Bedrijfsomvang dieren op melkveebedrijven
Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks
Melkveebedrijven in de doelpopulatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) groeien tussen 2000 en 2023 gemiddeld met ongeveer 74% in aantal grootvee-eenheden (GVE), tot 139 GVE per bedrijf.
Gemiddeld
Grafiek wordt geladen...
Tussen 2000 en 2023 stijgt de gemiddelde bedrijfsomvang (uitgedrukt in fosfaat-GVE) met ongeveer 74% tot 139 GVE in 2023.
Spreiding
Grafiek wordt geladen...
Tussen 2000 en 2023 is de spreiding tussen bedrijven steeds groter geworden, vooral omdat de grotere bedrijven flink zijn gegroeid. Zo is het 80e percentiel met 73% gegroeid, de mediaan (middelste waarneming) met 64%, en het 20e percentiel met 55%.
Diersoort
Grafiek wordt geladen...
Melkveebedrijven richten zich vooral op het houden van melkkoeien en jongvee. Andere graasdieren en staldieren zijn nauwelijks te vinden op deze bedrijven. Het aandeel melkkoeien per bedrijf groeit, terwijl het aandeel jongvee juist daalt.
Regio
Grafiek wordt geladen...
Tussen 2019 en 2023 is de bedrijfsomvang van melkveebedrijven in elke regio toegenomen. In de Kleiregio is de gemiddelde bedrijfsomvang groter dan in de andere regio’s.
De verbeterde rentabiliteit en de aankondiging van de afschaffing van de melkquotering in 2013 zorgen voor een sterke groei in het aantal GVE. Wanneer de melkquotering in 2015 verdwijnt, schalen melkveebedrijven flink op, wat doorgaat tot eind 2016. Daarna dwingen het Fosfaatreductieplan en het fosfaatrechtenstelsel melkveehouders om hun veestapel te verkleinen. Gemiddeld neemt de veestapel per bedrijf tussen 2016 en 2019 met 6 GVEaf. Daarna neemt de bedrijfsomvang weer jaarlijks toe.
Tussen 2000 en 2023 groeit de bedrijfsomvang in alle grondsoortregio's. De Kleiregio heeft de grootste groei met 80%, en in 2023 ook de grootste bedrijfsomvang met 152 GVE. In de Lössregio houden boeren iets meer jongvee in verhouding tot het aantal melkkoeien in vergelijking met andere regio’s.
Zandregio
Grafiek wordt geladen...
In de Zandregio is de bedrijfsomvang in 2023 met 5 grootvee-eenheden (GVE) gegroeid ten opzichte van 2022, tot 134 GVE.
Kleiregio
Grafiek wordt geladen...
In de Kleiregio is de bedrijfsomvang in 2023 met 5 grootvee-eenheden (GVE) gegroeid ten opzichte van 2022, tot 151 GVE.
Veenregio
Grafiek wordt geladen...
In de Veenregio is de bedrijfsomvang in 2023 met 4 grootvee-eenheid (GVE) gegroeid ten opzichte van 2022, tot 132 GVE.
Lössregio
Grafiek wordt geladen...
In de Lössregio is de bedrijfsomvang in 2023 met 2 grootvee-eenheid (GVE) gegroeid ten opzichte van 2022, tot 124 GVE.
Over de indicator
Deze pagina beschrijft de bedrijfsomvang uitgedrukt in het aantal grootvee-eenheden (GVE) per bedrijf. Een grootvee-eenheid is een standaardmaat die wordt gebruikt om verschillende soorten vee met elkaar te vergelijken op basis van hun productie van mest en voedingsbehoefte. Het doel van deze maat is om een uniforme eenheid te creëren waarmee je dieren zoals koeien, varkens, schapen, en kippen kunt omrekenen naar een gemeenschappelijke schaal, gebaseerd op hun fosfaatproductie.Eén melkkoe wordt als referentie gebruikt en staat gelijk aan 1 GVE. Andere dieren, zoals kalveren of varkens, hebben een lagere waarde. Zo telt een kalf bijvoorbeeld voor 0,22 GVE en een vleesvarken voor 0,18 GVE, afhankelijk van hun fosfaatproductie. De gve-maatstaf helpt bij het berekenen van de totale mestproductie van een veehouderij.
Bron en getoonde groep bedrijven
De gegevens zijn afkomstig uit de CBS-Landbouwtelling, die het aantal dieren op 1 april vastlegt, tenzij er sprake is van tijdelijke leegstand. In de afgelopen jaren worden de aantallen dieren overgenomen uit registers zoals het I&R-systeem of het KIP-systeem. Bij tijdelijke leegstand op 1 april wordt het jaargemiddelde van het voorgaande jaar gebruikt in plaats van nul dieren, zodat het bedrijf toch een aantal GVE's (grootvee-eenheden) krijgt.Alleen bedrijven die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Hierbij geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst moeten hebben en meer dan 10 ha cultuurgrond moeten bezitten.