Fosfaatbemesting op derogatiebedrijven

Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks

Dalende trend in fosfaatbemesting

De fosfaatbemesting op bedrijven in het derogatiemeetnet is sinds 2015 voornamelijk afkomstig uit dierlijke mest, terwijl in de jaren ervoor ook nog zo’n 3 kg/ha afkomstig was uit fosfaatkunstmest. De totale fosfaatbemesting vertoont een dalende trend in de periode 2006-2022.

Fosfaatbemesting gedaald in 2022

De totale fosfaatbemesting voor alle bedrijven in het derogatiemeetnet vertoont in de periode 2006-2022 een dalende trend (-26%), van gemiddeld 100 kg/ha in 2006 naar 74 kg/ha in 2022. Deze trend is in alle regio’s zichtbaar. In 2021 lag de fosfaatbemesting met 78 kg/ha ten opzichte van de omliggende jaren wat hoger, vooral als gevolg van een hoger gebruik van fosfaat uit dierlijke mest. De afnemende trend in de totale fosfaatbemesting over de gehele periode 2006-2022 is het gevolg van een daling van de toelaatbare fosfaatbemesting per hectare door verlaging van de fosfaatgebruiksnormen en het per 2010 afhankelijk maken van de fosfaatgebruiksnormen van de fosfaattoestand van de bodem (fosfaatdifferentiatie). In de periode 2009-2014 geldt voor bedrijven uit het derogatiemeetnet dat de fosfaatbemesting gemiddeld voor 96-97% bestond uit dierlijke mest. In 2006 lag dit aandeel gemiddeld genomen nog op 88%. Oorzaak hiervan was een daling van de fosfaatkunstmestbemesting van 11 kg/ha in 2006 naar ongeveer 3 kg/ha vanaf 2009.

Sinds 15 mei 2014 mag op derogatiebedrijven geen fosfaatkunstmest meer worden gebruikt. Het aandeel fosfaatbemesting uit dierlijke mest is daardoor verder toegenomen tot gemiddeld 99% van 2015 tot en met 2020. In 2021 en 2022 ging het om 98%. De fosfaatbemesting uit overige organische mest is zeer beperkt op bedrijven in het derogatiemeetnet. In de meeste jaren gaat het om een halve kg/ha of minder, al vond in 2021 en 2022 een toename plaats naar respectievelijk 1,2 kg/ha en 1,3 kg/ha.

Gemiddeld

Grafiek wordt geladen...
Het gemiddeld fosfaatgebruik per ha op derogatiebedrijven daalt sinds 2006. In 2022 bedraagt de totale bemesting 75 kg per hectare.

Herkomst

Grafiek wordt geladen...
De fosfaatbemesting op derogatiebedrijven bestaat bijna volledig uit fosfaat uit dierlijke mest.

Regio

Grafiek wordt geladen...
Het gemiddeld fosfaatgebruik per ha op derogatiebedrijven in de Klei- en Zandregio 250 is het hoogst en in de Zandregio 230 het laagst.

Verschil tussen fosfaatgebruik en fosfaatgebruiksruimte fluctueert

De gemiddelde fosfaatgebruiksnorm op bedrijven in het derogatiemeetnet daalde van 108 kg/ha in 2006 naar zo’n 84 kg/ha vanaf 2015. Hierdoor nam het verschil tussen de fosfaatgebruiksnorm en de fosfaatbemesting af van 8 kg/ha in 2006 tot rond de 5 kg/ha in de periode 2011 tot en met 2014. Sinds 2015 is het verschil tussen de fosfaatgebruiksnorm en de fosfaatbemesting weer toegenomen tot 13 kg/ha in 2019. In 2020 en 2021 nam het verschil juist weer af naar respectievelijk 10 en 7 kg/ha als gevolg van een toenemend gebruik van fosfaat uit dierlijke mest. In 2022 volgde een kleine toename van de niet-benutte fosfaatgebruiksruimte naar 11 kg/ha als gevolg van een lager fosfaatgebruik uit dierlijke mest.

Zandregio - 230

Grafiek wordt geladen...
De fosfaatbemesting op derogatiebedrijven bestaat bijna volledig uit fosfaat uit dierlijke mest.

Zandregio - 250

Grafiek wordt geladen...
De fosfaatbemesting op derogatiebedrijven bestaat bijna volledig uit fosfaat uit dierlijke mest.

Kleiregio

Grafiek wordt geladen...
De fosfaatbemesting op derogatiebedrijven bestaat bijna volledig uit fosfaat uit dierlijke mest.

Veenregio

Grafiek wordt geladen...
De fosfaatbemesting op derogatiebedrijven bestaat bijna volledig uit fosfaat uit dierlijke mest.

Lössregio

Grafiek wordt geladen...
De fosfaatbemesting op derogatiebedrijven bestaat bijna volledig uit fosfaat uit dierlijke mest.

Over de indicator

Deze indicator beschrijft de totale hoeveelheid fosfaat uit meststoffen die per ha cultuurgrond wordt gebruikt. Er zijn 3 typen meststoffen: kunstmest, dierlijke mest (inclusief weidemest) en overige organische meststoffen. De totale hoeveelheid gebruikte mest op bedrijfsniveau wordt berekend als:

Mestgebruik bedrijf = Productie + Beginvoorraad – Eindvoorraad + Aanvoer – Afvoer.

De productie van dierlijke mest wordt bepaald uit de aantallen dieren per diercategorie en de excretie per dier (norm of specifieke berekening). Begin- en eindvoorraden en aan- en afvoer van meststoffen worden bepaald aan de hand van de opgave in BIN. De nutriëntengehalten worden specifiek per bedrijf gehanteerd indien voorhanden en anders worden forfaitaire normen gebruikt.

Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.

Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.