. Het jongvee is deels uitgewisseld met melkkoeien. Op melkveebedrijven zijn de overige graasdieren en de staldieren van gering belang in de veebezetting per ha.

Zandregio

Grafiek wordt geladen...
In 2023 is de veebezetting op melkveebedrijven in de Zandregio 2,3 GVE per ha. Sinds 2019 is de veebezetting in de Zandregio met 0,1 GVE per ha toegenomen.

Kleiregio

Grafiek wordt geladen...
In 2023 is de veebezetting op melkveebedrijven in de Kleiregio 2,1 GVE per ha. Sinds 2019 is de veebezetting in de Kleiregio licht toegenomen met 0,1 GVE per ha.

Veenregio

Grafiek wordt geladen...
In 2023 is de veebezetting op melkveebedrijven in de Veenregio 2,1 GVE per ha. Sinds 2019 is de veebezetting in de Veenregio licht toegenomen met 0,1 GVE per ha.

Lössregio

Grafiek wordt geladen...
In 2023 is de veebezetting op melkveebedrijven in de Lössregio 2,1 GVE per ha. Sinds 2019 is de veebezetting in de Lössregio met 0,1 GVE per ha toegenomen.

Over de indicator

Deze pagina beschrijft het aantal grootvee-eenheden (GVE) per ha cultuurgrond. Het aantal GVE op een bedrijf is de optelsom van het gemiddeld aanwezige aantal landbouwdieren op het bedrijf omgerekend naar de fosfaatproductie van één melkkoe. Basis voor de omrekeningen zijn de fosfaatproductienormen die in 2001 ten tijde van het Mineralenaangiftesysteem (MINAS) werden gehanteerd. Zo telt een kalf voor 0,22 GVE mee in het totaal, en jongvee in de leeftijd van 1-2 jaar voor 0,44 GVE en een vleesvarken voor 0,18 GVE.

Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens zijn afkomstig uit de CBS-Landbouwtelling, die het aantal dieren op 1 april vastlegt, tenzij er sprake is van tijdelijke leegstand. In de afgelopen jaren worden de aantallen dieren overgenomen uit registers zoals het I&R-systeem of het KIP-systeem. Bij tijdelijke leegstand op 1 april wordt het jaargemiddelde van het voorgaande jaar gebruikt in plaats van nul dieren, zodat het bedrijf toch een aantal GVE's (grootvee-eenheden) krijgt. 
Alleen bedrijven die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor deze bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro aan standaardopbrengsten moeten hebben en meer dan 10 hectare cultuurgrond moeten bezitten.