Mijn agrimatie

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Nieuws
         
In 2018 hogere overschotten op melkveebedrijven in het LMM

6/4/2020

Melkveestapel krimpt verder in 2018
Door de fosfaatwetgeving is de gemiddelde veestapel op melkveebedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is gericht ook in 2018 gekrompen. In twee jaar tijd is de krimp in totaal gemiddeld 6 gve per bedrijf. Desondanks is de melkproductie (uitgedrukt in kg meetmelk) toegenomen door een stijging van de melkproductie per koe. Ook is de jongveebezetting (stuks jongvee per melkkoe) lager waardoor een groter deel van de veestapel uit melkkoeien bestaat. In 2018 werden de melkkoeien minder uren geweid in de periode mei tot en met oktober en ook was het maaipercentage lager. Alleen in de Veenregio bleef het aantal beweidingsuren van de melkkoeien op peil.

Minder gewasgroei als gevolg van droge weersomstandigheden leidde tot een terughoudend gebruik van kunstmest. Het gebruik van stikstofkunstmest is gedaald in 2018 met gemiddeld 12 kg per ha. Dit is 9% minder dan in 2017. Daarentegen was het gebruik van stikstof uit dierlijke mest gelijk gebleven, behalve in de Lössregio waar wel een daling in het gebruik te zien was.

Overschotten fors hoger in 2018
Het stikstofbedrijfsoverschot was in 2018 gemiddeld 30 kg/ha hoger dan in de vijf jaren ervoor. Redenen voor dit hogere bedrijfsoverschot zijn de extra voeraankopen en de extra aanspraken op de voervoorraad. Daarnaast was de afvoer van plantaardige producten lager en de voorraadvorming van ruwvoer minder. De toename in de aanvoer van voedermiddelen was groter dan de afname van het gebruik van stikstof uit kunstmest. Het stikstofbodemoverschot was in 2018 bijna 25 kg/ha hoger dan in de vijf jaren ervoor voornamelijk omdat het bedrijfsoverschot ook hoger uitviel. In de Lössregio was het stikstofbodemoverschot in 2018 het laagst (151 kg/ha) en in de Veenregio het hoogst (219 kg/ha). In de Zand- en Kleiregio was dit in 2018 respectievelijk 152 en 188 kg/ha. De Veenregio heeft doorgaans een hoger stikstofbodemoverschot door de nettomineralisatie van stikstof uit de bodem. Het overschot op de fosfaatbalans bedroeg in 2018 gemiddeld 15 kg/ha. In de vijf jaren ervoor was er een gemiddeld fosfaattekort van 1 kg/ha.

Steeds minder uitspoeling door lagere bodemoverschotten
De uitspoeling van nitraat bij melkveebedrijven in het basismeetnet van het LMM is in de periode 1991-2017 zichtbaar gedaald. Dit betekent dat het bovenste grondwater schoner is. Een belangrijke reden hiervoor is een forse daling in het gebruik van kunstmest en dierlijke mest (ruim 30% lager). De overschotten (aanvoer minus afvoer) aan stikstof en fosfaat per ha zijn mede daarom ook afgenomen.

Volgende update
Bij de eerstvolgende update, naar verwachting in december 2020, zullen de voorlopige resultaten over het jaar 2019 worden gepubliceerd.

Over LMM
Het LMM is ontwikkeld om de effecten van het Nederlandse mestbeleid op de nutriëntenemissies, en vooral de nitraatemissie, uit landbouwbronnen naar het grond- en oppervlaktewater te meten en de effecten van veranderingen in de landbouwpraktijk op deze emissie te volgen. Het RIVM is verantwoordelijk voor de metingen van de waterkwaliteit en Wageningen Economic Research is verantwoordelijk voor de vastlegging van de landbouwpraktijk. Meer informatie over de waterkwaliteit en de gebruikte methoden wordt gegeven op www.rivm.nl. De waterkwaliteitsgegevens van het Basismeetnet kunnen zelf geselecteerd worden op lmm.rivm.nl.

Aanvullende informatie bij dit bericht

Stikstofbemesting per ha grasland
•      

Fosfaatbemesting per ha
•      

Stikstofbedrijfsoverschot per ha
•      

Stikstofbemesting per ha
•      

Stikstofbodemoverschot per ha
•      

Fosfaatbodemoverschot per ha
•      



Contactpersoon
Marga Hoogeveen
070-3358325
 

Andere recente nieuwsberichten
9/11/2020:
9/10/2020:
9/10/2020:
9/9/2020:
9/8/2020:
8/26/2020:
8/19/2020:
8/17/2020:
7/29/2020:
7/27/2020:

Meer nieuws