Stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven

Laatste update: 15 juli 2026 Update frequentie: Jaarlijks

Het stikstofbodemoverschot in Noord-Holland stijgt in 2024

Deze indicator beschrijft het bodemoverschot aan stikstof en dit wordt uitgedrukt per ha cultuurgrond. Het bedrijfsoverschot is het saldo van de totale aanvoer en afvoer van stikstof. Het bodemoverschot is het gedeelte van de nutriëntenaanvoer aan de bodem dat niet door het gewas wordt opgenomen. Dit blijft onbenut in de bodem en kan gevoelig zijn voor uitspoeling richting het grondwater. Naast uitspoelen kan de stikstof die over is ook in de bodem worden opgeslagen of uit de bodem vervluchtigen (denitrificatie). Het stikstofbodemoverschot wordt berekend als het overschot op bedrijfsniveau (som van alle aanvoer minus som van alle afvoer inclusief voorraadmutaties) plus de aanvoer van stikstof via depositie, nettomineralisatie en fixatie minus het verlies aan stikstof via emissie bij toediening (organische mest en kunstmest), bij beweiding en uit stal en opslag.

De aanvoer van stikstof bestaat uit de aanvoer via kunstmest, dierlijke mest, overige organische meststoffen, voer, dieren, plantaardige producten en overige producten. De afvoer van stikstof bestaat uit de afvoer via dierlijke producten, dieren, gewassen en plantaardige producten, dierlijke mest, overige organische meststoffen en overige producten. De aan- en afvoer worden waar nodig gecorrigeerd voor veranderingen in de voorraden. De gehalten in de afvoer van gewassen en plantaardige producten zijn gebaseerd op normen en gemiddelden.

Databron
De informatie op deze pagina is gebaseerd op een steekproef: Het Bedrijveninformatienet van Wageningen Social & Economic Research (Informatienet). Het Informatienet is een panel van ongeveer 1.500 land- en tuinbouwbedrijven in Nederland, geselecteerd uit de CBS-Landbouwtelling waarvoor een uitgebreide set van gegevens wordt vastgelegd en gecontroleerd. Dit betreft zowel financieel-economische kengetallen als informatie over bedrijfsvoering en duurzaamheid. Het panel representeert ongeveer 82% van alle bedrijven uit de Landbouwtelling en ruim 99% van de totale agrarische productie (gemeten in standaardopbrengst). De hele kleine bedrijven (< 25.000 euro standaardopbrengst) worden niet gerepresenteerd. Bij het kiezen van de steekproefbedrijven wordt gestratificeerd op bedrijfstype en bedrijfsomvang, maar niet naar regio.

Om toch uitspraken te kunnen doen voor een regio op basis van de steekproef én zo dicht mogelijk te blijven bij de bedrijfsspecifieke- en locatie specifieke kenmerken van bedrijven in Noord-Holland, is een vorm van post-stratificatie toegepast, waarbij aan elk bedrijf in de Landbouwtelling de gemiddelde bedrijfsvoering is gekoppeld van vier meest gelijkende bedrijven uit de steekproef. Bij die koppeling is in de eerste plaats gekeken naar de geografische ligging van het bedrijf. Daarnaast zijn andere belangrijke kenmerken zoals het productieregime (biologisch of gangbaar), de bedrijfsomvang (in standaardopbrengst) en het bedrijfstype meegenomen. Er is tevens rekening gehouden met grondsoort (bijvoorbeeld veen, zand of klei), het aandeel grasland in het bouwplan en de intensiteit, zodat deze zo gelijk mogelijk zijn op basis van de steekproef én de Landbouwtelling. Met dat als uitgangspunt is voor elk bedrijf in de Landbouwtelling een schatting gemaakt van kengetallen uit het Informatienet. De uitkomsten berusten dus niet op bedrijfsinformatie van bedrijven in de Landbouwtelling zelf, maar zijn schattingen op basis van vergelijkbare bedrijven uit het Informatienet.

Totaal

De grafieken op deze pagina zijn visueel gepresenteerd en zijn niet goed leesbaar met screenreaders.
Grafiek wordt geladen...

Het stikstofbodemoverschot op melkveebedrijven in Noord-Holland stijgt in 2024 naar 167 kg N per ha. Dit is hoger dan de periode ervoor. Het jaar 2024 is op basis van voorlopige cijfers.

Doordat er in Noord-Holland relatief veel veengrond aanwezig is, komt de stikstofbodemoverschot hoger uit dan in de rest van Nederland. Op veengrond is er relatief veel mineralisatie waardoor stikstof uit de bodem vrijkomt. Mineralisatie telt mee als aanvoerpost. Deze stikstof is niet altijd bruikbaar voor het gewas. De stikstofbodemoverschotten op melkveebedrijven in de Veenregio zijn doorgaans hoger dan in andere vanwege de mineralisatie. Daarnaast speelt het grondgebruik een rol. Grasland heeft gemiddeld gezien een lagere nitraatconcentratie dan bouwland. Dat heeft te maken met het feit dat grasland jaarrond geteeld wordt en bouwland deels geen gewas heeft buiten het groeiseizoen.