Agro Vertrouwensindex land- en tuinbouw zakt opnieuw een indexpunt in eerste kwartaal 2026 |
5-6-2026 |
Het vertrouwen dat boeren en tuinders in de land- en tuinbouw in hun onderneming hebben, is in het eerste kwartaal van 2026 met 0,7 punten gedaald ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. De Agro Vertrouwensindex staat nu op 4,5 punten.
Het nulpunt geeft aan dat er evenveel positief als negatief gestemde ondernemers zijn. Het vertrouwen van ondernemers ligt ook lager dan het langlopende gemiddelde van ongeveer 10,5 punten. Hoewel de dalingen beperkt van omvang zijn, is dit wel het vierde achtereenvolgende kwartaal waarin de Agro Vertrouwensindex zakt.
Vooral bij glastuinders daalde het vertrouwen sterk ten opzichte van de vorige meting. Het vertrouwen van tuinders nam 12 punten af en daalt hiermee onder nul. Dit geeft aan dat er meer tuinders negatief dan positief zijn over hun eigen bedrijfsvoering. Ook opengrondstuinbouwtelers kenden een negatieve correctie. De index daalde daar met bijna 5 indexpunten. Bij pluimveehouders daalde het vertrouwen ook, hoewel de daling hier beperkt bleef tot minder dan een punt. Akkerbouwers, die samen met glastuinbouwers in het eerste kwartaal van 2026 de enige twee sectoren waren met een negatieve index, bleven ondanks een kleine positieve correctie (+1 punt) gemiddeld pessimistische over hun bedrijfsvoering.
Dat de diversiteit in de land- en tuinbouw groot is, bleek uit het feit dat er ook sectoren waren waar het vertrouwen sterk groeide. Zo liet de varkenshouderij een toename van maar liefst 18 punten zien, waardoor de Agro Vertrouwensindex in deze sector weer boven het nulpunt uitkwam. Ook steeg het vertrouwen bij de melkveehouderij met 8 punten. Daar werd het negatieve sentiment omgezet in een licht positief vertrouwen in het eigen bedrijf. Tot slot waren biologische bedrijven in de land- en tuinbouw positiever dan een kwartaal geleden. Met een toename van bijna 6 indexpunten steeg de Agro Vertrouwensindex van de biologische sector naar bijna 26 punten. Daarmee is de biologische sector de sector met de meest optimistische ondernemers.
De vertrouwensindex is opgebouwd uit twee indexen: de stemmingsindex en de index met betrekking tot de verwachtingen voor het bedrijf voor de middellange termijn. De stemmingsindex van de land- en tuinbouw daalde met bijna 6 punten, terwijl de verwachtingen voor de middellange termijn beter werden (3,2 punten).
De huidige stemming op het bedrijf werd in het eerste kwartaal van 2026 door vier van de zeven sectoren negatiever beoordeeld dan een kwartaal geleden. Terwijl de stemming in de varkenshouderij, pluimveehouderij en biologische sector veel optimistischer werd, waren het vooral de sectoren glas- en opengrondstuinbouw en akkerbouw waar de stemming pessimistischer werd (dalingen van respectievelijk 8, 5 en 4 punten). In de melkveehouderij was de negatieve correctie bescheiden (minder dan 2 punten).
Het absolute niveau van de stemmingsindex van de pluimveehouderij bevindt zich momenteel op een recordhoogte van 67,5 punten. Dat is ruim tweemaal zoveel als het langlopende gemiddelde van deze sector. Ook de biologische sector geeft met een score van 25 punten aan dat de stemming op het bedrijf in het eerste kwartaal van 2026 uitstekend is. Ook daar ligt de huidige index sterk boven het langlopende gemiddelde. Bij de akkerbouwers staat de stemmingsindex op een kleine 6 punten. Daarmee is hij ver verwijderd van wat in deze sector gebruikelijk is (21,4 punten). De stemmingsindex van de varkenshouderij ligt ongeveer 6 punten hoger dan het langlopende gemiddelde. De stemmingsindex van de melkveehouders is nagenoeg gelijk aan het langjarige gemiddelde. Voor de land- en tuinbouwsector in het algemeen is de stemmingsindex lager dan gebruikelijk. Dat is voor het eerst sinds het derde kwartaal van 2024 het geval.
De verwachtingen voor de middellange termijn zijn in het eerste kwartaal van 2026 enigszins verbeterd (met ruim 3 punten) maar blijven negatief (-5,5 punten) en liggen ook onder het langjarige gemiddelde van 2 punten. De positieve veranderingen waren het sterkst bij de varkenshouderij (+23,4 punten) en melkveehouderij (+14,9 punten). De glastuinbouw (-15,5 punten) en pluimveehouderij (-9,4 punten) waren de twee sectoren met de meest negatieve ontwikkeling in het eerste kwartaal van 2026. De aanpassingen voor de andere sectoren waren relatief beperkt. De biologische sector (+2,9 punten) en de akkerbouw (+4,8 punt) gingen er licht op vooruit, en de opengrondstuinbouw (-4,6 punten) had een licht negatieve aanpassing.
De biologische sector is veruit het positiefst over de middellangetermijnverwachtingen voor het eigen bedrijf. Met een score van 17 punten ligt het niveau in deze sector veel hoger dan in andere sectoren in het eerste kwartaal van 2026. Dankzij de eerder vermelde stijging bij de varkenshouderij zijn de verwachtingen van ondernemers in deze sector weer positief (7,5 punt). Het niveau ligt daar dus echter wel 10 punten onder dat van de biologische sector. Ondernemers in andere sectoren hebben gemiddeld genomen zorgen over de toekomst; de indexen zijn bij de overige sectoren allemaal negatief. In de glastuinbouw en akkerbouw zijn de ondernemers veruit het negatiefst, met een index van respectievelijk -16 en -12 punten. Ook in andere sectoren zijn de ondernemers somber. Voor zowel de opengrondstuinbouw, de melkveehouderij als de pluimveehouderij is de huidige index lager dan gebruikelijk in deze sectoren. |