Deze update over 2024 is gebaseerd op een complete set van bedrijfsgegevens. Deze bedrijfsgegevens zijn afkomstig van de overige dierbedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) gericht is. Daarnaast zijn de artikelen over opzet en structuur van de bedrijven geactualiseerd met het jaar 2025.
Mestgebruik
De totale fosfaatbemesting per ha is in 2024 (59 kg/ha) afgenomen (-5 kg/ha) ten opzichte van het voorgaande jaar. Op de overige dierbedrijven waarop het LMM is gericht, is gemiddeld 95% van het gebruikte fosfaat afkomstig van dierlijke mest. Kunstmest en overige organische meststoffen (zoals compost) worden nauwelijks gebruikt; respectievelijk 3% en 2%.
De totale stikstofbemesting per ha is in 2024 (228 kg/ha) afgenomen (-15 kg/ha) ten opzichte van het voorgaande jaar. Op de overige dierbedrijven in het LMM is gemiddeld 28% van het gebruikte stikstof afkomstig van kunstmest en 71% van dierlijke mest. Het stikstofkunstmestgebruik per ha in 2024 is aanzienlijk lager (-14 kg/ha) dan het gemiddelde van de vijf voorgaande jaren. Overige organische meststoffen zoals compost worden nauwelijks gebruikt (1%).
Overige bedrijfskenmerken
Op overige dierbedrijven in het LMM is de opslagcapaciteit voor mest in de periode 2006-2024 toegenomen tot gemiddeld 11,7 maanden. Dat is bijna 4 maanden meer dan in 2006, maar ruim een maand minder dan in 2023.
Beregening
Op de overige dierbedrijven waarop het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) gericht is, neemt het aandeel bedrijven dat beregent af (3% in 2024 ten opzichte van 24% in 2023). De intensiteit van beregenen (uitgedrukt in millimeters) is in de periode 2010-2024 het hoogst in het jaar 2018: 96 mm. In 2024 is de watergift afgenomen tot 35 mm.
Opzet en structuur
Overige dierbedrijven in het LMM zijn in de periode 2000-2025 gemiddeld in omvang afgenomen, gemeten in aantal grootvee-eenheden (GVE). In 2025 lag het totaal aantal fosfaat-GVE per bedrijf op ongeveer 58; in 2000 was dit nog 71 fosfaat-GVE per bedrijf. In 2025 hebben de overige bedrijven waarop het LMM gericht is, gemiddeld 39 ha cultuurgrond in gebruik.
Ten opzichte van het voorgaande jaar hebben de overige dierbedrijven in het LMM hebben een vrij stabiel bouwplan. Gras is dominant: het beslaat ruim tweederde van het areaal cultuurgrond.
Het aandeel biologische overige dierbedrijven is in 2025 met 4,7% constant gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar (2024: 4,7%). Het aandeel cultuurgrond van biologische overige dierbedrijven ten opzichte van het totaal areaal cultuurgrond is licht gestegen naar 9,1% (2024: 8,9%).
Volgende update
Bij de eerstvolgende update, naar verwachting aan het eind van het jaar 2026, zullen de voorlopige resultaten over de bedrijfsvoering in het jaar 2025 worden gepresenteerd.
Over LMM
Het LMM is ontwikkeld om de effecten van het Nederlandse mestbeleid op de nutriƫntenemissies, en vooral de nitraatemissie, uit landbouwbronnen naar het grond- en oppervlaktewater te meten en de effecten van veranderingen in de landbouwpraktijk op deze emissie te volgen. Het RIVM is verantwoordelijk voor de metingen van de waterkwaliteit en Wageningen Social & Economic Research is verantwoordelijk voor de vastlegging van de landbouwpraktijk.