Stikstofbodemoverschot op bedrijven in het derogatiemeetnet

Laatste update: 30 september 2026 Update frequentie: Jaarlijks

Fluctuerend stikstofbodemoverschot in laatste 7 jaar

De aan- en afvoer van stikstof op bedrijfsniveau bepaalt naast het bedrijfsoverschot ook in belangrijke mate het bodemoverschot. Het stikstofbodemoverschot op bedrijven in het derogatiemeetnet is daarnaast ook afhankelijk van stikstofaanvoer via depositie, via binding (vlinderbloemigen) en via mineralisatie en van stikstofafvoer door gasvormige verliezen. Het stikstofbodemoverschot op bedrijven in het derogatiemeetnet bedroeg in 2024 gemiddeld 164 kg per ha.

Gemiddeld

Het stikstofbodemoverschot op bedrijven in het derogatiemeetnet bedroeg in 2024 164 kg per ha.

Spreiding

De spreiding in het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven in 2024 bedroeg 104 tot 198 kg per ha (25-75-percentielwaarden). De mediaan (middelste waarneming) bedroeg in 2024 151 kg stikstof per ha.

Regio

Na een forse daling van het stikstofbodemoverschot in alle regio’s van het derogatiemeetnet in 2023 nam het stikstofbodemoverschot in 2024 in alle regio’s weer toe, met uitzondering van de Lössregio. In de Veenregio is het stikstofbodemoverschot elk jaar hoger dan in andere grondsoortregio’s vanwege de aanvoer van stikstof via mineralisatie.


Stikstofbodemoverschot fluctueert de laatste jaren sterk

Het gemiddelde stikstofbodemoverschot nam in 2024 toe naar 164 kg per ha. In 2023 daalde het gemiddelde stikstofbodemoverschot nog aanzienlijk, van 169 kg per ha in 2022 naar 130 kg stikstof per ha in 2023. Dit niveau was historisch laag, aangezien het stikstofbodemoverschot in de gehele periode 2006 tot en met 2022 nog niet lager was geweest dan 152 kg per ha. Wat opvalt is dat het stikstofbodemoverschot een vergelijkbare ontwikkeling laat zien als het stikstofbedrijfsoverschot. Sinds 2017 fluctueert het stikstofoverschot op de bodembalans sterk van het ene jaar tot het andere, zoals ook te zien is bij het stikstofbedrijfsoverschot. Verschillen in weersomstandigheden lijken in recente jaren van invloed te zijn op de fluctuaties, waarbij groeizame jaren leiden tot lagere stikstofbodemoverschotten. In 2024 realiseerde 25% van de bedrijven in het derogatiemeetnet een stikstofbodemoverschot lager dan 104 kg per ha, terwijl de 25% bedrijven met het hoogste stikstofbodemoverschot een overschot boven 198 kg per ha had.

Het stikstofbodemoverschot is het hoogst in de Veenregio, voornamelijk door de extra stikstofaanvoer via mineralisatie. In deze regio bedroeg het stikstofbodemoverschot in 2024 gemiddeld 191 kg per ha. De Lössregio kende het laagste gemiddelde met 97 kg per ha, gevolgd door Zand Noord (137 kg per ha), Zand Midden/Zuid (139 kg per ha) en de Kleiregio (183 kg per ha).

Over de gehele periode 2006-2024 is een dalende trend zichtbaar in alle grondsoortregio’s.

Zandregio - Midden/Zuid

De mediaan (middelste waarneming) van het stikstofbodemoverschot op bedrijven in het derogatiemeetnet in de Zandregio - Midden/Zuid bedroeg in 2024 142 kg per ha. De helft van de bedrijven had in 2024 een stikstofbodemoverschot van tussen de 100 en 177 kg per ha.

Zandregio - Noord

De mediaan (middelste waarneming) van het stikstofbodemoverschot op bedrijven in het derogatiemeetnet in de Zandregio Noord bedroeg in 2024 137 kg per ha. De helft van de bedrijven had in 2024 een stikstofbodemoverschot van tussen de 99 en 165 kg per ha.

