Bouwplan op akkerbouwbedrijven
Laatste update: 31 juli 2026 Update frequentie: Jaarlijks
In Nederland blijft het bouwplan voor akkerbouwbedrijven in de doelpopulatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vrij stabiel, terwijl het totale gewasareaal de laatste jaren licht is toegenomen (2025: 486 duizend ha). Elk jaar verandert de verdeling van gewassen, maar de verschillen tussen jaren zijn meestal klein. Voedergewassen, suikerbieten, aardappelen, wintertarwe en overige gewassen nemen twee derde van het areaal in beslag.
Areaal
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het totale gewasareaal op akkerbouwbedrijven waarop het LMM is gericht, is de laatste jaren licht toegenomen. Het areaal wintertarwe is in 2025 ruim 80 duizend ha en daarmee fors hoger dan het jaar ervoor. In de periode 2000-2025 is het areaal voedergewassen op akkerbouwbedrijven gestegen naar ruim 80 duizend ha in 2025.
Areaal per bedrijf
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het gemiddelde gewasareaal per akkerbouwbedrijf is sinds 2020 jaarlijks licht gedaald, van 60,3 ha in 2020 naar 59,0 ha in 2025. De gemiddelde oppervlakte wintertarwe per bedrijf is gestegen in 2025 (9,8 ha) en die van voedergewassen is gedaald (9,7 ha).
Regio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Er zijn grote verschillen in het bouwplan tussen de regio’s. In de Kleiregio komen overige gewassen het meest voor, terwijl in de Lössregio naast wintertarwe ook voedergewassen en suikerbieten een groot aandeel in het bouwplan hebben. In de Zandregio hebben voedergewassen met bijna een kwart van het areaal het grootste aandeel.
Er zijn grote verschillen tussen grondsoortregio’s in het bouwplan en de gemiddelde omvang van bedrijven. In de Kleiregio zijn akkerbouwbedrijven het grootst, gevolgd door de Zandregio. De Lössregio heeft de kleinste bedrijven. In alle drie de regio’s is de omvang per bedrijf in 2025 vergelijkbaar met de omvang in het voorgaande jaar.
Op kleigrond worden relatief veel wintertarwe, consumptie- en pootaardappelen en overige gewassen geteeld (alle drie hebben een aandeel van circa 24% in het bouwplan). Het aandeel voedergewassen is meer dan verdubbeld in 2025 ten opzichte van 2006. In de Lössregio zijn suikerbieten (19%), voedergewassen (19%) en wintertarwe (22%) populair, terwijl ook hier consumptieaardappelen een aanzienlijk aandeel heeft (16%). Zowel in de Klei- als in de Lössregio is er in 2025 een toename van het areaal wintertarwe ten opzichte van het voorgaande jaar.
Op zandgrond is het bouwplan anders: hier is in vergelijking met de andere regio’s in 2025 nog steeds veel ruimte voor zetmeelaardappelen (16%), maar de laatste jaren is dit aandeel wel gedaald: in 2013 was dit nog 25%. Daarnaast worden in vergelijking met de andere regio’s meer voedergewassen geteeld, zoals gras en snijmais (25%). Het aandeel overige gewassen (zoals uien en conservengroenten) neemt ook toe in de laatste 10 jaar naar een aandeel van 16% in 2025.
Zandregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het gemiddelde areaal voedergewassen, overige gewassen (laatste tien jaren) en poot- en consumptieaardappelen per bedrijf neemt geleidelijk aan toe. Het areaal zomergerst en zetmeelaardappelen per bedrijf neemt af.
Kleiregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het bouwplan in de Kleiregio is vrij stabiel over de jaren heen. Het gemiddelde areaal voedergewassen en pootaardappelen per bedrijf nemen in de tijd geleidelijk toe.
Lössregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het bouwplan in de Lössregio is vrij stabiel over de jaren heen. Het gemiddelde areaal voedergewassen en pootaardappelen per bedrijf nemen in de tijd geleidelijk toe. Het areaal zomergerst per bedrijf neemt af.
Over de indicator
Deze indicator toont de verdeling van gewassen over het totale cultuurgrondoppervlak op akkerbouwbedrijven. Overige granen omvatten onder andere zomertarwe, wintergerst, haver en rogge, terwijl overige gewassen onder andere bestaan uit uien, conservengroenten en graszaad.Bron
Het CBS verzamelt gegevens over het gewasareaal voor de Landbouwtelling door jaarlijks vragenlijsten uit te sturen naar agrarische bedrijven in Nederland (de zogenoemde Gecombineerde Opgave). Landbouwbedrijven geven hierop gedetailleerde informatie over de grootte en samenstelling van hun gewasareaal, inclusief het aantal ha per gewas. De gegevensverzameling is verplicht, zodat een nauwkeurig en compleet overzicht van de Nederlandse landbouw kan worden verkregen.Alleen bedrijven die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor deze bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst moeten hebben en 10 ha of meer cultuurgrond moeten bezitten of in gebruik moeten hebben.
