Stikstofbemesting grasland op melkveebedrijven
Laatste update: 17 december 2024 Update frequentie: Jaarlijks
De stikstofbemesting per ha grasland op melkveebedrijven was in 2023 gemiddeld 6 kg per ha hoger (+3%) dan het voorgaande jaar. De stikstofbemesting bestaat uit kunstmest en het werkzame deel van de stikstof in dierlijke mest, berekend op basis van de wettelijk voorgeschreven werkingscoëfficiënten.
Gemiddelde
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde werkzame stikstofbemesting per ha op grasland op melkveebedrijven ligt de drie laatst getoonde jaren lager dan de jaren ervoor. In 2023 is er een stijging met 6 kg stikstof per ha grasland. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.
Herkomst
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel kunstmest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid is met gemiddeld 54% over de periode 2006-2023 vrij constant, het aandeel dierlijke mest is ruim 45% in deze periode. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.
Regio
Grafiek wordt geladen...
De werkzame stikstofbemesting per ha grasland is in 2023 het hoogst op melkveebedrijven in de Kleiregio en het laagst op melkveebedrijven in de Veenregio. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.
In 2014 was de hoeveelheid werkzame stikstof per ha grasland het hoogst (260 kg per ha). Daarna nam het schoksgewijs af naar een niveau van 230 kg werkzame stikstof per ha in 2023. Niet eerder in de periode 2006-2023 is de gemiddelde werkzame stikstofgift per ha zo laag geweest als in de jaren 2021-2023. Tussen de grondsoortregio’s met de hoogste (Kleiregio) en laagste (Veenregio) gemiddelde gift bestond een verschil van ongeveer 34 kg werkzame stikstof per ha grasland in 2023. De stikstofgebruiksnormen (N-totaal norm) voor grasland op kleigrond zijn hoger dan de normen voor de andere grondsoorten. Dat verklaart de hogere giften in de Kleiregio.
Zandregio
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel dierlijke mest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid op grasland is in 2023 46% op melkveebedrijven in de Zandregio. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.
Kleiregio
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel dierlijke mest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid op grasland is in 2023 43% op melkveebedrijven in de Kleiregio. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.
Veenregio
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel dierlijke mest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid op grasland is in 2023 50% op melkveebedrijven in de Veenregio. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.
Lössregio
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel dierlijke mest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid op grasland is in 2023 41% op melkveebedrijven in de Lössregio. Het jaar 2023 betreft voorlopige cijfers.
Melkveebedrijven in de Zand- Klei- en Lössregio hebben in 2023 gemiddeld minder kg werkzame stikstof per ha grasland bemest dan het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. In de Kleiregio gebruikten melkveebedrijven 15 kg werkzame stikstof per ha minder dan de vijf voorgaande jaren, in de Zandregio was dat 5 kg per ha minder. In de Veenregio werd in 2023 gemiddeld 4 kg werkzame stikstof per ha grasland meer bemest dan het gemiddelde mestgebruik van de vijf voorgaande jaren. De uitkomsten van 2023 zijn voorlopig hetgeen naast effecten van de kleine steekproef in de Lössregio, voor schommelingen in de gegevens kan zorgen. In de Veenregio bestond in 2023 de helft van het totaal werkzame stikstof per ha grasland uit kunstmest. In de andere regio’s is het aandeel kunstmest in het totaal werkzame stikstof per ha grasland hoger dan 50%, waarbij het aandeel in de Lössregio het hoogste is (2023: 59%).
Het werkzame deel van de stikstof in dierlijke mest wordt berekend als de totale stikstof in de dierlijke mest vermenigvuldigd met de wettelijk voorgeschreven werkingscoëfficiënten. Deze coëfficiënten zijn in de periode 2006-2019 verhoogd. Bijvoorbeeld: de werkingscoëfficiënt van rundveemest op bedrijven met grasland die weiden en maaien is verhoogd van 35% naar 45%, en die van varkensmest is verhoogd van 60% naar 80% (op zand en löss). Deze verhogingen werken door in de hoeveelheden toegediende werkzame stikstof, maar staan los van de ontwikkelingen in de totale hoeveelheden toegediende stikstof.
Over de indicator
Deze indicator beschrijft het gebruik van de totale hoeveelheid werkzame stikstof uit meststoffen per ha grasland. Er zijn 3 typen meststoffen: kunstmest, dierlijke mest (inclusief weidemest) en overige organische meststoffen. De hoeveelheid werkzame stikstof wordt berekend door de totale hoeveelheid stikstof in organische meststoffen te vermenigvuldigen met de normatieve werkingscoëfficiënten. De bemesting op grasland wordt berekend als het saldo van het totaal werkzame stikstof gebruik op bedrijfsniveau minus de hoeveelheid stikstof gebruikt op bouwland. Indien het areaal grasland minder dan 25% van het bouwplan bedraagt, dan wordt de vastgelegde hoeveelheid mest op grasland gehanteerd, maar dit komt op de melkveebedrijven vrijwel niet voor.Bron en getoonde groep bedrijven
De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.