Kleiregio

De mediaan (middelste waarneming) van het stikstofbodemoverschot op bedrijven in het derogatiemeetnet in de Kleiregio bedroeg in 2024 174 kg per ha. De helft van de bedrijven had in 2024 een stikstofbodemoverschot van tussen de 119 en 210 kg per ha.

Veenregio

De mediaan (middelste waarneming) van het stikstofbodemoverschot op bedrijven in het derogatiemeetnet in de Veenregio bedroeg in 2024 194 kg per ha. De helft van de bedrijven had in 2024 een stikstofbodemoverschot van tussen de 144 en 264 kg per ha.

Lössregio

De mediaan (middelste waarneming) van het stikstofbodemoverschot op bedrijven in het derogatiemeetnet in de Lössregio bedroeg in 2024 94 kg per ha. De helft van de bedrijven had in 2024 een stikstofbodemoverschot van tussen de 46 en 149 kg per ha.


Meer stikstofbinding gestegen in 2023 en 2024

Naast de aanvoerposten die in de berekening van het stikstofbedrijfsoverschot worden meegenomen (voer, kunstmest, dierlijke mest, overige organische mest, dieren en overig) wordt in de berekening van het stikstofbodemoverschot ook rekening gehouden met de aanvoer van stikstof door depositie, stikstofbinding via vlinderbloemige gewassen en mineralisatie op bedrijven met veen- en/of moerige gronden. In zowel 2023 als 2024 ging het in totaal om 55 kg per ha, een lichte stijging ten opzichte van 2022 (51 kg per ha).

De stikstofaanvoer via depositie op bedrijven in het derogatiemeetnet is gedaald van gemiddeld 31 kg per ha in 2006 naar 19 kg per ha in 2024. De aanvoer als gevolg van stikstofbinding door vlinderbloemige gewassen lag in 2024 met 11 kg per ha op een vergelijkbaar niveau als in 2023 (12 kg per ha). Dat is beduidend hoger dan in de jaren vóór 2023 waarin het om 6 tot 8 kg per ha ging. De stikstofaanvoer door mineralisatie van organische bodems bedroeg in 2024 25 kg per ha, gelijk aan voorgaande drie jaren.

Op bedrijven in het derogatiemeetnet in de Veenregio nam de stikstofaanvoer door mineralisatie in de periode 2008-2013 toe van 80 naar 94 kg per ha. In alle jaren erna varieerde de aanvoer van 90 kg per ha tot 95 kg per ha. In de andere grondsoortregio’s speelt mineralisatie een veel kleinere rol. In 2024 ging het om respectievelijk 17, 8, 4 en 0 kg per ha in de regio’s Zand Noord, Zand Midden/Zuid, Klei en Löss.

Nederland

De stikstofaanvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit aanvoer van de bedrijfsboekhouding.

Zandregio - Midden/Zuid

De stikstofaanvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit aanvoer op de bedrijfsbalans.

Zandregio - Noord

De stikstofaanvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit aanvoer op de bedrijfsbalans.

Kleiregio

De stikstofaanvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit aanvoer op de bedrijfsbalans.

Veenregio

De stikstofaanvoer op de bodembalans bestaat voor ruim 70% uit aanvoer op de bedrijfsbalans.

Lössregio

De stikstofaanvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit aanvoer op de bedrijfsbalans.


Stikstofafvoer door gasvormige emissies in 2024 gedaald

De afvoer van stikstof door weide-, stal-, opslag- en mestaanwendingsemissie bedroeg in 2024 gemiddeld 57 kg per ha op bedrijven in het derogatiemeetnet, 4 kg per ha minder dan in 2023 en 2022. De gasvormige emissie uit stal en opslag bedroeg in 2024 36 kg per ha, terwijl de emissie uit mestaanwending 20 kg per ha was. De bijdrage van weiden bleef beperkt tot 1 kg per ha.

