Stikstofbemesting op melkveebedrijven
Laatste update: 18 december 2025 Update frequentie: Jaarlijks
Op de melkveebedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) is gericht, is gemiddeld een derde van de gebruikte stikstof afkomstig uit kunstmest en ongeveer twee derde uit dierlijke mest. Overige organische meststoffen zoals compost worden nauwelijks gebruikt. In de periode 2006-2023 is de verhouding stikstof uit kunstmest en dierlijke mest vrijwel stabiel. In 2024 is het aandeel kunstmest in het totaal stikstofgebruik gemiddeld 38% hetgeen iets hoger is dan in de voorgaande jaren. In 2024 is het totale stikstofgebruik door melkveebedrijven gemiddeld ongeveer 5 kg per ha afgenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. Het stikstofgebruik in de Kleiregio is gestegen met 6 kg per ha ten opzichte van het voorgaande jaar. In de Veen-, Löss- en Zandregio is het stikstofgebruik gedaald in 2024 met respectievelijk 14, 7 en 9 kg per ha cultuurgrond ten opzichte van het voorgaande jaar.
Gemiddelde
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het stikstofgebruik per ha cultuurgrond op melkveebedrijven in Nederland is gedaald met 5 kg per ha in 2024 ten opzichte van het jaar ervoor. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Herkomst
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het aandeel kunstmest in het totaal mestgebruik op melkveebedrijven bedraagt ongeveer een derde deel. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Regio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
In de Kleiregio is het stikstofgebruik per ha het hoogst en in de Lössregio het laagst. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Historische data
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het mestgebruik op melkveebedrijven in Nederland daalde van ongeveer 600 kg N per ha in de jaren negentig naar ongeveer 400 kg N per ha in de eerste jaren na de eeuwwisseling.
Kunstmestgebruik afgenomen
De stikstofgift uit kunstmest per ha cultuurgrond op melkveebedrijven laat over de gehele periode 1991-2024 een daling zien. De giften van ongeveer 250 kg stikstof per ha aan het begin van de periode zijn gedaald met 50% sinds het begin van deze eeuw. Ten opzichte van 2023 is het gebruik van kunstmest in 2024 met gemiddeld ongeveer 11 kg per ha toegenomen. Een reden daarvoor kan zijn dat doordat de ruimte voor dierlijke mest geringer is door afbouw van de Derogatie, het gebruik van kunstmest toeneemt om toch voldoende stikstof beschikbaar te hebben voor de gewassen. Ten opzichte van de vijf voorgaande jaren lag het kunstmestgebruik in 2024 9% hoger. Melkveebedrijven in de Kleiregio hadden gemiddeld genomen het hoogste stikstofgebruik uit kunstmest, te weten 152 kg stikstof per ha in 2024. De melkveebedrijven in de Zand- en Veenregio gebruikten in 2024 respectievelijk 107 en 104 kg stikstof uit kunstmest per ha. In de Lössregio gebruikten de melkveebedrijven waarop het LMM is gericht het minst (100 kg stikstof uit kunstmest per ha).Zandregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Op melkveebedrijven in de Zandregio daalt het mestgebruik van zowel dierlijke mest als kunstmest in de periode 2006-2024. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Kleiregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Op melkveebedrijven in de Kleiregio schommelt het mestgebruik. Het mestgebruik is het hoogst in 2017 en het laagst in 2023. Daarna neemt het geleidelijk af. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Veenregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Op melkveebedrijven in de Veenregio bestaat het mestgebruik in 2024 voor 65% uit dierlijke mest en 35% uit kunstmest. Vanaf 2021 daalt het stikstofgebruik uit meststoffen. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Lössregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Op melkveebedrijven in de Lössregio neemt het mestgebruik toe in de periode 2014-2017. Daarna neemt het geleidelijk af. Het jaar 2024 betreft voorlopige cijfers.
Historische data Zandregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het mestgebruik op melkveebedrijven in de Zandregio daalde van ongeveer 600 kg N per ha in de jaren negentig naar ongeveer 400 kg N per ha in de eerste jaren na de eeuwwisseling.
Historische data Kleiregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het mestgebruik op melkveebedrijven in de Kleiregio daalde van ongeveer 600 kg N per ha in de jaren negentig naar ongeveer 400 kg N per ha in de eerste jaren na de eeuwwisseling.
