Gewasdiversiteit en randdichtheid voor betere biodiversiteit
Deze indicator geeft inzicht in de gewasdiversiteit op akkerbouwbedrijven. Een diversiteit van gewassen heeft een positief effect op de biodiversiteit, met name wanneer een grote diversiteit samen gaat met kleinere percelen. Voor zowel ondergronds als bovengronds leven is dit positief voor de biodiversiteit van insecten. Voor vogels draagt het bij aan het vergroten van de beschikbaarheid van voedsel en schuil- en nestplaatsen. Verder heeft een hoge gewasdiversiteit positieve effecten op de productie. De ziektedruk vermindert en meststoffen en water worden beter benut. Meer informatie is te vinden op de kennis-wiki van KPI-K.(externe link)
Indicatoren voor gewasdiversiteit
Op deze pagina worden twee indicatoren gebruikt om de gewasdiversiteit op akkerbouwbedrijven in beeld te brengen. De gewasdiversiteit wordt uitgedrukt in de Hill-Shannon Index. Deze is berekend op basis van het aantal hoofdgewassen die in één groeiseizoen het bouwplan uitmaken op een akkerbouwbedrijf, gewogen op basis van de teeltoppervlak dat die gewassen innemen.
De randdichtheid is een aanvullende KPI op de Hill-Shannon Index. Deze staat voor het gewogen gemiddelde van het aantal meters perceelrand ten opzichte van het totale bouwplan in hectares (m perceelrand/hectare). Meer informatie is te vinden op de kennis-wiki van KPI-K.(externe link)
Databron en getoonde bedrijven
De informatie op deze pagina is gebaseerd op de Basisregistratie Percelen voor bedrijven in een steekproef: Het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research. Het Bedrijveninformatienet (Informatienet) is een panel van ongeveer 1.500 land- en tuinbouwbedrijven in Nederland, geselecteerd uit de CBS-Landbouwtelling waarvoor een uitgebreide set van gegevens wordt vastgelegd en gecontroleerd. Dit betreft zowel financieel-economische kengetallen als informatie over bedrijfsvoering en duurzaamheid. Het panel representeert ongeveer 82% van alle bedrijven uit de Landbouwtelling en ruim 99% van de totale agrarische productie (gemeten in standaardopbrengst). De hele kleine bedrijven (< 25.000 euro standaardopbrengst) worden niet gerepresenteerd. Bij het kiezen van de steekproefbedrijven wordt gestratificeerd op bedrijfstype en bedrijfsomvang, maar niet naar regio.
Om toch uitspraken te kunnen doen voor een regio op basis van de steekproef én zo dicht mogelijk te blijven bij de bedrijfsspecifieke- en locatie specifieke kenmerken van bedrijven in Noord-Holland, is een vorm van post-stratificatie toegepast, waarbij aan elk bedrijf in de Landbouwtelling de gemiddelde bedrijfsvoering is gekoppeld van vier meest gelijkende bedrijven uit de steekproef. Bij die koppeling is in de eerste plaats gekeken naar de geografische ligging van het bedrijf. Daarnaast zijn andere belangrijke kenmerken zoals het productieregime (biologisch of gangbaar), de bedrijfsomvang (in standaardopbrengst) en het bedrijfstype meegenomen. Er is tevens rekening gehouden met grondsoort (bijvoorbeeld veen, zand of klei), zodat deze zo gelijk mogelijk zijn op basis van de steekproef én de Landbouwtelling. Met dat als uitgangspunt is voor elk bedrijf in de Landbouwtelling een schatting gemaakt van kengetallen uit het Informatienet. De uitkomsten berusten dus niet op bedrijfsinformatie van bedrijven in de Landbouwtelling zelf, maar zijn schattingen op basis van vergelijkbare bedrijven uit het Informatienet.