Mijn agrimatie

Agrimatie - informatie over de agrosector

Agrimatie > Nieuws
         
Update van resultaten akkerbouwbedrijven

8/4/2022

Voor deze update zijn de resultaten voor de staldierbedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) gericht is, over 2020 bepaald op basis van een complete set van bedrijfsgegevens. Eind vorig jaar waren voorlopige resultaten gepubliceerd. De artikelen gebaseerd op de Landbouwtellingsgegevens gaan over de jaren tot en met 2021.

Op de akkerbouwbedrijven waarop het LMM is gericht, zijn in 2020 relatief lage gewasopbrengsten gerealiseerd. Het jaar 2020 kende, net als 2018 en 2019, langdurige perioden van droogte die een grote spreiding in de productie te zien geven. Het bedrijfsoverschot in 2020 komt, gemiddeld over de grondsoortregio’s, uit op 106 kg stikstof per ha. Het gemiddelde bodemoverschot ligt daar circa 8 kg boven. Beide niveaus zijn vergelijkbaar met het gemiddelde over de vijf voorgaande jaren (2015-2019).

Mestgebruik en beregening
De akkerbouwers hebben bij de bemesting in 2020, gemiddeld over de regio’s en hectares, 220 kg stikstof per ha gebruikt. Hiervan was 101 kg stikstof per ha afkomstig uit kunstmest en 94 kg per ha uit toegediende dierlijke mest. De andere 25 kg stikstof is via overige organische meststoffen zoals compost op de bodem gebracht. Tussen de grondsoortregio’s varieerde het stikstofgebruik in 2020 van gemiddeld 197 en 191 kg per ha in de Löss- en Zandregio tot 238 kg per ha in de Kleiregio. Sinds de invoering van het gebruiksnormenstelsel in 2006 is in alle regio’s een daling in het gebruik stikstofkunstmest zichtbaar. In de Zandregio daalde de kunstmestgift het sterkst, van gemiddeld 91 kg stikstof per ha in 2006 naar 61 kg in 2020. Het stikstofgebruik via dierlijke mest kende in periode 2006-2020 een wisselend verloop. Waar de bedrijven in de regio’s Zand en Löss in de periode 2017-2020 geleidelijk minder zijn gaan afnemen, kwam het gebruik door de akkerbouwers in de Kleiregio juist op een wat hoger niveau te liggen.

Het aandeel van de akkerbouwbedrijven dat beregent is de afgelopen 10 jaar sterk toegenomen. In 2020 zijn op 56% van de bedrijven in de Zandregio en 51% van de bedrijven in de Kleiregio, gewassen beregend. Vooral in de Kleiregio is de laatste jaren fors in beregeningsinstallaties geïnvesteerd. Door middel van beregening wordt getracht om de droogteschade aan de opbrengst en kwaliteit van gewassen te beperken en de gebruikte meststoffen zo goed mogelijk te benutten.

Steeds minder fosfaatkunstmest gebruikt
Sinds de introductie van het gebruiksnormenstelsel is er duidelijk een dalende trend in de fosfaatoverschotten op akkerbouwbedrijven zichtbaar. De extreme droogte van 2018 doorbrak deze trend met een forse stijging van het overschot naar gemiddeld 22 kg fosfaat per ha. Voor 2020 komt het gemiddelde overschot uit op 16 kg fosfaat per ha, variërend van 8 kg in de Lössregio tot 19 kg per ha in de Kleiregio.

Het gebruik van fosfaat via meststoffen in 2020 komt, gemiddeld over de grondsoortregio’s, uit op 63 kg fosfaat per ha. Vanwege de differentiatie in gebruiksnormen, is het bemestingsniveau in de Zandregio en Lössregio sinds 2006 op lagere niveaus komen te liggen dan in de Kleiregio.

Benutting op bodemniveau
Op de akkerbouwbedrijven is een grote spreiding in de benutting van nutriënten zichtbaar. Bij stikstof hebben de bedrijven in de Zandregio in 2020 gemiddeld 58% van de op de bodem aangevoerde stikstof benut. Dit is 7 procentpunten meer dan in de Kleiregio, waar de laagste benutting werd gerealiseerd. De fosfaatbenutting bedroeg in 2020, gemiddeld over de regio’s, 83%. De hoogste fosfaatbenutting werd behaald in de Lössregio (96%) en de laagste in de Kleiregio (82%). Van de akkerbouwbedrijven behaalde 25% een benuttingsgraad hoger dan 95% terwijl 75% van de akkerbouwbedrijven minstens 66% scoorde. 

Volgende update
Bij de eerstvolgende update, naar verwachting in december 2022, zullen de resultaten over de bedrijfsvoering in het jaar 2021 worden bepaald op basis van een voorlopige set bedrijfsgegevens.

Over LMM
Het LMM is ontwikkeld om de effecten van het Nederlandse mestbeleid op de nutriëntenemissies, en vooral de nitraatemissie, uit landbouwbronnen naar het grond- en oppervlaktewater te meten en de effecten van veranderingen in de landbouwpraktijk op deze emissie te volgen. Het RIVM is verantwoordelijk voor de metingen van de waterkwaliteit en Wageningen Economic Research is verantwoordelijk voor de vastlegging van de landbouwpraktijk. Meer informatie over de waterkwaliteit en de gebruikte methoden wordt gegeven op www.rivm.nl.

Aanvullende informatie bij dit bericht

Stikstofbedrijfsoverschot per ha
•      

Fosfaatbemesting per ha
•      

Stikstofbemesting per ha
•      

Fosfaatbodemoverschot per ha
•      

Stikstofbodemoverschot per ha
•      



Contactpersoon
Marga Hoogeveen
070-3358325
 

Andere recente nieuwsberichten
11/22/2022:
11/10/2022:
11/8/2022:
10/24/2022:
10/13/2022:
9/30/2022:
9/27/2022:
9/27/2022:
9/26/2022:
9/19/2022:

Meer nieuws