Historische data Veenregio
De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...
Het mestgebruik op melkveebedrijven in de Veenregio daalde van ongeveer 550 kg N per ha in de jaren negentig tot onder de 400 kg N per ha in de eerste jaren na de eeuwwisseling.
Mede als gevolg van de lagere stikstofgebruiksnorm voor dierlijke mest bij derogatie voor zand- en lössgrond in de provincies Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel en Utrecht (230 kg per ha sinds 2014), is het gemiddelde dierlijke mestgebruik sinds 2006 afgenomen, vooral in de Zandregio. In de periode 2006-2024 schommelde het stikstofgebruik uit dierlijke mest in de Klei-, Zand-, Löss- en Veenregio tussen gemiddeld 176 kg per ha in 2023 (Lössregio) en 243 kg per ha in 2014 (Veenregio). Ten opzichte van het voorgaande jaar is het dierlijke mestgebruik in 2024 met gemiddeld 17 kg per ha afgenomen (2024: 198 kg N per ha). In vergelijking met de vijf voorgaande jaren was het gebruik in 2024 22 kg stikstof per ha lager. Zowel in de Klei-, Veen- als Zandregio is het dierlijk mestgebruik op melkveebedrijven in het jaar 2024 het laagste in de hele reeks 1991-2024. De afbouw van de derogatie en de aanwijzing van met nutriënten verontreinigde gebieden (NV-gebieden) beperken het gebruik van stikstof uit dierlijke mest in 2023 en 2024.
Het gebruik van overige organische meststoffen op melkveebedrijven is beperkt. Gemiddeld genomen ligt het gebruik van stikstof uit overige organische stof op1-2 kg per ha.
Stikstofbemesting veel lager dan in 1991-1998
Over de periode 1991-2024 is een forse afname van de stikstofbemesting per ha cultuurgrond, in de periode voor 2006 zichtbaar. Als reactie op de mestwetgeving zijn melkveehouders de stikstof in dierlijke mest efficiënter gaan benutten. Die ontwikkeling heeft samen met de oplopende kunstmestprijzen geleid tot een sterke afname in het gebruik van stikstofkunstmest. Ook het gebruik van organische mest (vooral dierlijke mest) is in de jaren na 2006 gemiddeld 30% lager dan het gemiddelde gebruik in de periode 1991-1998. Het vanaf 2006 geldende gebruiksnormenstelsel met restricties op het gebruik van dierlijke mest en kunstmest legt het gebruik van meststoffen verder aan banden.Over de indicator
Deze indicator beschrijft de totale hoeveelheid stikstof uit meststoffen die per ha cultuurgrond wordt gebruikt. Er zijn 3 typen meststoffen: kunstmest, dierlijke mest (inclusief weidemest) en overige organische meststoffen. De totale hoeveelheid gebruikte mest op bedrijfsniveau wordt berekend als:Mestgebruik bedrijf = Productie + Beginvoorraad – Eindvoorraad + Aanvoer – Afvoer.
De productie van dierlijke mest wordt bepaald uit de aantallen dieren per diercategorie en de excretie per dier (norm of specifieke berekening). Voor stikstof betreft het de nettoproductie na aftrek van gasvormige verliezen uit stal en opslag. Begin- en eindvoorraden en aan- en afvoer van meststoffen worden bepaald aan de hand van de opgave in Bedrijveninformatienet. De nutriëntengehalten worden specifiek per bedrijf gehanteerd indien voorhanden en anders worden forfaitaire normen gebruikt.
Bron en getoonde groep bedrijven
De gegevens voor beide indicatoren zijn afkomstig uit het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Binnen het Bedrijveninformatienet verzamelt Wageningen Social & Economic Research bedrijfsgegevens over ongeveer 1.500 individuele land- en tuinbouwbedrijven. De verzamelde gegevens betreffen vooral financieel-economische en duurzaamheidsgegevens.Alleen bedrijven in het Bedrijveninformatienet die binnen de definitie van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) vallen, worden getoond. Voor de bedrijven geldt dat ze minimaal 25.000 euro Standaardopbrengst hebben en 10 of meer ha cultuurgrond gebruiken.

