Stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven

Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks

Stikstofbodemoverschot per ha gedaald in 2023 met 29 kg per ha

De aanvoer en afvoer van stikstof op bedrijfsniveau bepaalt het bedrijfsoverschot en in belangrijke mate ook het bodemoverschot. Op melkveebedrijven in de Veenregio van het Landelijk Meetnet effecten mestbeleid (LMM) was de aanvoer van stikstof via (netto)mineralisatie in 2023 zo’n 95 kg per ha cultuurgrond. Vooral vanwege deze aanvoer was het stikstofbodemoverschot in de Veenregio (2023: 171 kg stikstof per ha) van alle grondsoortregio’s het hoogst. Het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven in 2023 was met gemiddeld 123 kg per ha het laagste van de hele periode 1991-2023.

Gemiddeld

Grafiek wordt geladen...
Het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven in 2023 bedroeg 123 kg per ha. Dit is het laagste niveau sinds de start van het LMM. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Spreiding

Grafiek wordt geladen...
De spreiding in het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven in 2023 bedroeg 91 tot 156 kg per ha (25-75-procentwaarden). De mediaan (middelste waarneming) bedroeg in 2023 123 kg stikstof per ha. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Regio

Grafiek wordt geladen...
In alle regio’s trad in 2023 een daling op van het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven ten opzichte van het jaar ervoor. In de Veenregio is vanwege de aanvoer van stikstof via mineralisatie, het stikstofbodemoverschot per ha hoger dan in andere grondsoortregio’s. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Historische data

Grafiek wordt geladen...
In de jaren negentig bedroeg het gemiddelde stikstofbodemoverschot per grondsoortregio ruim 300 kg stikstof per ha. De eerste jaren na de eeuwwisseling was dit niveau gedaald tot ongeveer 175 kg stikstof per ha.

In 2023 hadden melkveehouders in de Kleiregio een bodemoverschot van gemiddeld 123 kg stikstof per ha. De collega’s in de Zandregio (104 kg stikstof per ha) en de Lössregio (93 kg stikstof per ha) zaten daaronder. In alle grondsoortregio’s was het stikstofbodemoverschot in 2023 lager dan in het voorafgaande jaar, gemiddeld ongeveer 29 kg per ha minder. Door veranderingen in de steekproef in de Veenregio komen kleine fluctuaties in het gemiddelde aandeel veengrond voor die doorwerken in de stikstof aanvoer via (netto)mineralisatie en daarmee in het gemiddelde en de spreiding van bodemoverschot. De spreiding in het stikstofbodemoverschot in 2023 gaf een minimaal (25-procentwaarde) overschot van 149 kg per ha voor de Veenregio. In de andere regio’s lag die grenswaarde op gelijk niveau tot ongeveer 75 kg per ha lager. Voor het maximum (75-procentwaarde) gold een overschot van 198 kg per ha in de Veenregio, wat tot 101 kg hoger was in vergelijking met andere grondsoortregio’s.

Zandregio

Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven in de Zandregio bedroeg in 2023 105 kg per ha. De helft van het aantal melkveebedrijven heeft een stikstofbodemoverschot wat in 2023 lag tussen de 74 tot 136 kg per ha. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Kleiregio

Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven in de Kleiregio bedroeg in 2023 126 kg per ha. De helft van het aantal melkveebedrijven heeft een stikstofbodemoverschot wat in 2023 lag tussen de 98 tot 148 kg per ha. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Veenregio

Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven in de Veenregio bedroeg in 2023 174 kg per ha. De helft van het aantal melkveebedrijven heeft een stikstofbodemoverschot wat in 2023 lag tussen de 149 tot 198 kg per ha. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Lössregio

Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven in de Lössregio bedroeg in 2023 93 kg per ha. De helft van het aantal melkveebedrijven heeft een stikstofbodemoverschot wat in 2023 lag tussen de 76 tot 107 kg per ha. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Afnemende stikstofdepositie

Naast aanvoerposten in de bedrijfsnutriëntenboekhouding wordt in de bodemboekhouding rekening gehouden met de aanvoer van stikstof door depositie, stikstofbinding door vlinderbloemige gewassen en (netto)mineralisatie op bedrijven met veen- en moerige gronden. In 2023 was het totaal van deze drie aanvoerposten 54 kg stikstof per ha. Hiervan was gemiddeld 13 kg stikstof per ha afkomstig uit stikstofbinding door vlinderbloemige gewassen. De gemiddelde depositie op melkveebedrijven in het LMM is in de periode 2006-2023 gedaald van 30 naar 18 kg stikstof per ha. Op melkveebedrijven in de Veenregio was de stikstofaanvoer door (netto)mineralisatie van organische bodems gemiddeld ongeveer 95 kg per ha. De gemiddelde mineralisatie per ha cultuurgrond neemt af, doordat het aandeel veengrond op melkveebedrijven in de Veenregio is gedaald. In de andere regio’s speelt de mineralisatie niet of nauwelijks een rol.

