Stikstofbemesting grasland op melkveebedrijven

Laatste update: 18 december 2025 Update frequentie: Jaarlijks

Stikstofbemesting op grasland in 2024 230 kg per ha

De stikstofbemesting per ha grasland op melkveebedrijven was in 2024 vergelijkbaar met het voorgaande jaar. De stikstofbemesting bestaat uit kunstmest en het werkzame deel van de stikstof in dierlijke mest, berekend op basis van de wettelijk voorgeschreven werkingscoëfficiënten.

Gemiddelde

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De gemiddelde werkzame stikstofbemesting per ha op grasland op melkveebedrijven ligt de twee laatst getoonde jaren hoger dan in het jaar ervoor. In 2024 is er een lichte daling van 1 kg stikstof per ha grasland ten opzichte van het voorgaande jaar.

Herkomst

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel kunstmest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid is met gemiddeld 54% over de periode 2006-2024 vrij constant, het aandeel dierlijke mest is ruim 46% in deze periode. In 2023 en 2024 is het aandeel kunstmest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid hoger dan in het jaar ervoor.

Regio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
De werkzame stikstofbemesting per ha grasland is in 2024 het hoogst op melkveebedrijven in de Kleiregio en het laagst op melkveebedrijven in de Veenregio.

In 2014 was de hoeveelheid werkzame stikstof per ha grasland het hoogst (259 kg per ha). Daarna nam het schoksgewijs af naar een niveau van 230 kg werkzame stikstof per ha in 2024. Niet eerder in de periode 2006-2024 is de gemiddelde werkzame stikstofgift per ha zo laag geweest als in de jaren 2021-2024. Tussen de grondsoortregio’s met de hoogste (Kleiregio) en laagste (Veenregio) gemiddelde gift bestond een verschil van ongeveer 60 kg werkzame stikstof per ha grasland in 2024. De stikstofgebruiksnormen (N-totaal norm) voor grasland op kleigrond zijn hoger dan de normen voor de andere grondsoorten. Dat verklaart de hogere giften in de Kleiregio.

Zandregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel dierlijke mest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid op grasland is in 2024 45% op melkveebedrijven in de Zandregio.

Kleiregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel dierlijke mest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid op grasland is in 2024 38% op melkveebedrijven in de Kleiregio.

Veenregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel dierlijke mest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid op grasland is in 2024 47% op melkveebedrijven in de Veenregio.

Lössregio

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel dierlijke mest in de totaal werkzame stikstof hoeveelheid op grasland is in 2024 46% op melkveebedrijven in de Lössregio.

Melkveebedrijven in hebben in 2024 gemiddeld 3 kg werkzame stikstof per ha grasland minder bemest dan het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. In de Kleiregio gebruikten melkveebedrijven 3 kg werkzame stikstof per ha grasland meer dan de vijf voorgaande jaren en in de Lössregio 3 kg per ha. In de Veenregio werd in 2024 gemiddeld 8 kg werkzame stikstof per ha grasland minder bemest dan het gemiddelde mestgebruik van de vijf voorgaande jaren. In de Zandregio was dat 6 kg per ha minder In de Veen-, Zand- en Lössregio bestond in 2024 53-54% van het totaal werkzame stikstof per ha grasland uit kunstmest. In de Kleiregio is het aandeel kunstmest in het totaal werkzame stikstof per ha grasland 62%.

Het werkzame deel van de stikstof in dierlijke mest wordt berekend als de totale stikstof in de dierlijke mest vermenigvuldigd met de wettelijk voorgeschreven werkingscoëfficiënten. Deze coëfficiënten zijn in de periode 2006-2019 verhoogd. Bijvoorbeeld: de werkingscoëfficiënt van rundveemest op bedrijven met grasland die weiden en maaien is verhoogd van 35% naar 45%, en die van varkensmest is verhoogd van 60% naar 80% (op zand en löss). Deze verhogingen werken door in de hoeveelheden toegediende werkzame stikstof, maar staan los van de ontwikkelingen in de totale hoeveelheden toegediende stikstof.

Over de indicator

Deze indicator beschrijft het gebruik van de totale hoeveelheid werkzame stikstof uit meststoffen per ha grasland. Er zijn 3 typen meststoffen: kunstmest, dierlijke mest (inclusief weidemest) en overige organische meststoffen. De hoeveelheid werkzame stikstof wordt berekend door de totale hoeveelheid stikstof in organische meststoffen te vermenigvuldigen met de normatieve werkingscoëfficiënten. De bemesting op grasland wordt berekend als het saldo van het totaal werkzame stikstof gebruik op bedrijfsniveau minus de hoeveelheid stikstof gebruikt op bouwland. Als het areaal grasland minder dan 25% van het bouwplan bedraagt dan wordt de vastgelegde hoeveelheid mest op grasland gehanteerd, maar dit komt op melkveebedrijven vrijwel niet voor.

Bron en getoonde groep bedrijven

De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.

Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.