Bedrijfsomvang grond op akkerbouwbedrijven
Laatste update: 31 juli 2026 Update frequentie: Jaarlijks
De gemiddelde omvang van akkerbouwbedrijven binnen de doelpopulatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) bedraagt 59,0 ha cultuurgrond in 2025. Het areaal cultuurgrond per bedrijf is de laatste jaren vrij constant.
Gemiddelde
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In 2025 bedraagt het areaal cultuurgrond 59,0 ha, iets minder dan in 2024 (59,4 ha).
Spreiding
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De spreiding in areaal cultuurgrond per bedrijf is de laatste jaren vrij constant. De mediaan (middelste waarneming) steeg in de periode 2000-2009 en daalt sindsdien naar 39,4 ha per bedrijf. In 2025 is de mediaan met 39,9 ha per bedrijf vergelijkbaar met de mediaan in het jaar ervoor (2024: 40,0 ha per bedrijf).
Grootteklasse
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De laatste jaren stijgt het aantal akkerbouwbedrijven binnen de doelpopulatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid. Deze stijging is bij alle grootteklassen aanwezig, maar het meest bij de kleinste bedrijven met minder dan 25 ha. In 2025 is er een toename van het aantal bedrijven in nagenoeg alle grootteklassen. Alleen bij de bedrijven groter dan 150 ha is sprake van een lichte afname.
Regio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het gemiddelde areaal cultuurgrond per bedrijf is in 2025 het hoogst in de Kleiregio (65,0 ha) gevolgd door de Zand- en de Lössregio (respectievelijk 52,1 ha en 42,4 ha).
Veranderingen in het gemiddelde bedrijfsareaal
Het gemiddelde bedrijfsareaal van akkerbouwbedrijven is vanaf ongeveer 2009 vrij stabiel. De onderliggende aantallen bedrijven per grootteklasse van omvang per bedrijf geven echter aan dat er wel ontwikkelingen zijn. Zo groeit het aantal kleinere akkerbouwbedrijven vanaf 2013 en is het aantal bedrijven met een omvang van 50-100 ha de laatste 10 jaar ongeveer stabiel. Daarnaast zijn er meer grote bedrijven (>150 ha). In de categorie kleine bedrijven (<25 ha) groeit per saldo het aantal bedrijven. Waarschijnlijk komt dit doordat melkveebedrijven stoppen die vervolgens vooral gewassen telen en weinig of geen dieren meer houden, waardoor deze bedrijven tot het bedrijfstype akkerbouw gaan behoren. Schaalvergroting is een van de redenen waardoor er in de periode 2000-2025 een toename is van grote bedrijven van ruim 200 naar ruim 500 bedrijven.De bedrijfsomvang wordt bepaald op basis van Standaardopbrengsten (SO), een systematiek waarin de SO-normen elke drie jaar worden aangepast aan veranderingen in prijzen en productiviteit. Hierdoor kan een bedrijf qua grootteklasse veranderen zonder dat er iets verandert in de hoeveelheid grond of het aantal dieren. In 2013 zorgden nieuwe akkerbouwbedrijven in de Zand- en Lössregio voor een stijging van het aantal akkerbouwbedrijven en een daling in het gemiddelde bedrijfsareaal doordat deze nieuwe bedrijven gemiddeld minder grond hadden in vergelijking met de andere akkerbouwbedrijven.
Combinatiebedrijven en cultuurgrond
Naast gespecialiseerde akkerbouwbedrijven volgt het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) ook bedrijven die akkerbouw combineren met tuinbouw, zolang tuinbouwgewassen niet meer dan 20% van het bedrijfsareaal beslaan. Deze combinatiebedrijven hebben vaak minder grond in gebruik, maar hun bouwplannen en bemestingspraktijken lijken meestal op die van akkerbouwbedrijven.Verschillen in bedrijfsomvang tussen regio’s
Akkerbouwbedrijven in de Kleiregio (2025: 65,0 ha) zijn gemiddeld groter dan die in de Zand- en Lössregio’s (respectievelijk 52,1 en 42,4 ha in 2025). Sinds 2000 is de mediane bedrijfsomvang op akkerbouwbedrijven in de Kleiregio met 16% toegenomen, terwijl de 20% grootste bedrijven zelfs een groei van 38% hebben doorgemaakt.In de Zandregio is een tegengestelde trend zichtbaar: hier is de mediane bedrijfsomvang met 16% afgenomen in de periode 2000-2025. De Lössregio toont een groei van 6% in de mediane bedrijfsomvang in dezelfde periode.
Zandregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de bedrijfsomvang van akkerbouwbedrijven in de Zandregio is sinds 2000 met 16% afgenomen tot 32,2 ha in 2025. Na 2013 is er een gestage afname van de mediaan en spreiding van het areaal cultuurgrond per bedrijf tot en met 2023. In 2025 is er een lichte stijging van de mediaan ten opzichte van 2024.
Kleiregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de bedrijfsomvang van akkerbouwbedrijven in de Kleiregio is sinds 2000 met 16% toegenomen tot 47,1 ha in 2025. De 20% grootste bedrijven zijn met 39% harder gegroeid tot 91,4 ha in 2025.
Lössregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De mediaan (middelste waarneming) van de bedrijfsomvang op akkerbouwbedrijven in de Lössregio is in 2025 6% hoger dan in het jaar 2000. De mediaan stijgt in de periode 2000-2008 en daalt vervolgens naar 29,1 ha in 2025. De spreiding neemt toe in de tijd.
Over de indicator
Deze indicator laat zien hoeveel ha cultuurgrond een gemiddeld landbouwbedrijf gebruikt. Voor melkveebedrijven wordt daarnaast ook de oppervlakte niet-landbouwgrond, zoals natuurterreinen, meegenomen. De gegevens zijn afkomstig uit de CBS-Landbouwtelling.Wat wordt bedoeld met cultuurgrond en niet-landbouwgrond?
- Cultuurgrond verwijst naar grond die geschikt is voor landbouw, zoals akkers en weilanden.
- Niet-landbouwgrond, zoals natuurterreinen, wordt pas sinds 2006 geregistreerd en is specifiek voor melkveebedrijven relevant.
Sommige bedrijven gebruiken ook grond in het buitenland, maar deze wordt niet meegenomen in de indicator. Dit komt doordat het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) zich richt op de impact van het Nederlandse mestbeleid. Grondpercelen in het buitenland die door steekproefbedrijven worden gebruikt, worden afzonderlijk in het Bedrijveninformatienet geregistreerd. Ook het gebruik van nutriënten (via bemesting en beweiding) en onttrekkingen van nutriënten (via geoogste gewassen) op gronden in het buitenland worden zo goed mogelijk vastgelegd. Met deze registraties is het mogelijk om het nutriëntengebruik en de bodemoverschotten specifiek te berekenen voor de cultuurgrond die onder de Nederlandse wetgeving valt.
Bron
Het CBS verzamelt gegevens over het gewasareaal voor de Landbouwtelling door jaarlijks vragenlijsten uit te sturen naar agrarische bedrijven in Nederland (de zogenoemde Gecombineerde Opgave). Landbouwbedrijven geven hierop gedetailleerde informatie over de grootte en samenstelling van hun gewasareaal, inclusief het aantal ha per gewas. De gegevensverzameling is verplicht, zodat een nauwkeurig en compleet overzicht van de Nederlandse landbouw kan worden verkregen.Alleen bedrijven die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor deze bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst moeten hebben en 10 ha of meer cultuurgrond moeten bezitten of in gebruik moeten hebben.