Nederland

Grafiek wordt geladen...
De stikstofaanvoer op de bodem van melkveebedrijven bedroeg in 2023 gemiddeld 353 kg per ha en bestaat voor 85% uit aanvoer van de bedrijfsboekhouding. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Zandregio

Grafiek wordt geladen...
De stikstofaanvoer op de bodem van melkveebedrijven in de Zandregio bedroeg in 2023 gemiddeld 351 kg per ha en bestaat voor 88% uit aanvoer van de bedrijfsboekhouding. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Kleiregio

Grafiek wordt geladen...
De stikstofaanvoer op de bodem van melkveebedrijven in de Kleiregio bedroeg in 2023 gemiddeld 345 kg per ha en bestaat voor 89% uit aanvoer van de bedrijfsboekhouding. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Veenregio

Grafiek wordt geladen...
De stikstofaanvoer op de bodem van melkveebedrijven in de Veenregio bedroeg in 2023 gemiddeld 378 kg per ha en bestaat voor 69% uit aanvoer van de bedrijfsboekhouding en voor 25% uit aanvoer via mineralisatie. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Lössregio

Grafiek wordt geladen...
De stikstofaanvoer op de bodem van melkveebedrijven in de Lössregio bedroeg in 2023 gemiddeld 321 kg per ha en bestaat voor 88% uit aanvoer van de bedrijfsboekhouding. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Emissie bepaalt mede het bodemoverschot

De afvoer van stikstof door weide-, stal- opslag- en mestaanwendingsemissie op melkveebedrijven bedroeg in 2023 gemiddeld 55 kg per ha. Hiervan is bijna 33 kg stikstof per ha afkomstig uit de stal en mestopslag, 1 kg stikstof per ha vanuit beweiding en 21 kg stikstof per ha afkomstig van mestaanwending. De emissie naar de lucht wordt in mindering gebracht op de hoeveelheid stikstof van het bedrijfsoverschot om uiteindelijk het bodemoverschot te berekenen.

Nederland

Grafiek wordt geladen...
De stikstofafvoer op de bodem van melkveebedrijven bedroeg in 2023 gemiddeld 231 kg per ha en bestaat voor 76% uit afvoer van de bedrijfsboekhouding. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Zandregio

Grafiek wordt geladen...
De stikstofafvoer op de bodem van melkveebedrijven in de Zandregio bedroeg in 2023 gemiddeld 246 kg per ha en bestaat voor 80% uit afvoer van de bedrijfsboekhouding. Het jaar 2023 betreft4voorlopige cijfers.

Kleiregio

Grafiek wordt geladen...
De stikstofafvoer op de bodem van melkveebedrijven in de Kleiregio bedroeg in 2023 gemiddeld 222 kg per ha en bestaat voor 73% uit afvoer van de bedrijfsboekhouding. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Veenregio

Grafiek wordt geladen...
De stikstofafvoer op de bodem van melkveebedrijven in de Veenregio bedroeg in 2023 gemiddeld 207 kg per ha en bestaat voor 73% uit afvoer van de bedrijfsboekhouding. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Lössregio

Grafiek wordt geladen...
De stikstofafvoer op de bodem van melkveebedrijven in de Veenregio bedroeg in 2023 gemiddeld 207 kg per ha en bestaat voor 73% uit afvoer van de bedrijfsboekhouding. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.

Over de indicator

De indicator stikstofbodemoverschot geeft de omvang van het overschot aan stikstof op de bodem, uitgedrukt in kilogram stikstof per ha. Het bodemoverschot is het gedeelte van de nutriëntenaanvoer aan de bodem dat niet door het geproduceerde gewas wordt opgenomen.

Het bodemoverschot is het gedeelte van de nutriëntenaanvoer aan de bodem dat niet door het geproduceerde gewas wordt opgenomen. Dit blijft onbenut in de bodem en kan gevoelig zijn voor uitspoeling richting het grondwater. Naast uitspoelen kan de stikstof die over is ook in de bodem worden opgeslagen of uit de bodem vervluchtigen (denitrificatie). Het stikstofbodemoverschot wordt berekend als het overschot op bedrijfsniveau (som van alle aanvoer minus som van alle afvoer inclusief voorraadmutaties) plus de aanvoer van stikstof via depositie, nettomineralisatie en fixatie minus het verlies aan stikstof via emissie bij toediening (organische mest en kunstmest), bij beweiding en uit stal en opslag.

In formule: bodemoverschot = bedrijfsoverschot + aanvoerposten - afvoerposten.

Aanvoerposten
  • Mineralisatie: Voor gras op veen: 160 kg N per ha per jaar; overige gewassen op veen alsmede dalgrond (ongeacht gewas): 20 kg N per ha per jaar; alle overige gronden: 0 kg per ha.
  • Atmosferische depositie: Depositie van vermestende stoffen, uitgedrukt in kg stikstof per ha.
  • N-binding door vlinderbloemigenVoor klaver in grasland: de hoeveelheid N-binding is afhankelijk gesteld van het klaveraandeel en de graslandopbrengst Voor overige gewassen: hoeveelheid per gewas in kg N/ha.

Afvoerposten
  • Vervluchtiging uit stal en opslag en beweiding: Ammoniakemissie uit stal en opslag: de totale N-emissie wordt berekend als percentage van de uitgescheiden totaal ammoniakaal stikstof (TAN) of een forfaitaire emissiewaarde.
  • Vervluchtiging toediening: De emissie bij toediening wordt berekend als percentage van de toegediende TAN op basis van de emissiefactoren.


Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.

Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.