Bouwplan op overige dierbedrijven

Laatste update: 31 juli 2026 Update frequentie: Jaarlijks

Bouwplan op overige dierbedrijven bestaat ook in 2025 vooral uit gras

De overige dierbedrijven die onder de doelpopulatie het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, laten de afgelopen jaren een vrij stabiel bouwplan zien, met gras in 2025 als dominante teelt met 67% van de cultuurgrond. Niet-voedergewassen zoals granen en aardappelen beslaan ongeveer 20% van het areaal in 2025. Snijmaïs neemt 11% van het areaal in. Voor overige voedergewassen is het aandeel in het totale gewasareaal met 1% nog steeds zeer gering.

Areaal

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het totale gewasareaal op overige dierbedrijven is in 2025 toegenomen tot bijna 208.000 ha. Het aandeel grasland is met 67% het grootst, daarna volgen de aandelen niet-voedergewassen met 20% en snijmaïs met 11%. In het jaar 2022 was sprake van een bijzondere situatie waarbij de aantallen paarden en pony’s niet zijn uitgevraagd in de Landbouwtelling. Hierdoor zijn de bedrijven met paarden en pony’s niet in de categorie overige dierbedrijven meegerekend, maar vielen ze met name in de categorie akkerbouwbedrijven.

Areaal per bedrijf

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het gemiddelde gewasareaal per overig dierbedrijf is de laatste jaren stabiel. In 2025 is het gemiddelde gewasareaal 0,3 ha groter dan het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren.

Regio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De verschillen in het bouwplan op overige dierbedrijven tussen grondsoortregio’s zijn klein.

Regionale verschillen

De regionale verschillen in het bouwplan op overige dierbedrijven zijn klein, en ook over de jaren heen zijn er weinig verschillen. In de Zandregio wordt meer snijmaïs geteeld en minder niet-voedergewassen in vergelijking met de Kleiregio. Daarnaast is het aandeel grasland in de Kleiregio hoger dan in de Zandregio.

Zandregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het bouwplan op overige dierbedrijven is in de Zandregio redelijk stabiel; gemiddeld is er in 2025 37 ha in gebruik. Het aandeel grasland is het grootst met 65%, gevolgd door niet-voedergewassen (19%) en snijmaïs (14%).

Kleiregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het bouwplan op overige dierbedrijven is in de Kleiregio redelijk stabiel; gemiddeld is er in 2025 45 ha in gebruik. Het aandeel grasland is het grootst met 71%, gevolgd door niet-voedergewassen (21%) en snijmaïs (7%).

Lössregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het bouwplan op overige dierbedrijven in de Lössregio redelijk stabiel; gemiddeld is er in 2025 39 ha in gebruik. Het aandeel grasland is het grootst met 62%, gevolgd door niet-voedergewassen (25%) en snijmaïs (10%).

Over de indicator

Deze indicator toont de verdeling van gewassen over het totale cultuurgrondoppervlak op overige dierbedrijven. Overige voedergewassen zijn bijvoorbeeld voederbieten, triticale en luzerne. Niet-voedergewassen zijn gewassen die niet tot de ruwvoedergewassen worden gerekend, zoals bijvoorbeeld suikerbieten, aardappelen of wintertarwe.

Bron

Het CBS verzamelt gegevens over het gewasareaal voor de Landbouwtelling door jaarlijks vragenlijsten uit te sturen naar agrarische bedrijven in Nederland (de zogenoemde Gecombineerde Opgave). Landbouwbedrijven geven hierop gedetailleerde informatie over de grootte en samenstelling van hun gewasareaal, inclusief het aantal ha per gewas. De gegevensverzameling is verplicht, zodat een nauwkeurig en compleet overzicht van de Nederlandse landbouw kan worden verkregen.

Alleen bedrijven die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor deze bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst moeten hebben en 10 ha of meer cultuurgrond moeten bezitten of in gebruik moeten hebben.