Stikstofbemesting op derogatiebedrijven

Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks

Daling van stikstofbemesting in 2022

Het gemiddelde gebruik van stikstof uit dierlijke mest toont over de periode 2006 tot en met 2022 een dalende trend. In 2006 werd 242 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruikt. In 2022 was dit gedaald naar 227 kg per hectare. Ook bij het stikstofkunstmestverbruik is een dalende trend zichtbaar. Met 118 kg per hectare in 2022 ligt het stikstofkunstmestverbruik op het laagste niveau in de gehele periode 2006 tot en met 2022.

65% stikstofbemesting afkomstig uit dierlijke mest

Het gebruik van stikstof uit dierlijke mest in 2021 en 2022 van gemiddeld respectievelijk 228 en 227 kg per hectare is laag in vergelijking met voorgaande jaren. Alleen in 2012 en 2019 werden gelijke lage niveaus gerealiseerd. Over de gehele periode 2006 tot en met 2022 is een dalende trend zichtbaar in het gebruik van stikstof uit dierlijke mest. Ook het stikstofkunstmestverbruik in 2022 behoort met 118 kg per hectare tot het laagste niveau in de gehele periode vanaf 2006. In 2018 was de stikstofkunstmestgift ook relatief laag met 122 kg/ha. Na 2018 steeg het stikstofkunstmestgebruik weer 2 jaar op rij tot 132 kg/ha in 2020 en daalde daarna weer 2 jaar op rij tot 118 kg/ha in 2022. Over de gehele periode 2006 tot en met 2022 laat het stikstofkunstmestgebruik een dalende trend zien. De totale stikstofbemesting per hectare bestond in 2022 gemiddeld voor ruim 65% uit dierlijke mest en ruim 34% uit kunstmest.

De Kleiregio is de regio waar in alle jaren het aandeel stikstof uit dierlijke mest van de totale stikstofbemesting het laagst lag. Dit had onder andere te maken met het hogere totale bemestingsniveau in de Kleiregio (2022: 370 kg stikstof per hectare ten opzichte van 347 kg per hectare bij alle bedrijven in het derogatiemeetnet), terwijl de gift met dierlijke mest gelimiteerd was door de gebruiksnorm dierlijke mest. De totale stikstofbemesting lag in 2022 het laagst in de regio Löss met 314 kg/ha, gevolgd door de regio’s Zand 230 en Zand 250 met respectievelijk 332 en 335 kg/ha, de Veenregio met 348 kg/ha. De totale stikstofbemesting was het hoogst in de Kleiregio met 370 kg/ha.

Gemiddeld

Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde stikstofbemesting op derogatiebedrijven bedroeg in 2022 347 kg per hectare.

Herkomst

Grafiek wordt geladen...
Het aandeel kunstmest in het totaal mestgebruik op melkveebedrijven bedraagt ongeveer een derde deel.

Regio

Grafiek wordt geladen...
In de Kleiregio is het stikstofgebruik per hectare het hoogst en in de Lössregio het laagst.

Minder bemest dan stikstofgebruiksruimte toestaat

Het verschil tussen het stikstofgebruik en de stikstofgebruiksnorm nam vooral in de jaren 2006 tot en met 2009 sterk af. Bedroeg dit verschil in 2006 nog 68 kg/ha, in de periode 2009 tot en met 2017 varieerde dit van 19 tot en met 30 kg/ha. De afname van het verschil komt enerzijds door een daling van de stikstofgebruiksruimte in de periode 2006-2013 van 293 naar 263 kg/ha. Dit is het gevolg van hogere wettelijke werkingscoëfficiënten voor mest op melkveebedrijven met beweiding en deels door aanscherping van de stikstofgebruiksnormen in de tijd. Na 2013 is de stikstofgebruiksruimte weer toegenomen tot rond de 280 kg/ha. Een reden hiervoor is een hoger aandeel grasland vanaf 2014 als gevolg van een aanpassing van de derogatievoorwaarden (van minimaal 70 naar minimaal 80% gras in het bouwplan). Grasland heeft een hogere stikstofgebruiksnorm dan andere gewassen.

Anderzijds is het kleiner wordende verschil tussen de stikstofgebruiksruimte en het stikstofgebruik het gevolg van een toename van het totale gebruik van werkzame stikstof in de periode 2006-2017 tot 262 kg/ha. Sinds 2018 zijn de verschillen tussen de stikstofgebruiksruimte en het stikstofgebruik weer groter. Een lagere stikstofproductie uit dierlijke mest, die niet gecompenseerd is door meer stikstofaanvoer via dierlijke mest, is één van de redenen van de toegenomen onderschrijding. In 2022 is de niet-benutte stikstofgebruiksruimte verder toegenomen naar 49 kg/ha ten opzichte van 42 kg/ha in 2021 als gevolg van een daling van de stikstofkunstmestbemesting naar 118 kg/ha.

Zandregio - 230

Grafiek wordt geladen...
Het aandeel kunstmest in het totaal mestgebruik op melkveebedrijven bedraagt ongeveer een derde deel.

Zandregio - 250

Grafiek wordt geladen...
Het aandeel kunstmest in het totaal mestgebruik op melkveebedrijven bedraagt ongeveer een derde deel.

Kleiregio

Grafiek wordt geladen...
Het aandeel kunstmest in het totaal mestgebruik op melkveebedrijven bedraagt ongeveer een derde deel.

Veenregio

Grafiek wordt geladen...
Het aandeel kunstmest in het totaal mestgebruik op melkveebedrijven bedraagt ongeveer een derde deel.

Lössregio

Grafiek wordt geladen...
Het aandeel kunstmest in het totaal mestgebruik op melkveebedrijven bedraagt ongeveer een derde deel.


Over de indicator

Deze indicator beschrijft de totale hoeveelheid stikstof uit meststoffen die per ha cultuurgrond wordt gebruikt. Er zijn 3 typen meststoffen: kunstmest, dierlijke mest (inclusief weidemest) en overige organische meststoffen. De totale hoeveelheid gebruikte mest op bedrijfsniveau wordt berekend als:

Mestgebruik bedrijf = Productie + Beginvoorraad – Eindvoorraad + Aanvoer – Afvoer. 

De productie van dierlijke mest wordt bepaald uit de aantallen dieren per diercategorie en de excretie per dier (norm of specifieke berekening). Voor stikstof betreft het de nettoproductie na aftrek van gasvormige verliezen uit stal en opslag. Begin- en eindvoorraden en aan- en afvoer van meststoffen worden bepaald aan de hand van de opgave in Bedrijveninformatienet. De nutriëntengehalten worden specifiek per bedrijf gehanteerd indien voorhanden en anders worden forfaitaire normen gebruikt.

Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.

Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.