Stikstofbemesting op bedrijven in het derogatiemeetnet

Laatste update: 30 september 2026 Update frequentie: Jaarlijks

Stikstofbemesting in 2024 gedaald

Het totale gebruik van stikstof per ha is in 2024 voor het vierde jaar op rij gedaald en bedroeg 326 kg per hectare. Niet eerder sinds het bestaan van het derogatiemeetnet was de totale stikstofbemesting per ha zo laag. De stikstofkunstmestgift nam in 2024 met 6 kg per ha toe ten opzichte van 2023 en bedroeg 126 kg per ha. Het stikstofkunstmestverbruik week in 2024 niet significant af van het gemiddelde verbruik in de jaren ervoor (2006 tot en met 2023).

Gemiddeld

De gemiddelde stikstofbemesting op bedrijven in het derogatiemeetnet bedroeg in 2024 326 kg per ha.

Herkomst

Het aandeel kunstmest in het totaal mestgebruik op melkveebedrijven schommelt in de meeste jaren rond de 35%, maar nam in 2024 toe naar 39%.

Regio

In de Kleiregio is het stikstofgebruik per ha het hoogst en in de Lössregio het laagst.

Aandeel stikstofbemesting uit dierlijke mest gedaald in 2024

Het gemiddelde gebruik van stikstof uit dierlijke mest is aanzienlijk gedaald, van 219 kg in 2023 naar 199 kg per ha in 2024. Het gemiddelde gebruik van stikstof uit dierlijke mest toont over de periode 2006 tot en met 2024 een significant dalende trend. In 2006 lag de bemesting met stikstof uit dierlijke mest met 241 kg per ha 21% hoger dan in 2024. De stikstofkunstmestgift is de afgelopen jaren weer toegenomen. In 2018 was de stikstofkunstmestgift met 118 kg per ha relatief laag. In de jaren erna nam de gift toe tot 126 kg per ha in 2024. Over de gehele periode 2006 tot en met 2024 laat het stikstofkunstmestgebruik een dalende trend zien. Het aandeel dierlijke mest in de totale stikstofbemesting is in 2024 gedaald naar 61%. Dat aandeel was nog niet eerder zo klein. Het aandeel kunstmest in de stikstofbemesting nam in 2024 toe naar 39%. Dat aandeel was niet eerder zo groot. De bijdrage van overige organische mest aan de stikstofbemesting is met (afgerond) 1 kg per ha klein.

De Kleiregio is de regio waar in alle jaren het aandeel stikstof uit dierlijke mest in de totale stikstofbemesting het laagst lag. Dit heeft onder andere te maken met het hogere totale stikstofbemestingsniveau in de Kleiregio (2024: 359 kg stikstof per ha, ten opzichte van 326 kg per ha bij alle bedrijven in het derogatiemeetnet), terwijl de gift met dierlijke mest gelimiteerd was door de gebruiksnorm dierlijke mest. De totale stikstofbemesting was in 2024 het laagst in de regio Löss met 294 kg per ha, gevolgd door de regio’s Veen, Zand Midden/Zuid en Zand Noord, met respectievelijk 306, 311 en 313 kg per ha. De totale stikstofbemesting was het hoogst in de Kleiregio, met 359 kg per ha. In de regio Zand Noord werd in vergelijking met de andere regio’s de meeste overige organische mest gebruikt. In 2024 ging het gemiddeld om 5 kg per ha.

Zandregio - Midden/Zuid

Het aandeel kunstmest in het totale mestgebruik op bedrijven in de regio Zand Midden/Zuid van het derogatiemeetnet is in 2024 gestegen naar 38%.

Zandregio - Noord

Het aandeel kunstmest in het totale mestgebruik op bedrijven in de regio Zand-Noord van het derogatiemeetnet is in 2024 gestegen naar 35%.

Kleiregio

Het aandeel kunstmest in het totale mestgebruik op bedrijven in de Kleiregio van het derogatiemeetnet is in 2024 gestegen naar 43%.

Veenregio

Het aandeel kunstmest in het totale mestgebruik op bedrijven in de Veenregio van het derogatiemeetnet is in 2024 gestegen naar 35%.

Lössregio

Het aandeel kunstmest in het totale mestgebruik op bedrijven in de Lössregio van het derogatiemeetnet bedraagt 31% in 2024.

De resultaten op deze pagina zijn berekend op basis van gegevens van juni 2024, hetzelfde peilmoment als het basismeetnet van LMM. Dit is na het verschijnen van de rapportage ‘Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2024’(externe link). Daardoor kunnen de uitkomsten beperkt afwijken van de cijfers zoals gepubliceerd in hiervoor genoemde rapportage.


Over de indicator

Deze indicator beschrijft de totale hoeveelheid stikstof uit meststoffen die per ha cultuurgrond wordt gebruikt. Er zijn drie typen meststoffen: kunstmest, dierlijke mest (inclusief weidemest) en overige organische meststoffen. De totale hoeveelheid gebruikte mest op bedrijfsniveau wordt berekend als:

Mestgebruik bedrijf = Productie + Beginvoorraad – Eindvoorraad + Aanvoer – Afvoer. 

De productie van dierlijke mest wordt bepaald aan de hand van de aantallen dieren per diercategorie en de excretie per dier (norm of bedrijfsspecifieke berekening). Voor stikstof betreft het de nettoproductie na aftrek van gasvormige verliezen uit stal en opslag. De begin- en eindvoorraden en aan- en afvoer van meststoffen worden bepaald aan de hand van de opgave in het Bedrijveninformatienet. De nutriëntengehalten worden specifiek per bedrijf gehanteerd indien voorhanden. Zo niet, dan worden er forfaitaire normen gebruikt.

Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens voor de indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet (BIN) van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische zaken en duurzaamheid.

Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen worden getoond. Voor deze bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken. Voor het derogatiemeetnet geldt specifiek de voorwaarde dat de bedrijven zich voor derogatie hebben aangemeld. De getoonde informatie is afkomstig van de bedrijven in het derogatiemeetnet.