Bedrijfsomvang grond op staldierbedrijven
Laatste update: 31 juli 2026 Update frequentie: Jaarlijks
In 2025 hebben de staldierbedrijven binnen de doelpopulatie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) gemiddeld 33,4 ha cultuurgrond in gebruik. De bedrijfsomvang neemt jaarlijks toe. In 2025 is sprake van een toename van 0,6% ten opzichte van het voorgaande jaar. Met name de grote bedrijven worden steeds groter: vanaf 2000 zijn de 20% grootste bedrijven met 64% gestegen tot 44,3 ha in 2025. Dit komt met name doordat de verschillen in de groep staldierbedrijven groter zijn geworden. Het LMM volgt staldierbedrijven in de Zandregio, niet in de andere regio’s.
Gemiddeld
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde oppervlakte cultuurgrond op staldierbedrijven is in de periode 2000-2025 toegenomen tot 33,4 ha in 2025.
Spreiding
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Hoewel de mediaan (de middelste waarneming) de laatste jaren stabiel is, is de spreiding in de periode 2000-2025 toegenomen. Vanaf 2000 is de bedrijfsomvang van de 20% grootste bedrijven met 64% gestegen tot 44,3 ha in 2025.
Grootteklasse
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Ten opzichte van het voorgaande jaar neemt het aantal staldierbedrijven af in de grootteklassen 50-100 ha, 25-50 ha en kleiner dan 25 ha.
Over de indicator
Deze indicator laat zien hoeveel ha cultuurgrond een gemiddeld landbouwbedrijf gebruikt. Voor melkveebedrijven wordt daarnaast ook de oppervlakte niet-landbouwgrond, zoals natuurterreinen, meegenomen. De gegevens zijn afkomstig uit de CBS-Landbouwtelling.Wat wordt bedoeld met cultuurgrond en niet-landbouwgrond?
- Cultuurgrond verwijst naar grond die geschikt is voor landbouw, zoals akkers en weilanden.
- Niet-landbouwgrond, zoals natuurterrein, wordt pas sinds 2006 geregistreerd en is specifiek relevant voor melkveebedrijven.
Sommige bedrijven gebruiken ook grond in het buitenland, maar deze wordt niet meegenomen in de indicator. Dit komt doordat het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) zich richt op de impact van het Nederlandse mestbeleid. Grondpercelen in het buitenland die door steekproefbedrijven worden gebruikt, worden afzonderlijk in het Bedrijveninformatienet geregistreerd. Ook het gebruik van nutriënten (via bemesting en beweiding) en onttrekkingen van nutriënten (via geoogste gewassen) op gronden in het buitenland worden zo goed mogelijk vastgelegd. Met deze registraties is het mogelijk om nutriëntengebruik en bodemoverschotten specifiek te berekenen voor de cultuurgrond die onder de Nederlandse wetgeving valt.
Bron
Het CBS verzamelt gegevens over het gewasareaal voor de Landbouwtelling door jaarlijks vragenlijsten uit te sturen naar agrarische bedrijven in Nederland (de zogenoemde Gecombineerde Opgave). Landbouwbedrijven geven hierop gedetailleerde informatie over de grootte en samenstelling van hun gewasareaal, inclusief het aantal ha per gewas. De gegevensverzameling is verplicht, zodat een nauwkeurig en compleet overzicht van de Nederlandse landbouw kan worden verkregen.Alleen bedrijven die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor deze bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst moeten hebben en 10 ha of meer cultuurgrond moeten bezitten of in gebruik moeten hebben.
