Bedrijfsomvang dieren op overige dierbedrijven

Laatste update: 31 juli 2026 Update frequentie: Jaarlijks

Gemiddelde omvang veestapel op overige dierbedrijven in 2025 afgenomen ten opzichte van het voorgaande jaar

Overige dierbedrijven in de doelpopulatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) zijn de afgelopen 20 jaar steeds kleiner geworden. In 2025 is de gemiddelde bedrijfsomvang 58 GVE. Dit is ongeveer 3 GVE kleiner dan de gemiddelde bedrijfsomvang in het voorgaande jaar en ongeveer 5 GVE kleiner dan het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren.

Gemiddeld

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde bedrijfsomvang van overige dierbedrijven is sinds 2000 met 18% afgenomen tot 58 GVE in 2025.

Spreiding

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2025 is de mediaan (middelste waarneming) 24,0 GVE. 60% van de overige dierbedrijven heeft een bedrijfsomvang tussen 10,4 en 69,8 GVE. Sinds 2000 is de mediaan met 49% gedaald.

Diersoort

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Overige dierbedrijven houden voornamelijk graasdieren, maar ook staldieren. Het aandeel graasdieren is in de periode 2000-2025 gestegen tot 79% in 2025.

Regio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De bedrijfsomvang van overige dierbedrijven in de Lössregio is aanmerkelijk kleiner in vergelijking met de Klei- en de Zandregio.

Er is een groot verschil tussen de gemiddelde bedrijfsomvang (57,7 GVE in 2025) en de mediaan (24,0 GVE in 2025). De meeste overige dierbedrijven zijn kleiner dan het gemiddelde . Een relatief klein deel van de overige dierbedrijven is behoorlijk groot, waardoor het gemiddelde hoger wordt dan de mediaan.

Grootste krimp in de Zandregio

In alle regio’s zijn de overige dierbedrijven kleiner geworden in de periode 2000-2025. In de Zandregio is de krimp met 24% het grootst. In de Klei- en Lössregio was de krimp kleiner (respectievelijk 9% en 7%).

Zandregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde bedrijfsomvang van overige dierbedrijven in de Zandregio is sinds 2000 met 24% gedaald tot 58,1 GVE in 2025.

Kleiregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde bedrijfsomvang van overige dierbedrijven in de Kleiregio is sinds 2000 met 9% gedaald tot 58,2 GVE in 2025.

Lössregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde bedrijfsomvang van overige dierbedrijven in de Lössregio is sinds 2000 met 7% gedaald tot 42,9 GVE in 2025.

Over de indicator

Deze pagina beschrijft de bedrijfsomvang uitgedrukt in het aantal grootvee-eenheden (GVE) per bedrijf. Een grootvee-eenheid is een standaardmaat die wordt gebruikt om verschillende soorten vee met elkaar te vergelijken op basis van hun productie van mest en voedingsbehoefte. Het doel van deze maat is om een uniforme eenheid te creëren waarmee je dieren zoals koeien, varkens, schapen, en kippen kunt omrekenen naar een gemeenschappelijke schaal, gebaseerd op hun fosfaatproductie.

Eén melkkoe wordt als referentie gebruikt en staat gelijk aan 1 GVE. Andere dieren, zoals kalveren of varkens, hebben een lagere waarde. Zo telt een kalf bijvoorbeeld voor 0,22 GVE en een vleesvarken voor 0,18 GVE, afhankelijk van hun fosfaatproductie. De GVE-maatstaf helpt bij het berekenen van de totale mestproductie van een veehouderij.

Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens zijn afkomstig uit de CBS-Landbouwtelling, die het aantal dieren op 1 april vastlegt, tenzij er sprake is van tijdelijke leegstand. In de afgelopen jaren worden de aantallen dieren overgenomen uit registers zoals het I&R-systeem of het KIP-systeem. Bij tijdelijke leegstand op 1 april wordt het jaargemiddelde van het voorgaande jaar gebruikt in plaats van nul dieren, zodat het bedrijf toch een aantal GVE's (grootvee-eenheden) krijgt.

Alleen bedrijven die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Hierbij geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst moeten hebben en 10 ha of meer cultuurgrond moeten bezitten.