De totale emissie was in 2024 het laagst in de regio Zand Midden/Zuid met 49 kg per ha en het hoogst in de regio Veen met 62 kg per ha. Voor de andere regio’s ging het in 2024 om respectievelijk 61 kg per ha (Klei), 55 kg per ha (Löss) en 54 kg per ha (Zand Noord).

Nederland

De stikstofafvoer op de bodembalans bestaat in 2024 voor 77% uit afvoer van de bedrijfsboekhouding.

Zandregio - Midden/Zuid

De stikstofafvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit afvoer op de bedrijfsbalans.

Zandregio - Noord

De stikstofafvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit afvoer op de bedrijfsbalans.

Kleiregio

De stikstofafvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit afvoer op de bedrijfsbalans.

Veenregio

De stikstofafvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit afvoer op de bedrijfsbalans.

Lössregio

De stikstofafvoer op de bodembalans bestaat voor het grootste gedeelte uit afvoer op de bedrijfsbalans.

De resultaten op deze pagina zijn berekend op basis van gegevens van juni 2024, hetzelfde peilmoment als het basismeetnet van LMM. Dit is na het verschijnen van de rapportage ‘Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2024’(externe link). Daardoor kunnen de uitkomsten beperkt afwijken van de cijfers zoals gepubliceerd in hiervoor genoemde rapportage.


Over de indicator

De indicator stikstofbodemoverschot geeft de omvang van het overschot aan stikstof op de bodem aan, uitgedrukt in kilogram stikstof per ha. Het bodemoverschot is het gedeelte van de nutriëntenaanvoer naar de bodem dat niet door het geproduceerde gewas wordt opgenomen.

Het bodemoverschot is het gedeelte van de nutriëntenaanvoer aan de bodem dat niet door het geproduceerde gewas wordt opgenomen. Dit blijft onbenut in de bodem en kan gevoelig zijn voor uitspoeling richting het grondwater. Naast uitspoelen kan de stikstof die over is ook in de bodem worden opgeslagen of uit de bodem vervluchtigen (denitrificatie). Het stikstofbodemoverschot wordt berekend als het overschot op bedrijfsniveau (som van alle aanvoer minus som van alle afvoer inclusief voorraadmutaties) plus de aanvoer van stikstof via depositie, netto mineralisatie en fixatie minus het verlies aan stikstof via emissie bij toediening (organische mest en kunstmest), bij beweiding en uit stal en opslag.

In formule: bodemoverschot = bedrijfsoverschot + aanvoerposten - afvoerposten.

Aanvoerposten
  • Mineralisatie: Voor gras op veen: 160 kg N per ha per jaar; overige gewassen op veen alsmede dalgrond (ongeacht gewas): 20 kg N per ha per jaar; alle overige gronden: 0 kg per ha.
  • Atmosferische depositie: Depositie van vermestende stoffen, uitgedrukt in kg stikstof per ha.
  • N-binding door vlinderbloemigen: Voor klaver in grasland: de hoeveelheid stikstofbinding is afhankelijk gesteld van het klaveraandeel en de graslandopbrengst. Voor overige gewassen: hoeveelheid per gewas in kg N/ha.

Afvoerposten
  • Vervluchtiging uit stal en opslag en beweiding: Ammoniakemissie uit stal en opslag: de totale stikstofemissie wordt berekend als percentage van de uitgescheiden hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof (TAN) of een forfaitaire emissiewaarde.
  • Vervluchtiging toediening: De emissie bij toediening wordt berekend als percentage van de toegediende TAN op basis van de emissiefactoren.


Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens voor de indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet (BIN) van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische zaken en duurzaamheid.

Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen worden getoond. Voor deze bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken. Voor het derogatiemeetnet geldt specifiek de voorwaarde dat de bedrijven zich voor derogatie hebben aangemeld. De getoonde informatie is afkomstig van de bedrijven in het derogatiemeetnet.